Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Leiden is oud-student Van Iperen bijna vergeten

 1 van 3  

Josua van Iperens ”Kerkelyke Historie van het Psalm-Gezang der Christenen” is een veelgezocht standaardwerk. Zou het tweedelige boek uit 1777-1778 te vinden zijn in Leiden, de stad waar Van Iperen ooit studeerde? Ik ga op zoek.
De man tegenover me in de trein heeft genoeg gespreksstof. Hij zit in de wijnen. Pendelt voortdurend tussen Amersfoort en zijn bedrijf in een Spaanse wijnstreek. Vier uur van deur tot deur. Interessant. Maar ik had me voorgenomen in de trein nog even het artikel van dr. Jan R. Luth over ”Josua van Iperens betekenis voor de geschiedenis van de kerkzang in het gereformeerde protestantisme” te lezen. Gelukkig gaat de wijnhandelaar er bij Schiphol uit.

Leiden, donderdagmorgen, 10.30 uur. Op het stationsplein raadpleeg ik de stadskaart. Gisteren heb ik op internet al wat adressen van boekhandels en antiquariaten opgezocht. Nu kan ik ze markeren op het stadsplattegrondje dat ik thuis heb uitgedraaid. Gelukkig, de meeste boekhandelaars die ik heb genoteerd bevinden zich in het centrum van de stad, zo ongeveer tussen Pieterskerk en Hooglandse Kerk.

Op het plein bij de Blauwpoortshaven is een man zijn bestelbus aan het uitladen. Een boekhandelaar! Van kisten vol boeken maakt de man een heuse boekenmuur. „Hebt u ook theologie? Of nou, het is eigenlijk ook muziek. Een boek uit 1778.” Theologie heeft de man maar weinig, wel veel muziek. Hij blijkt me te kennen. „Jij bent al een oude rot in het vak, dat weet ik. Maar ik heb je al vaker uitgelegd dat ik helemaal niet religieus ben. Je hebt me al eens eerder geprobeerd te overtuigen.” Ik weet nergens van. „Dan ben je wel erg kort van geheugen. ’t Was ook niet hier, ’t was in Amsterdam.” Ik laat het maar zo. Boeken uit 1778 heeft de man in ieder geval niet. „Daarvoor moet je bij Kool in Ederveen zijn.”

De Slegte
Ik loop via de Prinsessekade naar de Breestraat. Eerst maar eens naar De Slegte, je weet maar nooit. Mijn hart begint sneller te kloppen als ik zie dat ze achter glas een hele collectie 17e- en 18e-eeuwse banden hebben staan. Een medewerker helpt me uit de droom: Van Iperen staat er niet bij. Hij kijkt voor me na in de catalogus wanneer ze het boek voor het laatst gehad hebben. In 1986. Het is wel een duur boek, kan hij in de catalogus zien. „Er zitten elf kunstafbeeldingen in en vijf uitklapbare platen. Een origineel exemplaar is erg kostbaar. Maar u kunt het treffen. Je hebt exemplaren waar de platen uit zijn gescheurd. Die zullen niet zo veel kosten.” Ik moet het maar eens proberen bij Burgersdijk & Niermans, tegenover de Pieterskerk.

Via de Diefsteeg en de Lokhorststraat kom ik bij de Pieterskerk, die gedeeltelijk in de steigers staat. De deuren staan open. Even binnen kijken. Even een blik werpen op het beroemde Van Hagerbeerorgel. De luiken zitten echter dicht. Mannen zijn bezig de kerk om te bouwen tot een theater. „Voor een optreden morgen.” Wat voor evenement er morgen is? „Geen flauw idee.” Een folder vertelt me dat het andere orgel in de kerk, van Thomas Hill uit 1883, centraal staat in de serie zomerorgelconcerten. Jammer dat het steeds op zondag is.

Maar ik was op zoek naar Josua. Burgersdijk & Niermans blijkt vooral gespecialiseerd te zijn in oude klassieken. De verzamelde brieven van Erasmus, bijvoorbeeld. Theologie hebben ze hoegenaamd niet. Ik word verwezen naar de boekenveilingen die in mei en november gehouden worden. Dat biedt voor vandaag echter geen soelaas.

Om de hoek, in de Nieuwsteeg, zou zich ook nog een antiquariaat moeten bevinden. En inderdaad, op nummer 35 zit Meurs. De winkel is echter alleen op vrijdag en zaterdag een poosje open. Datzelfde geldt voor AioloZ, een boekhandel annex antiquariaat aan de Botermarkt. Jammer.

Rembrandt
Inmiddels is het etenstijd. Ik beklim de trappen aan de achterkant van het stadhuis. Boven prijken drie grote zelfportretten van Rembrandt uit 1629 en 1630. Op de trap eet ik in het zonnetje mijn brood op. Josua van Iperen moet hier ook gelopen hebben, mijmer ik. Nadat hij eerst in Groningen theologie studeert, laat hij zich op 12 september 1747 in de sleutelstad als student inschrijven. Niet voor lang, want een jaar later wordt hij al beroepbaar gesteld door de classis Leiden. Algauw ontvangt hij een beroep naar Zeeuws-Vlaanderen.

Ik loop richting Hooglandse Kerk. In de Nieuwstraat is een afdeling van de bibliotheek Leiden & Leiderdorp gevestigd. Ik ben benieuwd of Van Iperen in de catalogus voorkomt. Van Iperen wel, Josua echter niet.

Ik kan het niet laten om even de Hooglandse Kerk binnen te wippen. Even langs de schilderijen die in een van de beuken tentoongesteld zijn. Ook hier hangt een monumentaal orgel, van De Swart en Van Hagerbeer. Een paar jongemannen zitten boven te oefenen. Misschien Eric Quist en David van der Vlies? Zij geven hier overmorgen een gratis middagconcert, vierhandig.

Buiten, in de schaduw van de kerk, vind ik wat ik zoek: antiquariaat Klikspaan. Smalle gangetjes, de boeken tot aan de zolder. Dit zijn de echte antiquariaten wat mij betreft. Ik vraag waar de afdeling theologie is. De man heeft heel wat staan. Maar boeken uit 1778 zijn nergens te bespeuren. „Die zet ik niet in mijn winkel, veel te kostbaar”, zegt de eigenaar. „Die worden gestolen. Als ik ze al heb, bied ik ze via internet aan.” Voor Van Iperen hoef ik hier dus niet te blijven.

Vitringa
Buiten raadpleeg ik m’n plattegrond. In het centrum heb ik zo ongeveer alles gehad. Er is nog één boekwinkel die wat uit de slinger ligt, aan de Herengracht. Hoewel ik al aardig moe begin te worden, besluit ik toch erheen te lopen. Als ik boekhandel annex antiquariaat Hamelink binnenstap, ben ik blij met mijn besluit. Dit is een winkel om van te watertanden. Bijna alles wat je je kunt indenken op theologisch en (kerk)muzikaal gebied staat hier, in keurige rijen.

Links van de deur is er direct een hele wand oude boeken. Voetius, Sluiter, Van Lodenstein: het staat er allemaal. „Bent u niet bang dat het gestolen wordt?” vraag ik de eigenaar. Hij laat me een boek van Campegius Vitringa uit 1728 zien: ”Nauwkeurig onderzoek van de Goddelyke Openbaring des H. Apostels Johannes”. „Hier heb ik alleen deel twee nog maar van. Het andere is gestolen toen ik nog in Terneuzen zat.” Waarom hij het dan toch allemaal neerzet? „Persoonlijk vind ik het bijzonder onprettig als boeken achter glas staan, zoals bij De Slegte. Je moet dan altijd vragen of je ze in mag zien.”

Van Iperen heeft Hamelink niet. Wel gehad. „En ik kom het boek met enige regelmaat tegen. Twee jaar geleden heb ik een bijzonder mooi exemplaar gezien op een veiling. Het was me te duur.” Hoeveel kostte het? „Dat weet ik niet meer precies, maar in ieder geval enkele honderden euro’s.”

Kluis
Als ik buiten sta, weet ik één ding zeker: als Hamelink Van Iperen niet heeft staan, dan maak ik weinig kans het boek ergens anders in Leiden te vinden. Ik kan mijn zoektocht beter staken. Leiden is zijn oud-inwoner vergeten.

Maar, bedenk ik ineens, misschien heeft de universiteit de boeken van haar oud-student wél bewaard. Ook al is het werk dan niet te krijgen, misschien is het wel te raadplegen. Ik besluit naar de universiteitsbibliotheek aan de Witte Singel te lopen.

Als ik Van Iperens naam even later in de catalogus intik, begint m’n hart sneller te kloppen. Misschien krijg ik het boek vandaag toch nog in handen. Yes! Er blijken drie exemplaren te zijn!

Dolblij vraag ik aan de uitleenbalie of ik het boek in mag zien. Dat blijkt echter nog niet zo makkelijk te zijn. Omdat het een boek van vóór 1800 betreft, staat het in het gesloten magazijn. Om het in te zien, moet je een pasje kopen. Ook duurt het minimaal een uur voordat het boek opgehaald wordt.

Als ik zie dat het al bijna halfvier is, besluit ik er niet op te wachten. Jammer, maar het is niet anders. Ik ben toch al niet op tijd thuis voor het avondeten.

’s Avonds ben ik toch wel benieuwd of het boek überhaupt antiquarisch te verkrijgen is in Nederland. Een zoekopdracht op internet levert me welgeteld één treffer op: antiquariaat Isis in Amsterdam heeft het boek staan. Prijs: 600 euro. Ik geloof dat ik blij ben dat ik het boek niet tegengekomen ben vandaag…

Ik verzoen me met de gedachte dat ik Van Iperen niet zelf op de plank heb staan. Gelukkig kan ik, als ik het boek wil raadplegen, altijd nog op m’n fietsje naar de bibliotheek van de Theologische Universiteit in mijn woonplaats. Daar staat-ie ook. In de kluis.

Tips

Leiden kent heel wat boekhandels en antiquariaten. Een belangrijke is Antiquariaat Boekhandel Hamelink (Herengracht 79). Vorig jaar kwam Hamelink, die gespecialiseerd is in gereformeerde theologie, in het nieuws toen hij in het bezit was gekomen van een handschrift met uitgeschreven preken van Smijtegelt. De boekhandel heeft een ruime sortering theologie -waaronder een afdeling antiquarische banden- en muziek.

De Leidse vestiging van De Slegte (Breestraat 73) is volgens een medewerker een van de grootste van de keten. Ook is de grote collectie oude theologie volgens hem tamelijk uniek.

Antiquariaat Kretzschmar (Janvossensteeg 6) is naar eigen zeggen niet gespecialiseerd in theologie, maar heeft achter de winkel wel antiquarische boeken staan van onder anderen Brakel en Sluiter.

Antiquariaat Klikspaan (Hooglandse Kerkgracht 49) is gespecialiseerd in kinder- en jeugdboeken, maar heeft ook andere genres. De winkel is beperkt open (donderdag- en vrijdagmiddag en zaterdag van 10.00 tot 16.30). Volgens de website heeft Klikspaan doorgaans zo’n 150.000 titels staan.

Ook een aantal andere antiquariaten heeft beperkte openingstijden, zoals Meurs (Nieuwsteeg 35), AioloZ (Botermarkt 8, vooral Nederlandse literatuur) en Dufour (Langebrug 34, gespecialiseerd in boeken over bergen en bergwandelen).

”Historie van het Psalm-Gezang”

Josua van Iperen (1726-1780) wordt na zijn studie aan de universiteiten van Groningen en Leiden in 1750 predikant in Lillo (Zeeuws-Vlaanderen). In 1766 doet hij intrede in het Zeeuwse Veere, om in 1778 te vertrekken naar Batavia (Oost-Indië). Daar overlijdt hij op 11 februari 1780.

Vanwege zijn wetenschappelijke en letterkundige kwaliteiten wordt Van Iperen in 1772 door de Zeeuwse Provinciale Staten namens de Zeeuwse kerken afgevaardigd naar Den Haag. Daar vergaderen op last van de Staten-Generaal negen predikanten en vertegenwoordigers van de gewesten om te komen „tot de verbetering der Nederduitsche Rijmpsalmen.” Van januari tot augustus 1773 is het gezelschap in het Mauritshuis bijeen om uit drie bestaande psalmberijmingen -die van Hendrik Ghysen, Johannes Eusebius Voet en het kunstgenootschap Laus Deo, Salus Populo- een nieuwe berijming samen te stellen. Als de commissie de zogenaamde Staatsberijming in het Mauritshuis aan de Staten-Generaal aanbiedt, houdt Van Iperen een dankpredikatie.

Een paar jaar later, in 1777 en 1778, publiceert Van Iperen in twee delen zijn ”Kerkelyke Historie van het Psalm-Gezang der Christenen, van de dagen der apostelen af, tot op onzen tegenwoordigen tyd toe; en inzonderheid van onze verbeterde nederduitsche Psalmberyminge: uit echte gedenkstukken saamgebragt”. In het eerste deel geeft de predikant een overzicht van de geschiedenis van het psalmgezang in het Nederlands taalgebied. Het grootse deel van het werk bevat een zeer gedetailleerde beschrijving van de totstandkoming van de berijming van 1773 en de invoering ervan in de kerken. Van Iperens boek wordt nog altijd gezien als een standaardwerk over de geschiedenis van de kerkzang in Nederland.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek