Tot nog toe valt er weinig positief nieuws over longkanker te melden. Jaarlijks krijgen ongeveer 9000 Nederlanders, meest mannen, te horen dat ze longkanker hebben. Ongeveer 6500 mannen en 2300 vrouwen overlijden aan de kwaadaardige aandoening. In België liggen die aantallen respectievelijk op 6000 en 1200.
In Nederland krijgen ongeveer 1 op de 13 mannen en 1 op de 48 vrouwen longkanker. Dat zijn vooral rokers en ex-rokers. Bij de meeste vormen van kanker is de kans op genezing groter als de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt, er geen uitzaaiingen zijn en de tumor operatief is te verwijderen. „Longkanker wordt meestal pas ontdekt als zich klachten of symptomen voordoen. In bijna driekwart van de gevallen is de tumor dan al uitgezaaid en de kans op genezing is dan nihil”, zegt dr. Rob van Klaveren, longarts van het Erasmus Medisch Centrum, locatie Daniel den Hoed, in Rotterdam.
Om te bezien of daar wat aan is te veranderen, is een Nederlands-Vlaams-Deense studie van start gegaan onder de naam Nelson: Nederlands-Leuvens Longkanker Screenings Onderzoek. Deze studie is opgezet door de afdelingen longziekten en maatschappelijke gezondheidszorg van het Erasmus MC. Van Klaveren is een van de artsen die de spil vormen van het onderzoek. Ziekenhuizen die aan Nelson meewerken zijn het UMC Utrecht, het UMC Groningen, het Kennemer Gasthuis Haarlem, het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg Leuven in België en het Gentofte ziekenhuis te Kopenhagen in Denemarken.
Spiraal-CT-scan
In 2003 zijn in de regio’s Haarlem, Amstelveen, Drenthe, Utrecht, Groningen en Leuven in België 600.000 mannen en vrouwen door de GGD benaderd. Zij kregen vragenlijsten over hun rookgedrag toegestuurd. Op grond van de antwoorden zijn er mensen met een verhoogd risico op longkanker geselecteerd.
Na deze voorronde besloten in Nederland 16.000 rokende en voorheen rokende mannen en vrouwen deel te nemen aan het onderzoek, en ruim 4000 in Denemarken. Via loting zijn de deelnemers in twee groepen verdeeld: de scangroep en de controlegroep. Van de mensen in de scangroep wordt in het eerste, tweede en vierde jaar een CT-scan gemaakt, waarbij hun beide longen in beeld worden gebracht. Mensen in de controlegroep krijgen zo’n scan niet.
Hester Gietema, radioloog in opleiding in het Meander Medisch Centrum Amersfoort en als onderzoeker aan het project verbonden: „Geen enkele röntgenbeeldtechniek is in staat om alle plekjes aan het licht te brengen. Maar spiraal-CT-scanning is een zeer snelle methode die ook kleine weefselveranderingen haarscherp in beeld krijgt. Dit type CT-scan heeft eigenlijk de gewone CT uit de jaren zeventig vervangen. De oude scanmethode, die vrij lang duurde en waarbij de ronddraaiende boog van de CT-scan steeds moest worden verplaatst, maakte foto’s van weefselplakjes, die door de computer aan elkaar werden verbonden.
Bij de spiraal-CT-scan beweegt de onderzoekstafel zelf door de ronddraaiende boog van de CT-scan. In ongeveer tien seconden wordt dan een reeks foto’s van de longen gemaakt, waarbij de computer de plakjes rechtstreeks aan elkaar verbindt. Met drie diepe ademteugen, een keer hoesten en daarna stilliggen en de adem gedurende vijftien seconden inhouden is het hele onderzoek achter de rug.”
Resultaten
De eerste tussenresultaten van de Nelsonstudie laten zien dat 75 procent van de longtumoren, dankzij de spiraal-CT-scan, in een vroeg -en goed behandelbaar- stadium is ontdekt. Er was bij deze patiënten nog geen sprake van uitzaaiingen. Ze zijn vervolgens geopereerd. Een kwart van de longtumoren werd in een verdergevorderd stadium ontdekt.
Longarts Van Klaveren: „Door de resultaten van de scangroep met de controlegroep te vergelijken, kunnen we achterhalen of vroegtijdige opsporing en behandeling van longkanker levens spaart. Wij verwachten dat de sterfte aan longkanker, dankzij vroege opsporing, wel eens met 20 procent zou kunnen dalen. De eerste echte resultaten verwachten we rond 2009 en de uiteindelijke resultaten op basis van de verschillen in longkankersterfte in de scangroep ten opzichte van de controlegroep pas in 2015.”
Longslijmtest
Anderhalf jaar voordat een tumor op een longfoto zichtbaar is, kan een beetje slijm dat een patiënt ophoest al uitwijzen dat er sprake is van longkanker.
Wetenschappers weten reeds geruime tijd dat een aantal genen van longslijmvliescellen in het beginstadium van kanker verandert. Longkankerspecialist dr. Steven A. Belinsky van het Lovelace Respiratory Research Institute in de Amerikaanse stad Albuquerque publiceerde vorig jaar de test in het tijdschrift Cancer Research. Deze test gaf weliswaar goed aan of iemand longkanker heeft, maar helaas wees deze ook in 35 procent van de gevallen gezonde patiënten aan.
Belinsky is druk bezig de test betrouwbaarder te maken. „We onderzoeken tientallen genen die allemaal in meer of mindere mate aangeven of iemand kanker heeft. Het ene gen zegt meer dan het andere, daar moeten we meer grip op zien te krijgen.”
De longkankerspecialist verwacht een screeningsmethode in handen te krijgen met een betrouwbaarheid van boven de 80 procent. Hij rekent erop dat zijn test in de toekomst een doorbraak betekent in de behandeling van longkanker.
Bloedtest
Franse onderzoekers presenteerden vorig najaar tijdens het jaarlijkse congres van het Europees Genootschap voor Medische Oncologie (ESMO) in Istanbul de ontwikkeling van een bloedtest om longkanker in een vroeg stadium op te sporen.
De nieuwe test kan eiwitten aantonen die door kankercellen in het bloed worden geproduceerd. Tumorcellen produceren verschillende soorten en hoeveelheden eiwitten, waardoor de bloedeiwitprofielen uniek zijn. Deze eiwitten zijn al aanwezig lang voordat de verschijnselen van longkanker zich voordoen.
Onderzoekers in het Arnaud de Villeneuve ziekenhuis in Montpellier analyseerden bloedmonsters van 170 patiënten, van wie er 147 longkanker hadden en 23 er leden aan chronische longziekten zoals longemfyseem. De nauwkeurigheid van de test is bijna 90 procent, maar dat is nog onvoldoende om het te gebruiken als screeningsinstrument.
De onderzoekers waarschuwen dat het nog jaren kan duren voordat de test tot de dagelijkse medische realiteit behoort. Maar de aanpak om naar kanker te zoeken door middel van een bloedtest is volgens experts veelbelovend.