Ds. Kamphuis en ds. Moerkerken noemen de „goede” nieuwsvoorziening. De rector van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten vindt het „een illusie dat het nieuws waardevrij gebracht kan worden. Het RD doet dat niet, hoeft dat ook niet.” Ook Van Nieuw Amerongen, lid van het moderamen van de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk, hecht aan het „andersoortige” nieuws dat het RD brengt.
Toch kan het RD volgens prof. Baars, hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, „misschien nog meer onderscheid maken tussen opinie en pure journalistiek.” Dat laatste mag wat hem betreft zo objectief mogelijk zijn. „Dat wordt breed gewaardeerd.”
Opiniërende artikelen bepalen volgens alle geïnterviewden het gezicht van de krant. „Het RD helpt de ontwikkelingen in de maatschappij en de cultuur te verstaan”, vindt ds. Kamphuis, voorzitter van de Gereformeerde Bond. Scholten omschrijft de krant als „een opinievormend medium voor een bevolkingsgroep in een kantelende samenleving.”
„Er gaat leiding van uit. Ik zie om me heen dat de commentaren erg goed gelezen worden”, zegt ds. Moerkerken, die „blij is met de krant.” Met wat de predikant de confronterende rol van het RD noemt, kan hij minder goed uit de voeten. „Ik heb niet zo veel behoefte aan de meningen van allerlei mensen die breed etaleren hoe ze over onze gezindte denken of hoe ze er vanaf gegroeid zijn.”
Prof. Baars is erg voor opiniërende artikelen, zo zegt hij. Voor duidelijke en principiële artikelen, „die aangeven hoe wij in deze tijd hebben te staan.”
Cultuur
Is de krant veranderd in de afgelopen 35 jaar? Het RD is breder geworden, stelt de hoogleraar. „Om het eens kuyperiaans te zeggen: Er is aandacht voor alle terreinen van het leven. Voor cultuur, voor boeken en muziek. Ook de aandacht voor jongeren is toegenomen.” Prof. Baars waardeert dit in principe positief. Tegelijk, geeft hij aan, bestaat het gevaar dat daardoor de grenzen worden verlegd. „Het dilemma is altijd dat wij in deze wereld staan, maar er niet van zijn. Overal in meegaan kan niet. Wél moeten we het publiek op een heldere en principiële manier voorlichten. Dat betekent dat je niet aarzelt om als het nodig is een afwijzend standpunt in te nemen. We kunnen ons voor de wereld niet afsluiten. Op Bijbelse wijze stelling nemen kunnen we wel. Daar is behoefte aan.”
Scholten betreurt het dat bepaalde dingen die vroeger buiten het gezichtsveld van de achterban lagen de gezindte binnendringen. De podiumfunctie van het RD, „hoe belangrijk ook”, heeft volgens hem daarom schaduwzijden. „In bepaalde kringen in de achterban ontstaan nieuwe denkbeelden. Natuurlijk wordt er dan in de krant tegengas geboden. Feit is wel dat ze serieus genomen worden. En dat werkt gewenning en acceptatie in de hand.”
Een groot gedeelte van de ouderen zal geen behoefte hebben aan het bespreken van allerlei cultuuruitingen, merkt Van Nieuw Amerongen op. „Voor jongeren daarentegen is dat van groot belang. Het is goed dat het RD uitingen als film en toneel negeert. En áls het naar voren komt -sommige dingen komen immers heel dichtbij- laat dan een eerlijk en een kritisch geluid vanuit het reformatorische gedachtegoed horen.”
Het moderamenlid vindt het „best heel wenselijk” dat de krant opinievormend en kritisch blijft. Maar polariserend moeten de artikelen volgens hem niet zijn. „Wat naar mijn idee nog wel eens ontbreekt, is iets van een slotbeschouwing. Een doorslaggevend geluid van een persoon die daartoe in staat is.”
Ds. Moerkerken maakt zich zorgen over de verschuivingen in de opvattingen over leer en leven die „ongetwijfeld” zichtbaar zijn in de achterban. „Het kan niet anders of dit zet de redactionele koers onder druk. Als krant besta je immers niet zonder je lezers. Maar daar ligt het gevaar. De tegenstroom wordt sterker. Meningen gaan zich steeds meer manifesteren.” De rector merkt op dat het RD wat hem betreft een meer behoudende koers mag varen in de wijze waarop cultuur ter sprake komt.”
Eieren
Moeten alle verschillen tussen kerken onderling in het RD, vraagt ds. Kamphuis zich af. In de krant komen ze volgens hem nadrukkelijk voor het voetlicht. „Ongewild worden onderlinge verschillen vergroot. In onze gezindte kunnen we daar lastig mee omgaan.” De predikant geeft aan op dit punt „redelijk kritisch” te zijn. „De manier van verwoorden en citeren vind ik zeer zorgvuldig. Het gaat me meer om de achterliggende vraag: Is ieder verschil van inzicht nieuws? Ik meen van niet. Maar, omdat de verschillen in de krant verschijnen, worden ze ineens nieuws. Met als bijkomend effect dat ze worden aangejaagd en gestimuleerd.”
Als lopen op ongekookte eieren. Daarmee vergelijkt ds. Moerkerken het werk van de kerkredactie van het RD. „In het algemeen is er wijs en voorzichtig met het kerknieuws omgegaan. Wanneer er in een kerk iets pijnlijks voorvalt wat publiciteit trekt, staat het RD voor de vraag: schrijven we er niets over of doen we het op een ingetogen manier? En toch zijn er dan mensen boos omdat ze over hun kerkverband lezen.” Zelfkritiek is volgens de rector op zijn plaats. „We willen er wél over lezen als dergelijke dingen in een ander kerkverband gebeuren. We vragen van de redactie dan het onmogelijke.”
Ds. Kamphuis ziet behalve uitvergroting van verschillen ook onderlinge herkenning. „We delen onze liefde voor het gereformeerd belijden. Daar willen we voor staan. In alle verscheidenheid, maar toch. We staan ook voor dezelfde problemen. De secularisatie, de diepe kloof tussen Woord van God en hoorder. Als het gaat om het doorgeven van het ons overgeleverde erfgoed aan een nieuwe generatie, delen we de zorg.”
Van Nieuw Amerongen is van mening dat het RD -evenals het reformatorisch onderwijs- heeft laten zien dat de gereformeerde gezindte breder is dan het eigen kerkverband. „Ik vind dat een goede ontwikkeling. Karikaturen worden bijgesteld. Laat jongeren maar zien dat het geestelijk koninkrijk heel wat verder reikt dan hun eigen kerkverband.”
Door het RD hebben we elkaar beter leren kennen, erkent Scholten eveneens. „Dat heeft zijn goede kanten. Tegelijk moeten we constateren dat we verder uit elkaar gegroeid zijn.”
De vraag of het dagblad voor herkenning of juist voor vervreemding tussen kerken heeft gezorgd, vindt prof. Baars een van de lastigste. „De laatste 30 à 35 jaar overziende heb ik tot mijn verdriet de indruk dat spanningen tussen de kerken en in de gezindte zijn toegenomen. De verwijdering werd sterker, door allerlei factoren. In dat hele gebeuren staat het RD. Het is waar dat het steeds moeilijker wordt om een krant te maken voor de hele gezindte. Maar het is ook een mooie taak. Voorop staat dat ik doorgaans veel waardering heb voor de manier waarop het werk gebeurt. De redactie gaat te midden van de verschillen op een eerlijke en principiële manier haar weg. Maar soms gebeurt het, en daar ben ik wat kritisch in, dat een verslag niet de hoofdlijn weergeeft van wat gezegd is tijdens een bijeenkomst of vergadering. Dat enkele uitspraken er in het verslag uitspringen ten koste van andere dingen die gezegd zijn. Maar ik zeg absoluut niet dat dit standaard is.”
Negentiende-eeuws
Manifesteerde het RD zich in de afgelopen tien jaar breder dan alleen in de eigen zuil? Is het een krant met een boodschap voor heel Nederland? De hoogleraar: „De krant probeert inderdaad op heel veel terreinen het nieuws principieel te belichten. De vraag is: Landt dit ook in de maatschappij? Uiteindelijk zal dat maar in een beperkt gedeelte van de samenleving zijn. Ik vrees zelfs dat dit deel kleiner wordt - maar ik hoop dat ik het mis heb.” Zou het kunnen? „De absolute voorwaarde is trouw aan de beginselen. Als er middelen zijn om meer mensen te bereiken vanuit de vaste standpunten, zal ik alleen maar dankbaar zijn.”
Het is „vreselijk moeilijk” om een breder publiek aan te spreken, zegt Scholten. „De krant is huisvriend van de eigen mensen. Daar houd je rekening mee, daarmee wil je vertrouwd zijn. En dat betekent een barrière voor mensen van buiten de gezindte.”
Ds. Kamphuis: „De aandacht voor de kleine en grote spanningen in de eigen zuil belemmeren een bredere manifestatie.” Aarzelend is de voorzitter over de vraag of de krant een boodschap voor heel Nederland heeft. „Overeind moet blijven dat de krant vanuit een duidelijke achtergrond nieuws en achtergronden biedt. In dat licht komen ook de grote vragen van ons land, van de wereld aan de orde. Juist zorgvuldig analyserende artikelen over onze cultuur dienen het bereik.”
De Rotterdamse rector formuleert zijn mening bondig. Het bevindelijk-gereformeerde geluid is onmisbaar. „Maar je moet de krant kunnen neerleggen in de wachtkamer van het ziekenhuis, zonder dat mensen denken: Wat is dit voor negentiende-eeuws blad? Je moet een principiële krant uitgeven die toch helder is naar buiten toe.”
Van Nieuw Amerongen is werkzaam als hoogleraar orale biochemie aan het VU medisch centrum Amsterdam. „Mede door de digitale krant wordt het RD breder gelezen”, merkt hij op. „In de knipselkrant van de Vrije Universiteit komen regelmatig RD-artikelen over het hoger onderwijs voor.”
Sober
Het toegenomen materialisme in de gezindte wijzen Scholten en Van Nieuw Amerongen beiden sterk af. „Eenvoud in levensstijl dient ook in het advertentiebeleid en in het redactionele beleid de leidraad te zijn”, benadrukt de hoogleraar. „De toegenomen welvaart trekt sporen in het RD. Dat is minder eenvoudig en sober dan voorheen.”
Scholten noemt verder de noodzaak van het bewaken van schriftgezag en het gezag van de belijdenisgeschriften. En wil waarschuwen voor „het oppervlakkiger maken van het geloof.”
Bewaar het pand, is ook de boodschap van ds. Moerkerken. „Laten we standvastig blijven tegenover tendensen die in de achterban de schriftuurlijke leer en zeden onder druk zetten. Daarnaast mogen we dankbaar zijn voor onze zuil. En daar zuinig op zijn. Regelmatig zeg ik tegen mijn kinderen: „Joh, lees dit stuk eens.”
Dankbaar is ds. Kamphuis voor het verschijnen van het RD. Zijn raadgeving: „Laat niet alle journalistieke kracht wegvloeien in eindeloze splinterkwesties die de gereformeerde gezindte verdelen. Houd zicht op de grote lijnen van Gods werk in deze en de toekomende tijd. Dat is het echte nieuws.”
„We hoeven ons niet te schamen voor een helder en een principieel geluid”, stelt prof. Baars. „Ook al is het controversieel. Iedereen komt voor zijn mening uit. Misschien zijn we naar buiten toe wel eens iets te bescheiden.”