Na gewonnen verkiezingen gaan politieke partijen weer snel over tot de orde van de dag. Na verloren verkiezingen is dat meestal anders. Zo ook bij de PvdA. Na de dramatische verkiezingsnederlaag in 2002 werd de commissie-De Boer ingesteld, die onderzoek moest doen naar de politiek-inhoudelijke koers van de partij. Ook na de stevige nederlaag afgelopen november benoemde het PvdA-bestuur een commissie die moet uitzoeken wat de oorzaak van het stemmenverlies is bij de Kamerverkiezingen.
Terwijl die commissie-Vreeman nog studeert op de electorale dreun, komt het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting (WBS), alvast met een voorproefje. In de artikelenbundel ”Verloren slag” analyseert een reeks wetenschappers de verkiezingen van 22 november.
Veel verder dan een eerste analyse van de verkiezingsuitslag komen de knappe koppen niet. Een eenduidig antwoord op de vraag hoe de PvdA de „schijnbaar onstuitbare opmars van de SP” moet keren, ontbreekt.
De PvdA-partijtop zet, op partijbijeenkomsten en in de media, in op regeringsdeelname. Vicefractievoorzitter Hamer verwoordt het bijvoorbeeld zo: „We halen de kiezer terug via de weg van de inhoud. We zijn doeners en dat gaan we nu laten zien.” De PvdA wil laten zien dat de linkse kiezer bij haar de meeste waar voor zijn geld krijgt, omdat de partij via het kabinet plannen in beleid weet om te zetten, anders dan de SP die vanuit de oppositie weinig tot niets bereikt.
Gouden kans
Ook in ”Verloren slag” wordt regeringsdeelname als antwoord op de opmars van de SP genoemd. „De PvdA heeft met haar regeringsdeelname een gouden kans zich structureel te versterken: in termen van mensen, ideeën, programmatische identiteit en bestuurlijke innovatiekracht”, betogen de WBS-medewerkers Frans Becker en René Cuperus. „Regeringsdeelname kan heel inspirerend en functioneel zijn om de identiteit en de positie van de PvdA te verhelderen en te versterken.”
Tegelijkertijd noemen Becker en Cuperus hun antwoord „geen panacee.” Integendeel, stellen ze, „de PvdA moet ervoor waken om haar regeringsdeelname als in slaap sussende camouflage te gebruiken voor het onder ogen zien en oplossen van de onderliggende vraagstukken.”
Een kernprobleem van hun partij is dat „de relatie met de traditie” in de loop der tijd sterk is verzwakt. De PvdA moet niet zomaar met de hoofdstroom in de politiek -dat hervorming van de verzorgingsstaat noodzakelijk is- meedrijven, maar moet op zijn minst een poging doen dat ook aan de achterban uit te leggen.
De noodzaak daarvoor is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw alleen maar toegenomen, blijkt uit de bijdrage van Gerrit Voerman en Paul Lucardie van het Documentatiecentrum Nederlandse politieke partijen. De PvdA is zich in de loop der tijd „aanzienlijk gematigder en pragmatischer” gaan opstellen, mede ook doordat ze lange tijd (van 1989 tot 2002) regeringsverantwoordelijkheid droeg.
Tegelijkertijd werd de SP ook gematigder en pragmatischer, tonen Voerman en Lucardie aan. De scherpe kantjes van het partijprogramma werden bijgevijld en de SP werd geleidelijk aan een sociaaldemocratische partij, „zij het wel radicaler dan de PvdA.”
De verschillen tussen PvdA en SP worden steeds kleiner en omdat de PvdA zich vervreemdt van haar achterban, lijken steeds meer voormalige PvdA-kiezers „de nestwarmte van de sociaaldemocratie te hebben teruggevonden bij de SP.”
Uit verkiezingsonderzoek blijkt dat de PvdA sinds 1994 telkens weer kiezers aan de SP verliest. In 1994 ging het om een halve zetel, in 1998 om één, in 2002 om bijna drie en in 2006 om zes zetels. Het „abonnement van de PvdA op het leeuwendeel van de linkse stem is verlopen”, concluderen Voerman en Lucardie. Ze achten het denkbaar dat de PvdA het „treurige lot” van de Italiaanse Socialistische Partij zal delen, die in de tweede helft van de vorige eeuw geheel werd overvleugeld en weggedrukt door de communisten.
Anderzijds achten ze het ook „best mogelijk” dat de PvdA haar verloren kiezers weer terughaalt en dat de verhouding tussen PvdA en SP stabiliseert, zoals in Duitsland en in de Scandinavische landen is gebeurd. „Welke van de twee scenario’s ook bewaarheid zal worden, zeker is wel dat de PvdA zich erop moet instellen dat zij niet alleen haar structurele hegemonie op links kwijt is, maar hoogstwaarschijnlijk ook haar monopoliepositie binnen de Nederlandse sociaaldemocratie.”
Dilemma’s
Kees van Kersbergen en André Krouwel van de Vrije Universiteit in Amsterdam grijpen in hun bijdrage weer terug op de regeringsdeelname waar de PvdA zo veel van verwacht. De PvdA zal in het kabinet met CDA en ChristenUnie geplaagd worden door „duivelse dilemma’s”, beweren ze. Coalitiepartner CDA staat een neoliberale economische koers voor en samen met de ChristenUnie staat de partij voor een conservatieve lijn op ethisch-cultureel vlak. Het is voor Kersbergen en Krouwel nog maar de vraag of de PvdA-kiezer zijn partij in deze coalitie trouw blijft en niet overstapt naar het libertaire GroenLinks of de conservatieve SP.
De politieke actualiteit ziet er ook niet rooskleurig uit voor de PvdA. De partij moest eerst slikken dat er geen onderzoek komt naar de Irakoorlog (de SP pleit daar nog steeds voor) en partijleider Bos kondigde in zijn nieuwe rol als minister van Financiën aan topinkomens in het bedrijfsleven niet aan te pakken, terwijl hij zich daar eerder herhaaldelijk hard voor maakte. De SP kan vanuit de oppositie ook op dat vlak een zuiver sociaaldemocratisch geluid blijven vertolken.
Visie
”Verloren slag” toont helder de oorzaken van het verlies van de PvdA bij de Kamerverkiezingen van november vorig jaar. In die zin is het boek geslaagd in zijn opzet. De partij was er echter meer bij gebaat geweest als het wetenschappelijk bureau van de PvdA niet alleen had teruggekeken, maar ook een eensluidende visie op de toekomst had gegeven. Wat dat betreft, blijft het wachten op de aanbevelingen van de commissie-Vreeman.