Kenna: „Bij ons op school werd vroeger over dit onderwerp totaal niet gepraat.”
Simone: „In de tweede van de havo zat er een jongen bij mij in de klas die met grote ogen zat te luisteren naar wat de leraar biologie over seksualiteit vertelde.”
Jacolien: „Zo’n situatie wil je toch voorkomen.”
Er zijn al veel stappen in de goede richting gemaakt wat betreft seksuele opvoeding, getuige de vele lezingen, boeken en onderwijsmethodes die over dit onderwerp verschenen zijn. Toch vonden de drie panelleden het boek van Brons verrassend.
Simone: „Ik vond het heel praktisch; er werden duidelijke voorbeelden gegeven van hoe je kinderen kunt voorlichten. Ik heb kinderen van 7 maanden tot 8 jaar en zit dus midden in de seksuele opvoeding. Al lezend dacht ik: Hé, zo doe ik het al. Of: O ja, dit zou ik beter kunnen doen.”
Jacolien: „Het was nieuw voor me dat een kind nooit te jong is voor seksuele opvoeding. Je begint ermee vanaf de geboorte en stopt het niet. Het is een doorgaande lijn, niet één moment. Seksuele opvoeding is geen kwestie van voorlichting, maar is echt opvoeding.”
Kenna: „De mooiste zin in het boek vond ik: „Het helpt als wij dingen concreet benoemen en kinderen wijzen op de Bijbelse boodschap over seksualiteit, namelijk dat het een geschenk van God is dat in een relatie van liefde en trouw helemaal uitgepakt mag worden.” Brons schetst heel duidelijk hoe de Bijbel je uitgangspunt kan zijn in je visie op seksualiteit.”
Jacolien: „Ja, ze kan precies vertellen waar bepaalde argumenten in de Bijbel staan en hoe die bedoeld zijn. Dat moet ook, wil je jongeren concrete wapens in handen geven. Tieners hebben er niets aan als je vanuit je gevoel zegt dat iets niet mag.”
Simone: „Kinderen willen tegenwoordig echt uitleg krijgen. De vragen die mijn oudste aan mij stelt zijn doordacht. Ik denk niet dat ik vroeger als kind al op die manier met seksualiteit bezig was.”
Simone noemt die leergierigheid iets moois. „Het geeft aanknopingspunten om een gesprek met mijn kinderen aan te gaan. Laatst had ik mijn zoon van zeven uitgelegd hoe een baby ontstaat en hij vraagt meteen daarna: „Doen jullie dat nog wel eens?” Lachend: „Dan kun je weer wat meer uitleggen.”
Kenna: „Brons geeft ook duidelijk aan dat je niet te veel aan een kind hoeft te vertellen. Je moet blijkbaar heel voorzichtig aftasten of je kind al aan bepaalde informatie toe is.”
Simone: „Ja. Ze vragen het zelf wel, als ze meer willen weten. En als ze het vragen moet je niet zeggen: „Nee, daar praten we later wel over.” Dan moet je er gewoon tijd voor maken en er op dat moment over praten. Al is het aan tafel.”
Openheid over seksualiteit is goed, vinden de drie eensgezind.
Simone: „Heel veel zonden op dat terrein zijn door onwetendheid gekomen.”
Kenna: „Sommige kinderen weten niet eens wat ongesteld zijn is en denken dat ze de vreselijkste ziektes hebben.”
Simone: „Ik heb het mijn dochter van 8 verteld, voor het geval dat ze vroeg ongesteld wordt. Ik denk: ze moet het gewoon weten.”
Jacolien: „Op school hadden wij op een gegeven moment nog niet eens wc’s met afvalbakjes.”
Simone: „Het gaat verder dan alleen ongesteldheid. Waarom niet open zijn over het lichaam van je kind? Als het uit bad komt, benoem je wel de handen en voeten als je ze afdroogt. Waarom dan de geslachtsdelen niet? En borstvoeding geven bijvoorbeeld: Waarom moet je dat boven doen? Als ze erom lachen, zeg ik: „De Heere heeft dat heel mooi geschapen en daar moet je niet raar over doen. Dat is niet iets om rare praatjes over te houden. Ze begrijpen dat.”
Jacolien: „Als ik op school een Bijbelverhaal moet vertellen over Maria die ongetrouwd zwanger werd, denk ik altijd: Hoe moet ik dat vertellen? Hoe zullen ze het oppakken? Dan zoek ik naar woorden voor iets waar de kinderen zelf heel makkelijk over doen. Zo had ik een keer het verhaal van Rachab en de verspieders verteld. „Dat was een heel zondige vrouw hoor”, zei een meisje toen ik terugvroeg. „Een hoer.” Ze had misschien geen idee wat het betekende, maar dat hoefde ook helemaal niet. Je bent heel snel geneigd om over seksuele dingen heen te praten of bepaalde woorden te vermijden uit angst voor hun vragen. Dat is niet nodig. Je moet gewoon noemen wat er in de Bijbel staat en verder hoef je niet in details te treden.”
Kun je ook te open zijn?
Kenna: „Verkeerde openheid is te veel willen vertellen aan kinderen op de verkeerde momenten. Te veel in detail willen treden. Dat schrijft Sarina Brons ook in haar boek.”
Jacolien: „De media zijn open over alles wat met seksualiteit te maken heeft. Dat gaat te ver. Openheid binnen je gezin is goed, maar niet alles hoeft op straat te liggen.”
Kenna: „Ook binnen het gezin zijn er dingen tussen man en vrouw die letterlijk achter de gesloten deuren moeten blijven. Er zijn grenzen.”
Wat hebben jullie concreet aan ”Blozen mag” gehad?
Simone: „Ik werd erin bevestigd dat mijn aanpak al een goede aanpak is. Ik kreeg praktische handvatten. Bijvoorbeeld welke woorden je het beste voor kinderen kunt gebruiken om uit te leggen hoe baby’s geboren worden.”
Jacolien: „Ik heb geen kinderen, dus heb ik er in het dagelijks leven niet zo veel mee te maken. Maar als ouder zou ik hier denk ik wel iets mee kunnen. Met dit boek in handen zou ik er minder tegen opzien het gesprek met mijn kinderen aan te gaan, denk ik.”
Kenna: „Ik heb eerst tegengesputterd dit boek te lezen. Ik had er geen zin in, omdat ik ook geen kinderen heb. Maar toen ik er eenmaal in begonnen was, heb ik het in één keer uitgelezen. Ik vind het een steengoed boek.”
Simone: „Mijn vriendin vroeg ook al: „Mag ik het van je lenen?””
Kenna: „Brons is bijvoorbeeld heel duidelijk over thema’s die iedereen aangaan, zoals zelfbevrediging. Ze noemt dit zonde en schrijft dat het altijd schuld- en eenzaamheidsgevoelens teweegbrengt. Seksualiteit binnen het huwelijk geeft daarentegen een groot gevoel van verbondenheid en eenheid.
Ik heb het boek al aan een jonge vader gegeven, want ik kan het iedereen aanraden, ik maak er echt reclame voor.”
Sarina Brons
Psychologe Sarina Brons (1969) is geboren in Putten en verhuisde in haar studententijd naar Utrecht, waar ze psychologie studeerde met als specialisatie jeugdstudies. Ze trouwde en kreeg drie kinderen.
Behalve moeder is Brons freelanceredacteur voor uitgeverij Jongbloed. Bij deze uitgeverij publiceerde ze in 1995 het boek ”Kijk eens naar jezelf”, over het ontwikkelen van een eigen identiteit, geschreven voor jonge tieners.
Brons schrijft regelmatig opvoedkundige bijdragen voor onder meer het Reformatorisch Dagblad. Op haar website schrijft ze dat ze ouders „vanuit een christelijke levensovertuiging” handvatten wil aanreiken „in de dagelijkse praktijk van het opvoeden en opgroeien.”
Sinds 2000 houdt Brons lezingen op het gebied van opvoeding en spreekt ze voor en met jongeren over seksualiteit en relaties. In 2007 verscheen haar brochure ”Niet los verkrijgbaar”, waarin ze jongeren bemoedigt om de gave van seksualiteit goed te gebruiken.
In 2008 publiceerde zij het boek ”Ruimte door regels”, over grenzen stellen in de opvoeding.
Een jaar later kwam haar boek ”Blozen mag” uit, waarin ze ouders handvatten aanreikt om met hun kinderen over seksualiteit te praten.
Brons is op dit moment werkzaam bij Eleos op de afdeling jeugd.
Panelleden
Kenna Schipper-Velema (61) uit Veenendaal, gehuwd, opgeleid tot bibliothecaresse en lerares nijverheidsonderwijs.
Simone Aantjes-Freije (30) uit Nieuw-Lekkerland, moeder van zes kinderen en fulltime huisvrouw.
Jacolien Buitendijk (32) uit De Klomp, leerkracht en intern begeleider op de Eben Haëzerschool in Barneveld.