Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

CU-SGP: Eurorealisme vanuit christelijke optiek

 Drs. P. van Dalen (l.) en drs. B. Belder (r.): bovenaan de Europese lijst van CU-SGP.

Drs. P. van Dalen (l.) en drs. B. Belder (r.): bovenaan de Europese lijst van CU-SGP.

„Europa moet anders.” Lijsttrekker Peter van Dalen herhaalt het enkele keren in het gesprek. Hij geeft er in een paar woorden de opstelling van ChristenUnie-SGP tegenover de EU mee aan. Op sommige punten de samenwerking intensiveren en tegelijk erop letten dat Brussel zich niet met steeds meer zaken bemoeit.
Van Dalen (ChristenUnie), nu nog werkzaam als hoofdinspecteur-directeur op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, voert de combinatie van de twee christelijke politieke formaties bij de Europese verkiezingen op 4 juni aan. Hij maakt straks, bij een gunstige uitslag, zijn debuut in Brussel en Straatsburg. Op plaats twee op de lijst staat Bas Belder. Deze SGP’er is al sinds 1999 Europarlementariër en hoopt volgende maand te worden gekozen voor een derde termijn van vijf jaar.

„Constructief verantwoordelijk”, zo duidt laatstgenoemde de houding aan van waaruit beide partijen wensen te opereren. Even later: „Wij hebben altijd geopteerd voor Eurorealisme en dat vanuit een christelijke optiek. Dat realisme heeft Gods Woord als fundament nodig.” „Exact”, beaamt zijn collega-kandidaat voor een zetel in het EP.

Constructief

Toch worden zij vaak versleten voor een club van Eurosceptici. Belder: „Ik herken mij niet in die kwalificatie. Wij zijn in de vakcommissies van het Parlement heel praktisch bezig. Dat heeft er in de voorbije jaren in geresulteerd dat Blokland en ik bij diverse dossiers zijn aangewezen als rapporteur. Andere afgevaardigden gunden ons dat omdat zij ons beschouwden als solide, constructieve leden, zij het met tevens een kritische blik op Europa.”

Van Dalen: „Ik kan me dat beeld van Eurosceptici wel enigszins voorstellen. We stonden ten slotte afwijzend tegenover de Europese grondwet.” Aansluitend merkt hij over de positionering in het huidige politieke krachtenveld op: „Er valt voor de burger in ieder geval iets te kiezen. Aan de ene kant zijn er in Nederland partijen die uitsluitend roepen: Europa, Europa, Europa. Dan praat je over D66 en GroenLinks. Anderzijds zie je dat SP en PVV het EP het liefst opheffen. Wij op onze beurt zeggen: je hebt elkaar nodig, maar je moet ook ervoor waken dat Brussel zich niet overal in mengt.”

Daarmee lijkt CU-SGP qua visie op de EU dicht bij het CDA uit te komen. „Nee, nee, nee”, reageert Van Dalen, „vergeet niet dat de christendemocraten als Europese familie ooit een verklaring hebben aanvaard, die nog altijd geldt en die klip-en-klaar vermeldt dat zij zich inzetten voor het realiseren van een federaal Europa.”

Consistent

De titel van het gezamenlijke verkiezingsprogramma van ChristenUnie en SGP en de slogan in de campagne luiden: ”Samenwerking ja, superstaat nee”. De leus geeft invulling aan het eerder geopperde begrip Eurorealisme. Van Dalen constateert daarbij: „Eigenlijk loopt ze als een rode draad door onze geschiedenis. In de jaren tachtig hanteerden we al eens: samenwerking ja, eenheid nee. Het toont aan dat we door de tijd heen op dezelfde wijze tegen het eenwordingsproces zijn blijven aankijken.” Belder vult aan: „Je vraagt jezelf natuurlijk wel eens af of we consistent zijn in ons handelen. Ik durf met een eerlijk geweten daarop voluit ja te zeggen, bijvoorbeeld als het gaat om de afbakening van bevoegdheden.”

De lijsttrekker: „Aan de ene kant dringen wij aan op nauwere samenwerking bij echte grensoverschrijdende vraagstukken, zoals milieu, klimaat en de asielproblematiek. Het is op die gebieden niet allemaal op orde.” Belder benadrukt: „Een grote wens van mij betreft het tot stand brengen van een degelijk Europees energiebeleid, teneinde de ongestoorde aanvoer van olie en gas te waarborgen.”

Ook bij de aanpak van de huidige economische malaise verlangt Van Dalen een stevigere rol van de EU. „Zij is te laat en te weinig actief geweest bij de crisisbestrijding.” Maar het stimuleren van de bedrijvigheid, als voornaamste element in dit verband, kan toch het beste worden gedaan door de nationale overheden? De Europarlementariër in spe: „Het is én én. Het kabinet heeft besloten tot een prima pakket maatregelen. Laat daarbovenop de Europese Commissie extra impulsen toedienen door het versneld uitvoeren van grote infrastructurele projecten in de Unie. Daar zijn omvangrijke budgetten voor gereserveerd. Daarmee creëer je werkgelegenheid.”

„Verder mis ik gemeenschappelijke regelgeving voor hedgefunds en voor het uitbetalen van bonussen. En het toezicht op banken en verzekeraars vind ik veel te versnipperd. Breng dat onder bij de Europese Centrale Bank. Dan praten we over allemaal zaken waarmee alle landen te maken hebben, die grensoverschrijdend zijn.”

Europa moet anders. Van Dalen wijst daarbij ook op de structuurfondsen, ooit in het leven geroepen om achtergebleven gebieden, qua welvaart, te helpen. „Daar gaat heel veel geld in om, zo’n 735 miljard euro in de lopende meerjarenbegroting. Volgens mij verdwijnt het doel achter de horizon als er vandaag de dag enorme betalingen naar grote, rijke landen als Duitsland, Frankrijk en Engeland stromen, en dat ten koste van steun aan de arme regio’s in Oost-Europa.”

Van Dalen pleit niet voor een bezuiniging op die fondsen, met, wat daaruit voortvloeit, een verlaging van de Nederlandse afdracht aan de EU-kas. „Ik dring alleen aan op een juiste aanwending van de middelen. Wij boeken vanuit de schakist jaarlijks tussen de 5 en 6 miljard euro over naar Brussel. Dat bedrag is gerelateerd aan ons welvaartsniveau en dat lijkt me een goede koppeling.”

Verdrag van Lissabon

Wat de andere component uit de verkiezingsslogan aangaat: in hoeverre is er daadwerkelijk het gevaar van een ontwikkeling richting een superstaat? „Dat gevaar is buitengewoon reëel”, meent Van Dalen. „Europa gaat door met pogingen om allerlei terreinen binnen te dringen.” Hij illustreert dat met voorbeelden. „De Commissie publiceerde afgelopen winter een document waarin zij doelstellingen lanceert voor het basis- en middelbaar onderwijs, over onder meer de leeftijd waarop kleuters naar school moeten. Dan betreed je dus een gebied waarvoor nationale wetgeving geldt. Twee: al jarenlang buigt een groep van deskundigen zich in stilte over mogelijkheden om voor alle lidstaten één burgerlijk wetboek in te voeren. Dat zou zeer vergaande consequenties hebben. Kortom, we moeten echt goed opletten.”

Waarschijnlijk op 1 januari volgend jaar wordt het Verdrag van Lissabon van kracht. Dat voorziet in bestuurlijke hervormingen binnen de Unie. Zo treedt er een permanente voorzitter aan -sommigen noemen het een president- en vervalt bij een aantal onderwerpen het vetorecht voor elk van de landen. Van Dalen beantwoordt de vraag of zich onder ‘Lissabon’ een beweging naar de gevreesde superstaat zou kunnen manifesteren bevestigend. „Het hangt af van de politieke wil.”

Niettemin sprak de ChristenUnie in de Tweede kamer zich uit voor het nieuwe verdrag. De SGP stemde tegen. Bij de behandeling in het Europees Parlement viel de afweging van de vertegenwoordigers van deze partijen ook verschillend uit. Belder handhaaft nog steeds zijn negatieve oordeel, zegt hij. „Zeker als ik zie hoe het EP precieze invulling denkt te geven aan de beoogde wijzigingen. Bijvoorbeeld: over het buitenlands beleid van de Unie beslissen tot op heden de lidstaten. Toch probeert het Parlement in de toekomst meer grip te hebben op dit terrein. Zo wil het de eigen Europese diplomatieke dienst inzetten als een soort vervanging van onze belangenbehartiging via de nationale ambassades. Daar voelen wij dus niets voor.”

Bij de afwijzing van het voorstel voor een Europese grondwet trokken CU en SGP één lijn. Rond het Verdrag van Lissabon scheidden de wegen. Het vormde echter geen belemmering voor toch weer een gezamenlijke lijst. „De parlementsleden zullen op basis van dit verdragskader hun werk doen”, lezen we in het programma. Van Dalen: „Lissabon is straks een feit. Dat hebben we gewoon te accepteren. De discussie over de inhoud ligt achter ons. Nu zien we het als onze taak de vinger aan de pols te houden dat Brussel niet de weg vervolgt om de bevoegdheden almaar verder op te rekken.” Belder: „Gebeurt dat namelijk wel, dan ondermijnt dat het vertrouwen van de burger; dat zou de kloof met hem vergroten. Dan wordt de EU een doel in zichzelf en niet een instrument van de lidstaten om de belangen van eigen burgers in Europees verband adequaat te dienen.”

Nederlands belang

Voelen de vertegenwoordigers van ChristenUnie en SGP zich in Brussel en Straatsburg Nederlander of Europeaan? Van Dalen antwoordt: „Primair het eerste. Ik word door Nederlandse kiezers via een Nederlandse lijst gekozen. Daarom zal ik mijn best doen om het Nederlandse belang te behartigen. Maar, je kan in Europa alleen functioneren als je samenwerkt met anderen, in je eentje bereik je niets. We zullen door de bril van het Nederlands belang ons inspannen om tot besluitvorming te komen in de EU.”

Belder voegt hieraan toe: „In het Europees Parlement is het één groot spel van nationale belangen. Logisch. Wat zou je dan verwachten: dat iedereen opeens handelt vanuit één Europees belang? Ik word me er steeds meer van bewust, door contacten met sectoren als de landbouw en de visserij, dat we buitengewoon op onze qui-vive moeten zijn om juist de Nederlandse belangen te verdedigen.”


Toetreding tot fractie christendemocraten is optie

Snel na de verkiezingen dient zich de vraag aan bij welke fractie in het EP de afgevaardigden van ChristenUnie en SGP zich aansluiten. Afzijdig blijven biedt immers geen perspectief, want dat betekent weinig faciliteiten en al helemaal geen invloed; „ploegen in de woestijn”, zoals Van Dalen het uitdrukt.

In de voorbije periode van vijf jaar vond de tweemansdelegatie onderdak bij wat heet Onafhankelijkheid en Democratie, afgekort als, in het Engels, IND/DEM. De ruim twintig leden daarvan, uit negen landen, verenigden zich op basis van hun verzet tegen de Europese grondwet.

Van Dalen: „Het partijcongres van de CU heeft opgedragen te bekijken of toetreding tot de christendemocraten of fractievorming met geestverwanten mogelijk is. Dat onderzoek voeren wij samen uit. Beslissend zijn aspecten als: welke groepen en welke mensen doen er straks mee aan het beoogde samenwerkingsverband, kunnen we ons eigen geluid laten horen, zijn we volledig vrij om zelf ons stemgedrag te bepalen en hebben we ruimte om onderwerpen die wij vanuit ons programma belangrijk vinden, aan de orde te stellen. Wat het wordt, moeten we afwachten. Alles ligt open en één ding staat vast: de IND/DEM keert na de verkiezingen niet terug.”

De SGP is altijd terughoudend geweest ten aanzien van opereren vanuit het grote geheel van de christendemocraten, de Europese Volkspartij (EVP). Zijn de bezwaren op dit punt verdwenen? Belder: „We sluiten op voorhand niets uit. Dat zeg ík niet alleen, dat zegt ook mijn partijbestuur, al mag je aannemen dat we niet bij de socialisten of liberalen gaan zitten.”

Daaraan voegt hij toe: „Onze onafhankelijke positie binnen de IND/DEM heeft ons overigens veel opgeleverd qua rapporteurschappen en spreektijden. Jammer genoeg is dat in de media onderbelicht gebleven. Die focusten steeds op lieden met extreme politieke stellingnames. Maar die tref je overal aan.” De twee kandidaten voor een zetel in Brussel en Straatsburg wijzen erop dat binnen de EVP bijvoorbeeld de groep van Berlusconi is gefuseerd met de neofascisten.

Ondertussen heeft ChristenUnieleider Rouvoet in de Nederlandse verhoudingen deelname aan een coalitie met de PVV uitgesloten. Zou de combinatie CU-SGP in het EP wél in een fractie stappen waartoe ook de partij van Geert Wilders behoort? „Nee”, zegt Van Dalen resoluut. „Dat is voor mij ondenkbaar.” Belder denkt daar hetzelfde over.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels