Dr. M. A. van den Berg, predikant van de Hervormde Morgenstergemeente te Zoetermeer, is er in zijn proefschrift in geslaagd verrassend nieuw licht op Calvijn te werpen vanuit een commentaar en preken over Daniël. De voltooiing van een proefschrift naast het werk als gemeentepredikant is een dubbele felicitatie waard.
Deze studie is gewijd aan de colleges die Johannes Calvijn gehouden heeft over het boek Daniël. In de zomer en de herfst van 1552 had Calvijn al gepreekt over Daniël. De preken over de eerste vier hoofdstukken zijn niet bewaard gebleven. De stenograaf was vanwege ziekte verhinderd om de preken tijdens de eredienst op te nemen. Zevenenveertig preken over het profetische gedeelte van Daniël zijn in 1565 in La Rochelle uitgegeven. In het slothoofdstuk onderzoekt Van den Berg wat de reden geweest is om -na de uitgave van de voorlezingen- de preken alsnog te publiceren. De reden kan in ieder geval niet geweest zijn dat Calvijn in de loop der jaren een radicaler standpunt heeft ingenomen.
Een week na de officiële opening van de Academie van Genève besluit Calvijn opnieuw het boek Daniël te behandelen - nu in de vorm van colleges, die met name bedoeld zijn voor de studenten. We ’horen’ Calvijn als het ware spreken. Zelfs de ontboezemingen over zijn zwakke gezondheid zijn voor de latere lezers bewaard gebleven.
Burgeroorlog
Maar waarom in 1559 opnieuw het boek Daniël? Aan de beantwoording van die vraag is dit onderzoek gewijd. Het jaar 1559 was uiterst belangrijk voor de Reformatie in Frankrijk. Koning Henri II was plotseling gestorven; zijn dood veroorzaakte een politiek instabiele situatie. De protestanten in het land kregen te maken met steeds heviger vervolgingen. In deze spannende tijd heeft Calvijn nog gehoopt een burgeroorlog te kunnen afwenden.
In de opdrachtbrief van de commentaar schrijft hij: „Niets kan beter geschikt zijn dan de publicatie van de voorlezingen, waarin ik de profetieën van Daniël heb uitgelegd. Ik zal u, zeer geliefde broeders, in een spiegel tonen hoe God in deze tijd het geloof van de Zijnen door veel conflicten wil beproeven; en hoe Hij door Zijn wonderbaarlijke wijsheid zorg draagt om hun harten te versterken door deze oude voorbeelden, zodat ze nooit door de zwaarste orkanen en stormen geschud zullen verzwakken.”
Van den Berg laat in zijn onderzoek zien op welke wijze de spannende situatie in Frankrijk een rol heeft gespeeld bij de uitleg van de profetie van Daniël. De brieven uit de maanden waarin Calvijn colleges gaf over Daniël leggen er getuigenis van af hoe intens Calvijn de gebeurtenissen in zijn vaderland gevolgd heeft. Vanuit Genève tracht hij de geloofsbroeders en -zusters aan te sporen tot standvastigheid en waakt hij ervoor dat privépersonen de grenzen van gehoorzaamheid aan de overheid zouden overschrijden. In de voorlezingen zelf liggen de toespelingen op de actuele situatie echter niet voor het oprapen. We moeten wel „tussen de regels door lezen” om de verbanden tussen de schriftuitleg en de situatie in Frankrijk te zien. Met regelmaat lezen we dan ook opmerkingen in de trant van „Calvijn moet zich bewust geweest zijn dat…”.
Wereldgeschiedenis
Calvijn is beslist niet de enige geweest die zich in de zestiende eeuw met het boek Daniël heeft beziggehouden. Er verschenen zo veel commentaren dat tijdgenoten zich erover verbaasd hebben. Wat is nu het nieuwe geluid dat Calvijn aan deze vele stemmen heeft toegevoegd? De auteur heeft ervoor gekozen twee andere exegeten uitvoerig te bespreken om het profiel van Calvijn scherper in beeld te krijgen. In hoofdstuk 3 analyseert hij Melanchthons historisch-apocalyptische uitleg van Daniël en in hoofdstuk 4 Oecolampadius’ christologische exegese. Volgens Melanchthon heeft Daniël ons in zijn profetie het verloop van de gehele wereldgeschiedenis geopenbaard: „Deze woorden betekenen duidelijk dat de leer van Daniël alle tijden van de wereld omvat tot aan de wederopstanding van de doden.” Melanchthon - en met hem vele anderen - is ervan overtuigd dat de zestiende eeuw het einde van de tijd is.
Calvijn kijkt anders naar het boek Daniël. Dit Bijbelboek is voor hem geen geschiedenisboek. Alle profetieën in dit boek zijn primair bedoeld voor de Joden die toen leefden. Daniël heeft alleen de tijd van de ballingschap tot op Jezus Christus op het oog. Hij weigert om de gehele wereldgeschiedenis in deze profetieën onder te brengen. Niettemin zijn de woorden van deze profeet ook nu van groot nut voor de kerk. Mensen die eeuwen van elkaar gescheiden zijn, kunnen zich toch in een vergelijkbare situatie bevinden. De verdrukkingen zoals die door Daniël beschreven zijn, leren de gelovigen standvastig te zijn en te blijven vertrouwen op de Heere. Zo wordt het boek Daniël tot een spiegel van persoonlijke vroomheid en mogen de gelovigen leren rusten in Gods voorzienigheid. Een geloof dat leert bidden: „Laat ons uit ervaring mogen leren dat wij altijd gered en verzekerd zijn onder de bescherming van Uw hand.”