Dat zagen we ook woensdag gebeuren. De regeringspartijen CDA en PvdA kregen klop. Grote winnaars zijn PVV en D66.
Wat de winst van de PVV betreft, kan opnieuw worden vastgesteld dat partijleider Wilders het een halfjaar geleden slim gespeeld heeft door slechts in twee gemeenten, plaatsen waar een overwinning hem niet kon ontgaan, deel te nemen aan de verkiezingen. Zeker, die aanpak had ook iets noodgedwongens, aangezien de PVV blijkbaar niet in staat was voldoende betrouwbare mensen te mobiliseren om ook in andere plaatsen in Nederland de strijd aan te gaan. Maar toch… Toch bereikt Wilders nu met een relatief geringe inspanning een maximaal effect en een maximale uitstraling.
„Deze overwinning is de springplank naar onze overwinning in het hele land”, juichte hij woensdag. „Lijst 5 wordt het winnende nummer. Met die lijst gaan wij Nederland veroveren.”
Voor een partijleider is dergelijke ronkende taal, bedoeld om de eigen achterban op te peppen, min of meer gebruikelijk. Toch zou Wilders zichzelf met dit soort uitspraken wel eens lelijk in de vingers kunnen snijden. Er is namelijk ook een aanzienlijke categorie kiezers die Wilders wel sympathie toedraagt, maar die het risico absoluut niet wil nemen dat hij de grootste wordt en alle touwtjes in handen krijgt. Die groep wordt door deze turbotaal teruggedreven in de handen van PvdA, maar vooral CDA.
Iets dergelijks geldt voor de uitspraak van SP-leider Kant, woensdagavond gedaan in het slotdebat, namelijk dat het er op 9 juni om gaat „of Nederland over rechts of over links geregeerd wordt.” Als linkse kiezers die uitspraak serieus nemen, zouden ze er wel eens massaal voor kunnen gaan de PvdA zo groot mogelijk te maken.
Zeker, het is goed denkbaar dat er straks op 9 juni een uitslag ligt waarbij een vijftal partijen (CDA, PvdA, PVV, VVD en D66) nagenoeg even groot is. Maar als Balkenende en Bos in de komende campagne er toch weer in slagen, net als vier en acht jaar geleden, de sfeer op te roepen van een tweestrijd tussen hen beiden, kunnen kiezers gemakkelijk terugvallen in oude reflexen. Als in de politiek een week al een lange tijd heet, wat kan er dan niet allemaal gebeuren in drie maanden?