Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

”De Da Vinci Code”

In 2003 verscheen in Amerika een roman, die met bijna 30 miljoen verkochte exemplaren een wereldwijde bestseller werd: de thriller ”De Da Vinci Code” van Dan Brown. Deze roman mag christenen in Duitsland en Nederland niet onverschillig laten, temeer nu de verfilming ervan in mei in de bioscoop komt. Ze moeten hun verontwaardiging tonen in vreedzame, maar effectieve protestacties.
In ”De Da Vinci Code” draait het om een -naar het heet- lang verborgen gehouden geheim omtrent Jezus Christus, Maria Magdalena, hun nakomelingen, de heilige graal en de tempeliers. Het gaat om een geheim dat, wat betreft de christelijke kerk, koste wat kost bewaard moet worden. Zelfs moord is daarbij geen ongeoorloofd middel.

Kunsthistoricus Robert Langdon en politiecryptologe Sophie Neveu raken tot over hun oren betrokken bij de moorden op diverse hooggeplaatste personen. Uiteindelijk wordt, mede met behulp van symbolische aanwijzingen in het werk van Leonardo Da Vinci, het mysterie opgelost en blijkt wie aldoor de kwade genius was achter de wrede daden van de door de organisatie Opus Dei gestuurde albino moordenaar-monnik Silas.

Onder het tot op de laatste bladzijde toe boeiende verhaal schuilt een fundamentele aanval op het christendom vanuit een gnostisch perspectief. Er bestaan reeds meerdere goede websites en boeken die deze roman weerleggen. Hier wil ik een bloemlezing geven van enkele opvattingen in dit boek die feitelijk onjuist en misleidend zijn. Ze zijn enerzijds speciaal tegen de Rooms-Katholieke Kerk gericht, anderzijds evenzeer tegen de historische en theologische grondslagen van het christelijk geloof.

Volgens ”De Da Vinci Code” was Jezus Christus niet alleen met Maria Magdalena getrouwd, maar had hij bij haar ook een dochter, Sara. De Merovingische koningen en Godfried van Bouillon waren lichamelijke nakomelingen uit het huwelijk van Jezus en Maria Magdalena, een ”goddelijk geslacht”. De uit de middeleeuwse legende bekende heilige graal is dan ook niet de kelk waaruit Christus bij het laatste avondmaal de wijn nam, maar het bloed van Jezus in de zin van een koninklijk bloed of geslacht. Maria Magdalena zelf was de ware kelk voor dit bloed, want zij droeg het kind van Jezus in haar moederschoot.

In de loop van de eeuwen is het Prioraat van Zion als voortzetting van de tempelridders de beschermer van het goddelijke zaad tegen de woede van de kerk, die met alle kracht en middelen (ook door moord) dit geheim van Jezus probeerde te hoeden. Indien namelijk uit zou komen dat Jezus maar een gewoon, sterfelijk mens was, zou de ”katholieke kerk in de grootste crisis van haar 2000-jarig bestaan storten.”

Uit historisch onderzoek blijkt dat deze wilde, soms godslasterlijke speculaties nergens anders dan in het rijk der fabelen thuishoren. De orde van de tempeliers werd in 1312 door pauselijk decreet opgeheven en nooit meer hersteld.

Volgens ”De Da Vinci Code” bleef keizer Constantijn tot kort voor zijn dood heiden en werd hij gedwongen om tijdens het Concilie van Nicea (325 n. Chr.) de ”sterfelijke Jezus” per decreet tot Zoon Gods te laten verklaren.

Dit is met uitgebreide verwijzingen naar de Bijbel en de kerkvaders door verschillende auteurs weerlegd; de Bijbel leert duidelijk de Godheid van de Zoon. Op het concilie was de centrale vraag of Christus en God eenswezens waren, of dat Christus een geschapen wezen was, zoals het arianisme beweerde.

En de grote keizer nam, zoals vandaag nauwelijks meer betwist wordt, na de slag aan de Milvische brug inderdaad het christendom aan. Hij wilde zelfs in de Jordaan gedoopt worden, ook al was dat om gezondheidsredenen niet meer mogelijk.

De apocriefe, gnostische evangeliën uit de verzameling van Nag Hammadi zouden volgens ”De Da Vinci Code” ouder en betrouwbaarder dan de nieuwtestamentische evangeliën. Dit is onwaar, want de gnostische evangeliën werden pas lang na het omwandelen van Jezus op aarde (sommigen pas 200 jaar later) opgeschreven. Ze zijn ook geen evangeliën in Bijbelse zin!

In ”De Da Vinci Code” komt naar voren dat niet God, maar mannen -geestelijken- de leer van de erfzonde hebben uitgevonden, volgens welke Eva van de appel der kennis heeft gegeten. Het kunnen echter uiteraard geen geestelijken zijn geweest die dit oudtestamentische verhaal de wereld in hebben geholpen. Het Oude Testament is immers lang voor het ontstaan van de kerk geschreven. Bovendien vermeldt de Bijbel niet welke vrucht Eva bij de zondeval heeft gegeten.

Behalve dat het deze overduidelijke dwalingen bevat, bedrijft ”De Da Vinci Code” propaganda voor het occulte gedachtegoed. Zo wordt Lucifer in het boek dertien keer aangeroepen als: ”O draconische duivel! Oh, lamme heilige!”

En gnostische stellingen uit de eerste eeuwen van het christendom, die toen door de kerkvaders weerlegd zijn, worden opnieuw als waarheid gepresenteerd. Het trieste is dat zoveel mensen aan deze boze verzinsels geloof schenken en die als Evangelie aanvaarden.

De auteur is freelance vertaler, woonachtig in Dillenburg. Hij is als adviseur en vertaler betrokken bij de Stichting Vrienden van Heidelberg en Dordrecht.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels