Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

ChristenUnie gaat voor deelresultaten

 De politieke voormannen van CDA, PvdA en ChristenUnie, Balkenende (m.), Bos (l.) en Rouvoet (r.), presenteren in februari hun regeerakkoord aan de pers. Foto ANP
 1 van 3  

De politieke voormannen van CDA, PvdA en ChristenUnie, Balkenende (m.), Bos (l.) en Rouvoet (r.), presenteren in februari hun regeerakkoord aan de pers. Foto ANP

Vier jaar geleden hield niemand het voor mogelijk: de ChristenUnie in de regering. Toch levert de partij nu twee ministers en een staatssecretaris. Een nieuwe strategie maakt deelname mogelijk. Wat houdt die in en waar leidt die toe? De ChristenUnie een mini-CDA? „Dat nooit.”
Mei 2003. ChristenUnielijsttrekker Rouvoet debatteert met zijn CDA-evenknie Balkenende over mogelijke regeringsdeelname. Het is net voor de Tweede Kamerverkiezingen. Het Nederlands Dagblad organiseert een verkiezingsdebat tussen de christelijke lijsttrekkers. Rouvoet zegt dat zijn partij alleen maar kan deelnemen in een kabinet als eerst de abortuswet van tafel gaat: „Als het CDA zegt: We draaien de abortuswet terug, dán ga ik goed nadenken over eventuele regeringsdeelname. Anders niet.”

Tijdens de campagne voor de Kamerverkiezingen van november vorig jaar tapt Rouvoet uit een ander vaatje. In Hardenberg stelt hij dat deelname van de CU mogelijk moet zijn als de partij op één terrein in staat is een bres op ethisch terrein te dichten. „Als je in een kabinet de kans krijgt om bijvoorbeeld op het terrein van zwangerschapsafbreking je idealen te verwezenlijken en op het terrein van euthanasie in de komende jaren niet, neem je een grote verantwoordelijkheid als je niet participeert. In de politiek moet je beseffen dat je niet alles in één keer kunt bereiken.”

In een interview met deze krant, net voordat de onderhandelingen over een regeerakkoord beginnen, kiest hij nog een andere benadering en laat daarmee de mogelijkheid open dat op geen terrein de bres helemaal wordt gedicht: „Laten we zeggen dat er tien bressen zijn. Dan kun je ervoor kiezen op een vijftal terreinen de bres in de dijk voor een aanzienlijk deel dichten en op andere niet. Je kunt ook van alle tien de bressen het gat een heel klein beetje kleiner maken.”

Tegenvraag
Uit het regeerakkoord blijkt inderdaad dat geen enkele bres helemaal is gedicht. In zijn toelichting op het akkoord zegt Rouvoet zelfs dat het terugdraaien van wetten geen enkele zin heeft. In Lelystad, waar de partijleiding net na de formatie de achterban informeert, beantwoordt hij kritische vragen van een aanwezige met een tegenvraag: „Wat schieten we ermee op als we vandaag de abortuswetgeving zouden afschaffen? Dan hebben we 33.000 illegale abortussen. Daarom zetten we in op maatregelen die de vraag naar abortus indammen.” Rouvoet krijgt vervolgens van de aanwezigen een daverend applaus.

De directeur van het partijbureau, Henk van Rhee, gezaghebbend strateeg in de partij, ontkent dat er sprake is van een veranderde strategie. „Dat wil de SGP’er Van der Vlies ons natuurlijk graag laten geloven, maar daar is geen sprake van. We houden onze uitgangspunten vast. Onze standpunten staan in ons verkiezingsprogramma en daar doen we geen millimeter van af. Wel hebben we ons bezonnen op de manier waarop we ons moesten opstellen toen de vraag aan de orde kwam of we aan de regering zouden kunnen deelnemen. Dat deden we eerst in het campagneteam en later in het onderhandelingsteam. Dat heeft geleid tot de bereidheid om het huidige regeerakkoord te ondertekenen. Nee, een veranderde strategie zou ik dat niet willen noemen.”

Daarentegen heeft de tijdelijke directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie prof. dr. R. Kuiper weinig moeite om te erkennen dat er sprake is van een veranderende strategie. Volgens hem is het denkproces over regeringsdeelname gestart in 2003. „Toen mochten ChristenUnie en SGP even bij CDA en VVD aan de onderhandelingstafel schuiven. Ze waren daar destijds niet op voorbereid. Dat heeft iets teweeggebracht in het denken. In eerste instantie bij onze voorman Rouvoet, maar daarna breder.”

Voorbereid
Tijdens de verkiezingscampagne voorafgaand aan de verkiezingen van november vorig jaar heeft Rouvoet de resultaten van zijn denken met de achterban gedeeld. Kuiper: „Hij heeft de achterban toen voorbereid op het maken van keuzes in het geval het tot regeringsdeelname zou komen. Kern van het nieuwe denken is dat je als kleine politieke partij in Den Haag niet moet gaan voor afschaffing van alle slechte wetten ineens, maar dat je moet gaan voor deelresultaten. Nederland is een coalitieland, en je kunt niet alles ineens bereiken.”

Eerste Kamerlid prof. dr. ir. E. Schuurman denkt dat het proces over mogelijke regeringsdeelname al eerder is gestart. „Voorafgaand aan de verkiezingen van 2002 heeft onze toenmalige voorman, Van Dijke, hierover gesproken met de toenmalige voorman van de PvdA, Melkert. Dat gesprek heeft destijds tot niets geleid.”

De nieuwe strategie is vanaf 2003 geregeld aan de orde geweest in het politieke beraad dat de ChristenUnie eens per vijf à zes weken voert, zo onthult Schuurman. „In dat overleg, waaraan zo’n twaalf personen deelnemen, zitten alle geledingen van de partij. Daar spreken we regelmatig over strategie en koers.”

In dat overleg heeft Schuurman een zekere opvoedende functie gehad. „In onze partij is altijd een aantal mensen geweest dat regeringsdeelname afkeurt. Daar heb ik me altijd tegen verzet. Mijn opvatting is dat je wel mag participeren, maar om deel te mogen nemen moet het beleid zich in de goede richting bewegen. Het gaat de ChristenUnie om de ontwikkeling van recht en gerechtigheid ten dienste van de grote Koning.”

Als voorbeeld van hoe het niet moet, noemt Schuurman de abortuswetgeving in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. „Abortus was verboden. Toen kwam het CDA met een compromis dat abortus mogelijk maakte. Dat was principieel onjuist. De partij had voet bij stuk moeten houden. Daardoor ging de ontwikkeling de verkeerde kant uit.”

Wonderlijk
Volgens Schuurman bewerkt het huidige coalitieakkoord wel een keer ten goede. „Als de gemaakte afspraken over alternatieven voor abortus en euthanasie worden uitgevoerd, ben ik ervan overtuigd dat we bezig zijn om recht en gerechtigheid te bevorderen. Wonderlijk dat daar anno 2007 mogelijkheden voor zijn.”

Kuiper erkent dat de nieuwe strategie veel lijkt op de manier waarop het CDA politiek bedrijft. Toch is er volgens hem een fundamenteel verschil: „Het CDA berust in het compromis. Te vaak wordt bij hen een politieke deal tot uitgangspunt van het denken. Het CDA is een bestuurderspartij. Wij zijn en blijven een beginselpartij.”

De directeur van het Wetenschappelijk Instituut stelt alles in het werk om de ChristenUnie het profiel te laten houden van een Bijbelgetrouwe christelijke partij. „We moeten geen mini-CDA worden. Dat nooit. Daarom blijven we investeren in de eigenheid van de ChristenUnie als christelijke partij.”

In het regeerakkoord staan mooie dingen, stelt Kuiper, bijvoorbeeld over de rechtsbescherming van het leven. „Dat is de eerste stap, maar de partij moet verder denken over volgende stappen om een keer ten goede te bewerkstelligen. De partij is vrij en niet gebonden aan het regeerakkoord. Dat biedt mogelijkheden.”

Dit najaar komt Kuiper met een advies over volgende stappen. „Ik ben met een groep met mensen uit het Lindeboom Instituut, de VBOK en de Nederlandse Patiëntenvereniging bezig om hierover na te denken. Een van de dingen die we daarbij aan de orde stellen is terugdringing van de wekengrens waarop abortus mag plaatsvinden. In Nederland ligt die op 24. Dat is erg laat. Veel landen trekken vroeger een grens. Bovendien is er gezien de medische ontwikkelingen alle reden om de wekengrens te verlagen.” Vrijdag organiseert het Wetenschappelijk Instituut een bijeenkomst in het kader van de strategieontwikkeling rond medisch-ethische vraagstukken.

Kuiper vindt dat er vooral rond abortus een kritische sfeer moet ontstaan: „Daar is alle reden voor. Berichten over abortus vanwege een hazenlip zijn echt onthutsend. Daarom willen we graag inzicht in de redenen waarom vrouwen tot abortus overgaan. Dat zal de komende jaren ook onderzocht worden. Het begrip ”noodsituatie van de vrouw” is een fundamenteel verkeerd uitgangspunt. De vraag of ongeboren leven in de moederschoot al dan niet mag voortbestaan, is niet een zaak die volledig in handen van ouders mag liggen. Zo kunnen we niet omgaan met de rechtsbescherming van het leven. Dat leidt tot willekeur. Waarom wordt het ene kind gedood en waarom mag het andere leven? Daar wil ik graag een publiek debat over voeren.”

Niet schrikken
De directeur van het Wetenschappelijk Instituut zegt dat behoudende christenen niet moeten schrikken van de nieuwe strategie van zijn partij. „Doorslaggevend is of de veranderingen verbeteringen zijn. Als dat het geval is, moet een christenpoliticus voor zijn. Ook de SGP staat voor die denkwijze meer en meer voor open.”

Kuiper wijst op het initiatiefwetsvoorstel dat Van der Vlies samen met de SP verdedigt om het gemeenten te verbieden misbruik te maken van de recreatiebepaling in de Winkeltijdenwet. „Ik weet zeker dat de SGP vindt dat alle winkels op alle zondagen dicht moeten, maar daar wordt in dit initiatiefwetsvoorstel niet voor gepleit. Ik begrijp die aanpak, want je neemt als christen een hele verantwoordelijkheid als je kansen op verbetering laat liggen.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels