Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

De droom van een olifantenverzorger

 Marjo Hoedemaker.

Marjo Hoedemaker.

Marjo Hoedemaker (61) vergeet nooit het moment dat hij voor het eerst een olifant zag. Als tienjarige jongen bracht hij met zijn vader, die bakker was, oud brood naar de dierentuin in Arnhem. „Hoe is het mogelijk dat zulke dieren naar iemand luisteren? dacht ik toen ik een van de verzorgers zag lopen met twee olifanten achter zich aan. En vervolgens dacht ik: Dat wil ik later ook.”
Het is nu 46 jaar later en inmiddels is Hoedemaker als zoomanager in dierenpark Amersfoort verantwoordelijk voor het dierenwelzijn van onder meer de olifanten. Twee maanden geleden was hij volop in het nieuws toen olifant Indra op het punt van bevallen stond. „Het is de droom van iedere olifantenverzorger er bij te zijn als er een jong wordt geboren.”

Hoedemaker en andere verzorgers sliepen de laatste maanden van de zwangerschap bij toerbeurt op een stretcher voor het slaapverblijf. Toen de bevalling zich uiteindelijk aandiende, zat hij op de eerste rij, net als vele tientallen buitenstaanders die de geboorte via de webcam konden volgen.

De voorspoedige bevalling eindigde uiteindelijk in een drama. Hoedemaker: „De baby was net geboren toen Indra ergens van schrok. De moeder van Indra, die ook bij de bevalling aanwezig was, wilde haar dochter beschermen en schopte de baby dood.”

„Dramatisch”, noemt Hoedemaker de gebeurtenis die zich in een paar seconden afspeelde. Maar niet helemaal onlogisch. „Een olifant kent net als de mens barenspijn. De baby, die bij de geboorte niet minder dan 80 kilo weegt, maakt een lange weg door het geboortekanaal. De oma, die met haar kind meelijdt, stond waarschijnlijk op scherp.”

Hoewel hij als manager veel vergadert en e-mailt, neemt hij bewust ook tijd om van de dieren te genieten. „Ik zit geregeld op een bankje naar de olifanten te kijken. Ik ben echt een liefhebber van grote dieren. Neushoorns vind ik ook geweldig. En het fascineert me als ik een ruiter een paard zie bedwingen. Dat zo’n dier naar een mens luistert.”

Hoedemaker pakt een paar witte broodjes en roept luid naar zijn dieren. „Sam, kom hier boy, Sa-a-am.” Sammy, de bul in de groep, kijkt even om, maar blijft waar hij is. Hoedemaker: „Ik heb concurrentie, hij is momenteel met wat takken aan het spelen.”

Hoedemaker heeft een bijzonder plekje in zijn hart voor het dier. Hij noemt hem bewust Sam, omdat hij een verkleinnaam niet passend meer vindt. „Het is zo’n machtig groot beest. Ik ben trots op hem, omdat hij voor nakomelingen kan zorgen.” Hij wijst naar het dier, dat inmiddels is aan komen sjokken. Een klein meisje vraagt Hoedemaker waarom de olifant trouwringen om zijn slagtanden heeft. „De ringen zitten er om het splitsen van de tanden tegen te gaan”, legt hij uit. En voor de duidelijkheid benadrukt hij nog even dat de ringen niet van goud zijn.

Vooral de communicatie tussen de dieren trekt de manager. „Ik ben in de omstandigheden geweest dat ik de dieren in Azië en Afrika ook in het wild heb kunnen observeren. Geweldig om ze daar bezig te zien. Maar ook hier kun je goed zien hoe de dieren zich voelen.”

Hij wijst naar Sam, die uitgebreid de gasten van de dierentuin in zich op lijkt te nemen. „Hij legt nu zijn slurf over zijn ene tand. Dat doet hij alleen als hij heel ontspannen is. Als een olifant zijn poten kruist, is dat ook altijd een teken dat hij zich rustig voelt. Als Sam daarentegen boos wordt, gaan zijn oren wijd staan en zie je het wit van zijn ogen.”

Hoedemaker loopt niet meer tussen de olifanten. „Dat hebben we zo’n zes jaar geleden afgesproken naar aanleiding van verschillende incidenten in dierentuinen. Het is te gevaarlijk. En ik merk dat het gedrag van de dieren sinds die afspraak ook anders is. Natuurlijker.”

Wel heeft hij iedere avond contact met de olifanten als hij op de fiets zijn ronde over het park maakt. „Ik woon op het park en geef de dieren hun laatste eten. Als ik eraan kom, loopt Sam op me af. We hebben in al die jaren wel een band opgebouwd, maar ik weet ook dat die vooral voedselgerelateerd is. Hij kent mijn stem, maar weet ook dat ik hem z’n 20 kilo brood kom brengen. Pas als ik hem een goede nacht heb gewenst, zoek ik zelf m’n bed op.”

Dit is het negende deel in een serie over een bijzondere verhouding tussen mens en dier.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels