Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Prijskaartje van het principe

 Yvette Lont (52), lid van de stadsdeelraad Amsterdam Zuidoost, vindt dat de ChristenUnie klare wijn moet schenken in haar visie op homoseksualiteit. „Ongemerkt lijkt er binnen de partij een verschuiving plaats te vinden op een belangrijk principieel punt. Dat vind ik onthutsend.” Foto RD, Anton Dommerholt

Yvette Lont (52), lid van de stadsdeelraad Amsterdam Zuidoost, vindt dat de ChristenUnie klare wijn moet schenken in haar visie op homoseksualiteit. „Ongemerkt lijkt er binnen de partij een verschuiving plaats te vinden op een belangrijk principieel punt. Dat vind ik onthutsend.” Foto RD, Anton Dommerholt

Ze laat zich niet door dreigementen van de wijs brengen. Yvette Lont (52) -ex-prostituee, moeder van drie kinderen, namens de ChristenUnie lid van de deelraad Amsterdam-Zuidoost en voorgangster van een evangelische gemeente- zegt pal te willen staan voor de boodschap die ze uitdraagt. Van marchanderen houdt ze niet, al helemaal niet als het gaat om Bijbelse principes in de politiek. „Ik weet me innerlijk door de Geest gedreven om de partij, die ik al jaren dien en die mij dierbaar is, te houden bij wat Gods Woord zegt over homoseksualiteit.”
Bang? Yvette Lont-Eersel zet grote ogen op, alsof de vraag haar volslagen vreemd voorkomt. De dreigementen van de afgelopen twee maanden, na haar ingezonden artikel over homoseksualiteit op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad, waren ronduit schokkend, beledigend en zelfs racistisch. Maar bang heeft ze zich geen moment gevoeld. „Ik weet mij omgegeven door de liefde van God”, zegt ze in de woonkamer van haar rijtjeshuis in de Bijlmermeer.

Teleurgesteld? Dat is Yvette Lont zeker. Het meest nog in het hoofdbestuur van haar eigen partij, de ChristenUnie, die maar geen klare wijn wil schenken over het onderwerp dat haar na aan het hart ligt, homoseksualiteit. Deze week maakte ze bekend dat ze duidelijkheid wil vragen op een ledenvergadering later deze maand. „Over zo’n principieel thema mag een christelijke partij de mensen in het land niet in het onzekere laten”, vindt ze.

Maar er is méér dan teleurstelling. In de stroom van reacties die de afgelopen tijd op haar afkwam, zaten behalve boze, heetgebakerde en dreigende brieven ook steunbetuigingen. „Veel leden van de partij begrijpen mij helemaal en zeggen mijn grote zorg over de koers van de ChristenUnie te delen. Juist nu, nu wij als christenen regeringsverantwoordelijkheid dragen, vraagt God van ons om Zijn boodschap aan mensen bekend te maken. Moeten we dan nu een waterig verhaal uitdragen? Op zo’n aangelegen punt? Dat kan er bij mij niet in.”

U schreef eind augustus in het ND een artikel waarin u homoseksualiteit op Bijbelse gronden afkeurt. Was u van mening dat u daarin het standpunt van de partij vertolkte?
„Absoluut. Bij de vorming van een regering met het CDA en de PvdA had André Rouvoet bedongen dat er ruimte zou komen voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren. Dat vond ik een goed punt. Ik ging er helemaal van uit dat dat samenhing met het standpunt van de partij dat zij tegen de homoseksuele praxis is. Dat blijkt dus niet zo te zijn.”

Ontgoocheld?
„Heel erg. Het is bijzonder schokkend wat er gebeurt. Niet alleen voor mij, maar voor vele leden van de ChristenUnie. Ongemerkt lijkt er binnen de partij een verschuiving plaats te vinden op een belangrijk principieel punt. Dat vind ik onthutsend.”

Welke reacties krijgt u vanuit de partij op uw artikel?
„Ik heb een zware tijd achter de rug. Ik voel me door het partijbestuur in de steek gelaten. Na mijn artikel in het ND ben ik door de homobeweging zodanig geschoffeerd dat ik heb overwogen om aangifte te doen. Ik kreeg allerlei racistische opmerkingen naar mij toe geslingerd. Ik heb het partijbureau hierover geïnformeerd, maar er werd eerst niet eens op gereageerd. Des te pijnlijker was het om te horen dat Rouvoet wel naar het COC had gebeld om te zeggen dat het artikel het standpunt van Yvette Lont vertegenwoordigt, het mijne dus, en niet het zijne.

Met het partijbestuur heb ik goede, intensieve gesprekken gevoerd. De uitkomst was dat ik de Bijbelse visie op homoseksualiteit mocht uitdragen. Ik ging ervan uit dat ik op de lijn van de ChristenUnie zat. Tot mijn grote verbazing las ik meteen daarna in de krant dat ik mijn overtuiging wel op persoonlijke titel mocht uitdragen, maar niet als politica. Ik kreeg in feite een spreekverbod. Dat raakte mij diep. Ik ben het enige raadslid van de ChristenUnie in Amsterdam, nota bene de ”gay capital of the world”. Als ik het Bijbelse standpunt over homoseksualiteit in de deelraad niet meer uitdraag, wie doet het dan nog wel?”

U kunt dat toch blijven doen? Daar heeft u de partij toch niet bij per se bij nodig?
„Ik zit niet voor mezelf in de deelraad, maar voor christenen die van mij een Bijbelgetrouwe visie verwachten. In Amsterdam speelt van alles: de gayparade, de darkrooms, de mishandeling van homo’s. Als de partij geen eenduidige keuze maakt over homoseksualiteit, worden de raadsleden in het land, en zeker in de grote steden, daarop afgerekend.”

Vorige maand gaf een CU-raadslid in Wageningen haar zetel op omdat zij een lesbische relatie was aangegaan. „Had voor mij niet gehoeven”, aldus Rouvoet in een reactie.

„Ik was opnieuw verbaasd en geschokt. Kan een praktiserend homo de partij werkelijk vertegenwoordigen in de gemeenteraad of in de Tweede Kamer? Ik dacht dat wij een christelijke partij waren met christelijke beginselen.”

Het partijbestuur verwijst naar zijn achterban en zegt dat in sommige geledingen de opvatting leeft dat homoseksualiteit binnen het kader van liefde en trouw mogelijk moet zijn.
„Wat is dat voor een kader? En wie zegt dat de Bijbel dat kader toestaat? Ik ben het oneens met christenen die dit standpunt innemen. Kerken die er zo over denken, moeten daar zelf verantwoording over afleggen aan God.”

Kunt u leven met een beleidslijn waarbij de ChristenUnie actieve leden op het punt van homoseksualiteit vrijlaat?
„Ik zou er grote moeite mee hebben als in de Tweede Kamer of in gemeenteraden homoseksuele politici van de ChristenUnie zitten. Die lijn gaat in tegen wat mijn geweten zegt.”

Stel dat de ChristenUnie toch deze beleidslijn blijft voorstaan, misschien wel met een beroep op de gegroeide praktijk, zegt u dan uw lidmaatschap op?
„De partij moet eerst een standpunt innemen. Ik zou graag van de leden willen horen hoe zij erover denken.”

Wat als de meerderheid zich niet achter u schaart?
„Zover is het nog niet.”

Blijft u, hoe dan ook, aan?
„Als ik daarover een beslissing neem, zal ik eerst met het bestuur communiceren.”

Uw besluit kan grote gevolgen hebben. De CU maakt deel uit van de regering.
„Dat besef ik ten volle. Maar wij vertegenwoordigen toch het volk van God? Dan moet dat ook tot uiting komen in ons spreken en ons doen en laten.”

Eén ding wil ze wel beklemtonen: haar optreden is niet ingegeven door homohaat. „Het tegendeel is het geval”, zegt ze. „De homofiel heb ik lief, maar de praxis bestrijd ik. Omdat God homoseksualiteit niet toelaat.”

Yvette Lont wijst op haar activiteiten voor levensgemeenschap Op de rots, een opvangtehuis voor prostituees en alcohol- en drugsverslaafden dat sinds mei in het centrum van Amsterdam is gevestigd. „Wij bieden ook onderdak aan homoseksuele mannen die zich prostitueren. Vaak zijn ze zijn psychisch verwond. Velen komen radicaal tot verandering en geven hun leven aan God.”

Is dat laatste een voorwaarde om hulp te krijgen?
„Absoluut niet. We veroordelen niemand die bij ons aanklopt, iedereen is van harte welkom. Het enige dat we vragen is respect voor onze principes. Zo bidden we voor het eten.”

Behalve homoseksuelen die zich prostitueren heeft Yvette Lont de afgelopen jaren tal van seksslavinnen en heroïnehoeren uit clubs en van achter de prostitutieramen vandaan weten te halen. „We hebben verslaafde vrouwen hulp geboden die zwanger bij ons binnenkwamen. Ze gingen na het volgen van speciale programma’s gezond en wel met een kindje de deur uit. Het is heel mooi om te zien hoe zij in Gods kracht een nieuw leven weten op te bouwen.”

Dat de gemeente Amsterdam eindelijk schoon schip lijkt te maken op de wallen, doet Yvette Lont goed. „Mag ik even voor de christenen in Amsterdam spreken? De kerken bidden en vasten al jaren voor de wallen. Hun gebeden worden verhoord. God gebruikt de politici om de prostitutie aan te pakken. Ik zeg er meteen bij dat de overheid meer kan doen. Nog altijd werken er jonge meisjes in de seksslavernij. Daar moeten wat mij betreft harde maatregelen tegen worden genomen. Mannen die illegale prostituees bezoeken, zouden moeten worden beboet.”

Hoe vernederend het leven voor een prostituee is, weet Yvette Lont uit eigen ervaring. Ze was 26 jaar oud toen ze voor het eerst bij een seksclub aanklopte. Op dat moment had ze al zo’n tien jaar drugsverslaving achter de rug. Mede als gevolg van problemen thuis -haar ouders waren gescheiden, haar moeder moest overdag werken- bracht ze veel tijd door bij veeleisende en cocaïnesnuivende vriendjes op onderverhuurde kamers.

„Ik zie me nog staan, bij die club. Aan de ene kant voelde ik grote weerzin. Dit wilde ik dus echt niet. Aan de andere kant had ik een enorme drang naar heroïne. „Hebben jullie nog plaats voor mij?” vroeg ik de dame die opendeed. „Heb je wel eens eerder gewerkt?” luidde de wedervraag. Nee. Nou, dat was niet erg. De meiden wijdden me graag in hun geheimen in.”

„Als vrouw verlies je je innerlijke schoonheid”, schrijft u in uw levensverhaal. Wat bedoelt u?
„Het mooiste wat een vrouw heeft, is haar liefde en haar vermogen om een ander in haar liefde te laten delen, zowel psychisch als lichamelijk. De Bijbel spreekt in dat verband over de oorsprong van het leven. Liefde is zoiets teers, zoiets intiems, het is voor mij de kern van het leven. Het is zo erg als je dat wezenlijke van je vrouw-zijn verkoopt… Erger kan niet.”

Weten mannen die prostituees bezoeken dat?
„Het interesseert hen helemaal niets. Wie jij bent, hoe je heet - het maakt hun niets uit. Jij bent een lustobject, meer niet. Ik heb me al die jaren een waardeloze vrouw gevoeld. Als ik van huis wegging, schakelde ik m’n gevoel helemaal uit. Kwam ik thuis, dan schakelde ik het weer in. Ik leidde een dubbelleven. Verschrikkelijk.”

Beslissend keerpunt in uw leven is de geboorte van uw zoon. Waarom?
„Ik ontdekte dat ik zwanger was. Ik schrok heel erg, maar ik wist één ding zeker: geen abortus. De man van wie ik vermoedde dat hij de vader was, gaf niet thuis. Hij wilde niets meer met me te maken hebben.

In een kliniek voor verslaafden kwam het jochie ter wereld. Ik was sprakeloos. Alles zat erop en eraan: armpjes, beentjes, vingertjes, teentjes. Een overweldigend gevoel van liefde kwam over me heen. Ik nam me voor om voor dit kind te zorgen. Dat mocht thuis, bij mijn moeder.

Uit dankbaarheid aan God heb ik het kindje laten dopen. In de Rooms-Katholieke Kerk, de kerk waarin ik zelf ook ben gedoopt. Ik ben er niet gebleven. Ik voelde me er niet thuis. Na een zoektocht langs allerlei gemeenten kwam ik in een volle Evangeliegemeente terecht.

Nooit zal ik het moment vergeten waarop ik tot geloof kwam in Jezus Christus en vergeving van zonden ontving. Dat God aan mij een nieuwe kans wilde geven, daar kon ik niet over uit.”

Tegenwoordig is Yvette Lont lid van een huisgemeente die is aangesloten bij een internationale beweging die zich de Ambassade van God noemt. Ze is niet alleen lid, ze gaat ook regelmatig voor, soms in diensten van ziekenzalving en gebedsgenezing.

Reformatorische christenen gaan zeer terughoudend om met de gave van genezing. Begrijpt u hun bezwaren?
„Jawel, maar soms, als ik de kritische opmerkingen erover lees, voel ik ook pijn. De gaven zijn afkomstig van God, ze zijn door de Heilige Geest aan de gemeente gegeven.”

De terughoudendheid wordt nog eens vergroot doordat vrouwen de bediening ter hand nemen.
„Kennelijk denkt God er anders over. Want Hij heeft de gaven aan de gemeente, aan mannen én vrouwen, gegeven. In het opvangcentrum pas ik de gave ook toe. Nooit dwingend. Mensen krijgen altijd het advies zich onder doktersbehandeling te laten stellen. Maar ik weet dat God deze mensen wil genezen. Dat gebeurt vaak ook. Al vele tientallen mensen zijn verlost van rugpijn, scheefgegroeide gewrichten. Belangrijk is wel dat er een basis van geloof is. Geloof is de motor waardoor God werkt.”

Is dat niet spijtig? Alsof genezing afhangt van de zieke. „Helaas, u geneest niet, had u maar gelovig moeten zijn.”
„Weet u, zonder geloof is het onmogelijk God te behagen. Al heb je maar een geloof als een mosterdzaadje, dan gaat God werken. En als iemand echt niet kan geloven, dan zou hij naar vrienden kunnen gaan en vragen of zij voor hem willen bidden. Uiteindelijk is genezing aan God.”

Ze zucht. Keert nog even terug naar het gesprek van de dag. Haar hoofd en hart zijn er vol van: de lijn die de ChristenUnie kiest op het punt van homoseksualiteit. Ze snapt niet welke kant het partijbestuur op wil. Over de vraag of haar motie voldoende steun krijgt, laat ze zich niet uit.

Als de partij uw visie overneemt, krijgt ze meteen de hele homolobby op haar dak.
„Waarom zouden wij bang moeten zijn voor Frank van Dalen van het COC? Ik sta voor een zaak waarvoor homoseksuelen naar mijn mening wel eens wat meer respect zouden mogen opbrengen. De onderlinge discussie wordt er niet beter op als zij zo vijandig tegenover ons staan. Ons geloof brengt ons er immers niet toe iemand in elkaar te timmeren.”

Zij zeggen dat ze zich door u gediscrimineerd voelen.
„De homolobby discrimineert mij in mijn recht op vrijheid van godsdienst. Iedereen die niet denkt zoals zij, wordt met alles wat mooi en lelijk is bestookt. Kennelijk is dat de betekenis die zij aan het woord pluriformiteit wil geven. Ik ben niet van plan het de homoseksuele medemensen moeilijker te maken dan ze het hebben. Omgekeerd verwacht ik van hen dat ze het mij ook niet moeilijk maken. Ik vind het vervelend dat ze zich zelfs met het beleid van een christelijke partij bemoeien.”

Wat voor impact hebben de dreigementen op u persoonlijk?
„Ik ben vurig voorstander van het onderlinge gesprek. Dat is beter dan elkaar onder vuur te nemen. Ik ken wel momenten van stress en eenzaamheid. Maar ten diepste ervaar ik een zekere rust.”

Hoe komt dat?
„Ik voel dat ik iets doe waartoe ik van binnenuit word gedreven. Noem het maar de Heilige Geest.”

Hoe weet u dat zo zeker?
„Ik heb er nu twee maanden over gedacht, gesproken en gebeden. Ik weet zeker dat God van Zijn kinderen vraagt op te komen voor Zijn wil en wat volgens Hem goed is voor de mensen. Zeker, daar hangt een prijskaartje aan. Dat is niet erg. De hoogste prijs is al betaald. Jezus Christus gaf Zijn leven. Ik zal u eerlijk zeggen: Al krijg ik geen enkele positieve reactie van mensen, dan weet ik toch dat ik voor Gods zaak sta. Als ik Zijn goedkeuring heb, is het voor mij in orde.”


Levensloop
Yvette Lont-Eersel komt in 1955 in Paramaribo ter wereld en groeit op in Amsterdam. Haar ouders scheiden als zij nog geen tien jaar oud is. Omdat haar moeder voor de kost moet zorgen, is ze overdag vaak alleen.

Yvette Lont-Eersel raakt op jonge leeftijd verslaafd aan harddrugs en belandt op 26-jarige leeftijd in de prostitutie. Na de geboorte van een zoontje breekt ze radicaal met een leven dat wordt gestempeld door seks en drugs. Ze voegt zich bij een evangelische gemeente.

In 2004 start Yvette Lont samen met haar man een leefgemeenschap voor drugs- en alcoholverslaafden en prostituees, Op de Rots in Amsterdam. Sinds vijf jaar is ze namens de ChristenUnie lid van de deelraad Amsterdam-Zuidoost. Yvette Lont heeft drie kinderen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek