Aan de andere zijde wordt het riviertje omzoomd door een dichte, groene rietkraag. Erachter verheft zich een boomrijk landschap in de blauwgroene kleuren van wilgen en de diverse tinten groen van andere boomsoorten. De blauwe waas die over het land ligt, suggereert een vochtige lucht. Bij degenen die van deze onverstoorbare natuurschoonheid houden, moet het bijna een heimwee oproepen naar de onvergetelijke tochten door dit typisch Hollandse landschap.
De Vlaamse criticus Camille Lemonnier zag al in 1866 op een tentoonstelling in Brussel een schilderij van Roelofs met eenzelfde thema en schreef erover: „Roelofs stopt emotie in zijn schilderijen. (…) De oevers van het Gein worden halverwege onderbroken en de melancholie zweeft in de grauwe nevel die van de akkers opstijgt, met blonde strepen doorploegt.”
In dit doek komt het zowel manhaftige als verfijnde talent van Roelofs volledig tot uiting: de horizon baadt in de lucht, de diepten worden verlicht, ietwat doorzichtig, het water, helder en glanzend, is prachtig geschilderd en het riet langs de oevers steekt met het felle licht fraai af tegen het wazige groen van de bomen. In alles is de nabijheid van de zee te voelen en men kan zich aan dromerige overpeinzingen overgeven.”
De rivier het Gein is een van de vele thema’s die Willem Roelofs schildert. Het past bij zijn liefde voor eenvoudige, Nederlandse landschappen. Uit de vele schilderijen, olieverfstudies en aquarellen wordt duidelijk dat Roelofs op allerlei plekken werkt, zoals bij het dorp Meerkerk, in Drenthe en op de Nieuwkoopse Plassen. Het oeuvre omvat telkens terugkerende thema’s zoals een dreigende lucht met een regenboog of een opkomende onweersbui, polderlandschappen met molens en de rietvelden met eendenkooien en rietwerkers. De doorwrochte natuurstudies die aan deze werken ten grondslag liggen, hebben hun invloed niet onbetuigd gelaten. De schilderijen hebben inderdaad de ”adem der natuur” in zich. Een betere ondertitel bij de tentoonstelling over Roelofs is nauwelijks te bedenken.
”Willem Roelofs. De adem der natuur” is tot en met 25 februari te zien in Museum Jan Cunen te Oss en van 17 maart tot en met 12 mei in de Kunsthal te Rotterdam. Meer informatie: www.museumjancunen.nl.
Schilderen boven en onder de streep
De catalogus die bij de tentoonstelling ”Willem Roelofs. De adem der natuur” is verschenen, wordt interessanter als je er langer in leest. Langzaam maar zeker maken de volgorde waarin de landschapschilder Willem Roelofs (1822-1897) werkt en de materialen die hij gebruikt, duidelijk welk doel hij nastreeft met zijn kunstwerken.
Er is een foto bewaard gebleven waarop Willem Roelofs te zien is in zijn atelier. De hele wand hangt vol met natuurstudies die in eenvoudige goudkleurige lijstjes gevat zijn. Hierop baseert hij de schilderijen die hij maakt voor de verkoop. Pas aan het einde van zijn leven verkoopt hij, in de lijn van de beroemde schilders van Barbizon, een aantal van zijn schetsen aan enthousiaste verzamelaars.
Aan deze los geschilderde olieverfschetsen, die hij in de natuur maakt, ligt een zeer geordende werkwijze ten grondslag. Met behulp van een passer bepaalt hij de hoogte van de horizon en hij tekent deze in potlood. Omdat voor Roelofs juist de atmosfeer belangrijk is, werkt hij vanuit de horizon. Om en om schildert hij aan de lucht en aan het land, waarbij hij steeds zoekt naar een goede harmonie tussen beide. Dit lukt beter als hij vanuit de horizon werkt en niet eerst de lucht of het land in zijn geheel neerzet.
Roelofs is een kunstenaar die veel natuurstudies maakt en er lang mee bezig is de juiste atmosfeer te treffen in zijn schilderijen. Bij het schilderen in olieverf levert dit voor hem geen probleem op, maar bij de opkomende mode van het aquarelleren wel. De aquarel is juist licht en luchtig van karakter en er is niet zoveel mogelijkheid tot corrigeren. De oplossing vindt Roelofs door aquarellen te maken naar voltooide schilderijen, die hij ongewijzigd kan overnemen.
Uit deze manier van werken spreekt de bezieling van een kunstenaar die in alles de natuur wil navolgen. In zijn schetsen treft hij de directe indrukken van de natuur en in zijn schilderijen zoekt hij de harmonie en atmosfeer van het landschap vast te leggen. Door verzamelaars zijn vooral de schetsen als waardevolle kunstwerkjes ontvangen. Toch zijn deze schetsen van Roelofs bedoeld voor persoonlijk gebruik. Ze staan in dienst van de uitgewerkte en verfijnde olieverfschilderijen. Daarin wil hij niet slechts een natuurgetrouw plaatje tonen, maar iets wat erbovenuit stijgt: de adem van de natuur zelf.
Snuitkevers
De verzameling snuitkevers die Willem Roelofs tijdens zijn leven vergaarde, is een van de leukste details in de tentoonstelling. In verschillende uitgestalde bakken zijn hele rijen van deze diertjes keurig opgespeld. In nauwelijks leesbare letters is de Latijnse naam er steevast bij genoteerd. Roelofs is in zijn tijd niet alleen bekend als landschapschilder. Hij is ook zeker zo bekend als verzamelaar van snuitkevers. Roelofs is een belangrijk wetenschapper op het gebied van insecten en schrijft diverse artikelen over zijn passie: „De bijna koortsachtige spanning, waarmede men het onder steenen of bladen ontdekte vreemde schepsel, waarvan de vaak schoone kleuren het oog verrukken, tusschen de vingers van en in doos of fleschje in verzekerde bewaring brengt, kan alleen door een jager of natuurkundige gevoeld worden.”
Zijn werkdag begint om vijf uur in de ochtend met het doen van onderzoek naar snuitkevers. Vervolgens werkt Roelofs van halftien tot vijf uur in zijn atelier aan schilderijen. Als Roelofs studietochten maakt, combineert hij het verzamelen van natuurstudies met het zoeken naar snuitkevers. En net zoals hij stipt zijn collectie snuitkevers ordent, nummert hij als kunstenaar stipt zijn schetsen.
Uitbundig beschilderde plafonds
De voormalige Villa Constance, waarin het Museum Jan Cunen is gevestigd, is een prachtige plek om overzichtstentoonstellingen te presenteren van negentiende-eeuwse kunstenaars zoals Willem Roelofs.
Het neoclassistische gebouw dat in 1888 gebouwd werd, laat naast de renaissance- en barokstijl enkele gotisch aandoende decoraties zien. Eenmaal binnengekomen, komt de bezoeker via een monumentale trap in de rijk gedecoreerde zalen. De vloer is van parket dat uit de negentiende eeuw dateert. De wanden zijn betimmerd en de plafonds zijn uitbundig beschilderd. Het interieur is recent gerestaureerd en onder bescherming van het Rijk gekomen. Museum Jan Cunen is gratis toegankelijk en ligt vlak bij het treinstation in Oss, ongeveer een kwartiertje treinen van Den Bosch.