Huishoudens gebruiken stadsgas en industriegas voor de boiler en het gasfornuis, maar niet voor de verwarming van hun huis; daarvoor stoken ze steenkool en olie.
De eerste directeur van de Gasunie, P. A. Zoetmuller, meent in 1963 dat aardgas best ingezet kan worden voor het verwarmen van huizen.
„Ons aardgasnet moet het hele land met de Groningse putten verbinden”, aldus technisch directeur ir. A. H. Kloosterman van Gasunie.
Geen enkel risico
Voor de aanleg van het buizennetwerk neemt de Gasunie het Amerikaanse bedrijf Bechtel in de arm. Omdat er in de Verenigde Staten ongelukken met aardgasleidingen zijn gebeurd, onderzoekt Gasunie met TNO hoe sterk de buizen moeten zijn. Als veilige wanddikte hanteert de Gasunie 2,5 centimeter voor bebouwde gebieden en rivieronderdoorgangen en 1 centimeter in de rest van het land. De binnendiameter van de buizen varieert van 90 centimeter tot 120 centimeter; een kleuter kan er rechtop doorheen lopen.
De aanleg van het netwerk start in 1964. Het project is van nationaal belang, daarom verlopen de vergunningsprocedures snel. Ook grondeigenaren geven snel hun toestemming; Gasunie betaalt ruime vergoedingen voor het graafwerk en gewasschade. Binnen één bouwseizoen liggen de pijpen vanuit Groningen tot in West-Nederland.
In totaal vergt de aanleg honderden miljoenen guldens; alleen al in 1965 investeert Gasunie ruim 86 miljoen euroin de aanleg van het hoofdnetwerk.
Strategische stappen
Het gasnet voldoet tot op de dag van vandaag. Het is sinds de jaren zestig niet vernieuwd, wel uitgebreid. „Het huidige net kan onbeperkt mee”, stelt voormalig algemeen technisch directeur ir. A. W. Guinée in het Technisch Weekblad.
En dat komt Nederland goed uit, want de aardgasproductie van Nederland zal de komende jaren dalen, voorziet dr. ir. Menno van Os, manager bij Gasunie. „Wil Nederland een rol blijven spelen in de internationale aardgaspolitiek, dan moet het zich een sleutelrol aanmeten als gasrotonde van Noordwest-Europa.”
Daarom investeert Gasunie de laatste jaren in een internationaal netwerk van pijpleidingen, geeft Van Os aan. Zo legde de Balgzand-Bacton Line (BBL) Company -waarvan Gasunie voor 60 procent eigenaar is- in 2006 een 235 kilometer lange pijplijn tussen Noord-Hollandse Anna Paulowna en de Engelse Bacton Gas Terminal aan de kust van Norfolk met een capaciteit van 170 miljoen kubieke meter per uur.
Een volgende strategische stap neemt de Gasunie op 1 juli 2008 met de aankoop van het Duitse BEB Erdgas. Hiermee krijgt het bedrijf de beschikking over 3500 kilometer pijpleiding in Noord-Duitsland - van de Nederlandse grens tot aan Berlijn. „Gasunie heeft nu aansluiting op gasnetwerken uit Noorwegen en Rusland, twee grote gasleveranciers”, aldus Van Os.
Nord Stream
Ook ziet Gasunie uitbreidingsmogelijkheden door deel te nemen in de nieuwe Nord Streampijpleiding die vanaf 2011 elk jaar 55 miljard kubieke meter Russisch gas door de Oostzee naar Europa zal vervoeren. Genoeg voor 20 miljoen huishoudens. Door aandelenruil is Gasunie voor 9 procent eigenaar van deze toekomstige gaslijn en heeft het Russische Gazprom 9 procent van de BBL-pijplijn in handen, weet Van Os. De pijp moet in het Duitse Greifswald aan land komen en daar aansluiten op het Duitse deel van het Gasunienet.
Een andere pijler van de Nederlandse gasrotonde is de leveringszekerheid. Om de afhankelijkheid van Russisch gas te beperken, bouwt Gasunie momenteel de eerste terminal voor de import van vloeibaar aardgas (lng-terminal) op de Maasvlakte. Schepen zullen daar in de toekomst vloeibaar gemaakt aardgas -voornamelijk uit het Midden-Oosten-aanvoeren. Gasunie maakt om reden van leveringszekerheid ook een zoutkoepel bij Zuidwending in Groningen geschikt voor ondergrondse opslag van aardgas.
In Rotterdam staat inmiddels een zogenaamde lng-peaksheaver paraat om de Randstad in noodgevallen van voldoende gas te kunnen voorzien. Daarnaast bouwt Gasunie aan een nieuwe Noord-Zuidpijplijn -van Groningen naar Limburg- die het toegenomen internationale gastransport beter aan moet kunnen. Op dit moment transporteert Gasunie 125 miljard kubieke meter per jaar, waarvan 95 kubieke meter voor export. En dat buitenlandse aandeel zal voorlopig nog groeien, meent Van Os.
Meer informatie: www.nvnederlandsegasunie.nl.
Van gasput naar gasfornuis
In Nederland komt het gas voor het stoken van de cv-ketel en het fornuis voornamelijk uit het Groningenveld, maar ook uit een honderdtal kleinere gasvelden in land en zee en vanuit enkele ondergrondse opslaglocaties. Daarnaast komt er brandstof uit Noorwegen en een klein deel uit Rusland.
In het Groningenveld zuigt de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) vanuit de poreuze zandsteenlaag op 3 kilometer diepte gas op onder een druk van 300 bar. Vervolgens maakt de maatschappij het geschikt voor huishoudelijk gebruik en levert het aan de Gasunie. Die voegt aan elke kubieke meter reukloos aardgas eerst 18 milligram tetrahydrothiofeen toe, dat voor de bekende gaslucht zorgt.
Gasunie transporteert jaarlijks 125 miljard kubieke meter door de 15000 kilometer aan pijpleiding in Nederland en Duitsland, aldus Menno van Os van Gasunie. Onderweg naar de Nederlandse huishoudens passeert het een van de tien Nederlandse compressorstations die het in het hoofdnet op de juiste druk van 64 bar houden.
Daarnaast exporteert het bedrijf een deel naar Duitsland, Engeland, België, Frankrijk, Italië en Zwitserland.
In de 1100 ontvangststations houden zogenaamde flowmeters nauwkeurig bij hoeveel gas het bedrijf levert aan commerciële gasdistributiebedrijven zoals Nuon en Essent.
Het gas stroomt door de regionale netten onder een druk die varieert van 40 tot 10 bar. In de gemeentelijke gasnetten bedraagt de overdruk nog maar 8 tot 3 bar. Bij een gemiddelde druk van 0,3 bar stroomt het ten slotte de huizen binnen.
Een Nederlands huishouden neemt jaarlijks gemiddeld 1600 kubieke meter af. Drieëntachtig procent van de huishoudens kookt op gas, maar dit bedraagt slechts 3 procent van het totale verbruik. De warmwatervoorziening neemt 19 procent voor zijn rekening. Verwarming van het huis vraagt met 78 procent het meeste.
In het winterseizoen transporteert Gasunie -uiteraard- de grootste hoeveelheden. Het dagrecord staat nu op 6 januari 2009; het bedrijf leverde toen 568 miljoen kubieke meter gas. Hoewel sommige trajecten in het netwerk bijna continu de maximale transportcapaciteit vergen, voorziet Van Os in de toekomst geen problemen, omdat de gemiddelde temperatuur in Nederland stijgt door de klimaatverandering.
Buizen controleren met een ”slim varken”
Gasunie beheert de vele aardgastransportleidingen zorgvuldig. Al bij de aanleg wilde het bedrijf een zo groot mogelijke duurzaamheid van het netwerk.
Alle pijpen zijn bijvoorbeeld van binnen gecoat met de kunststof polyethyleen. Vanbuiten beschermt een asfaltlaag ze tegen roest. Gasunie voorkomt corrosie op plekken die beschadigd zijn door een spanning van 1 volt op de buizen te zetten.
Daarnaast zet het bedrijf een ”intelligent pig” (slim varken) in, een robot, die op de bestaande gasdruk door de leidingen schuift en met sensoren de binnenkant van de leidingen controleert. Volgens Menno van Os van Gasunie vormt uitwendige corrosie een grotere bedreiging voor de betrouwbaarheid van de leidingen dan inwendige corrosie. Inwendige corrosie speelt door de kwaliteit van het gas geen rol van betekenis. „Met het intelligente varken kunnen we beschadigingen aan de buitenkant van binnenuit opsporen.” Daarnaast inspecteert de Gasunie elke week het hele leidingwerk vanuit de lucht, met een helikopter.
Om de kwaliteit van kleinere buizen te bewaken, zoekt de gasleverancier in samenwerking met Nederlandse universiteiten naar mogelijkheden om ook deze buizen van binnenuit te controleren. Van Os: „De voorstellen variëren van wandelende robots tot elektrisch aangedreven wielvoertuigjes.”
Bekijk hier de video Bouwen aan een betrouwbaar netwerk
Bekijk hier de video In het hart van het Europese gastransport