„Apart dat we het nu toch weer over die kalenderboeken gaan hebben”, zegt Pécasse. Thonen lacht en haalt de schouders op. Heet het apart als twee Limburgers, die jarenlang samen verantwoordelijk waren voor de jaarlijkse uitgave van het DSM-kalenderjaarboek, een prestigieuze marketingproductie, herinneringen ophalen? Meer dan dat de chef en de subchef van DSM’s oude pr-afdeling weer eens terugblikken op hun werk is er niet aan de hand.
De DSM-kalenderjaarboeken verschenen vanaf 1951. Mijn favoriet is ”Fuga”, het 44e, aan orgels gewijde deel. Ooit, nog in het guldentijdperk, stond ik er in Maastricht mee in mijn handen. Ik vroeg me af wie er op het idee kwam zo’n magnifiek geïllustreerd boek uit te geven en legde het na de prijs te hebben gehoord, weer in de schappen terug.
Dat trage, aarzelende gebaar van een boek van de plank nemen en weer terugleggen, komt weer bij me op voor ik naar Maastricht op pad ga om ”Fuga” te zoeken. De geestdrift om het kalenderboek te vinden, wordt nog eens vergroot door een aanstekelijk telefoontje van collega Sjaak Verboom, de fotograaf. Hij belooft navraag te zullen doen bij elk antiquariaat dat hij gaat fotograferen. Zijn cryptische, aan het eind van de middag verzonden sms, voert me een paar weken later naar het antiquariaat van Paul Bremmers in de Brusselsestraat, nabij de Sint-Servaasbasiliek; het antiquariaat dat ”Fuga” op voorraad heeft.
Subliem
Deze wetenschap is een opsteker, maar tegelijkertijd ook een tegenvaller. Een tegenvaller omdat de aardigheid er af is nu ik weet dat mijn zoektocht in tenminste één winkel slaagt. Positief is dat ik me, nu het zoeken minder tijd zal kosten, ook kan verdiepen in de achtergrond van de DSM-kalenderboeken. Waarom gaf het oude staatsmijnenbedrijf, dat later tot een internationaal chemisch concern uitgroeide, eigenlijk zulke juweeltjes uit?
Via Google kom ik achter het bestaan van stichting Kalenderwedstrijd, een stichting die sinds 1983 een prijs uitreikt voor de beste relatiekalender. Een van de initiatiefnemers is Cees Pfeiffer, inmiddels adjunct-hoofdredacteur van het Grafisch Weekblad. „Die DSM-kalenderboeken waren fenomenaal”, zegt hij op de vraag of hij zich de uitgaven kan herinneren. „In 1983 wonnen ze de Zilveren Camera voor het sublieme fotowerk.” Een uur na het eerste gesprek heeft Pfeiffer uitgevonden dat Wim Pécasse degene was aan wie hij destijds de prijs overhandigde. Op voorwaarde dat ook zijn opvolger op de afdeling public relations, Henk Thonen, van de partij is, is Pécasse bereid tot een gesprek.
Luxe-editie
Het industrieterrein langs de Maastrichtse Cabergerweg herinner ik me van eerdere bezoeken. Ik kan er nog steeds gratis parkeren en op loopafstand van de in de binnenstad gelegen antiquariaten bovendien. Een terreinknecht van een van de bedrijven wijst op het bord ”Uitrit vrijlaten”. Doorrijden, nog iets verder doorrijden, gebaart hij nors.
Een wandeling over de Markt en langs de Maasboulevard voert naar het deftige Maaslands Antiquariaat van Nol Beckers in de Stokstraat. „Hier zult u ”Fuga” niet vinden”, zegt de eigenaar terwijl hij met een zeem de winkelruiten boent. „Wij doen geen Limburgensia meer.” Ton Stille, een oude klant van Beckers, begon na zijn pensioen zijn mede op Limburg gerichte antiquariaat Librairie Stille. Beckers: „Twee antiquariaten die gespecialiseerd zijn in deze streek leek ons te veel.”
Bij Hendrik van Veldiken, een grote Maastrichtse boekhandel die tot 1996 in het bezit van zijn familie was, bestelde hij jaarlijks 800 exemplaren van elke nieuwe DSM-kalender, weet Beckers zich te herinneren. „Zo’n uitgave was een geliefd geschenk, we kwamen altijd tekort.”
In Librairie Stille zijn exemplaren van de DSM-kalenderboeken inderdaad in ruime mate voorhanden. Net als in antiquariaat De Bovenste Plank van eigenaar Peter Gordijn, dat zich een paar deuren verder, eveneens in de Rechtstraat, bevindt. Aan de hand van de aanwezige kalenderboeken kan Stille traceren welke onderwerpen de makers van DSM door de jaren heen selecteerden. Gehurkt tussen rijen boeken somt hij de prachtigste titels op: ”Spiegel van de Romeinse beschaving” uit 1966, ”Tijdsbeeld in steen” uit 1969 en ”Levensteken uit de oertijd” uit 1973. Kennelijk beschreven de auteurs van de boeken stelselmatig elk aspect van de Limburgse cultuur en natuur.
Nog altijd gewild is volgens Stille de titel ”Stadsheer en meesterteken”, waarin de stad Maastricht centraal staat. Ook ”Coriovallum”, over het ontstaan van Heerlen en ”Filippus van Gulpen”, over de beroemde schilder, doen het goed. Ik leer verder dat elk kalenderjaarboek in twee uitgaven verscheen; de kalenderboekversie, herkenbaar aan de ringband, en de luxe-editie voor in de boekenkast. De handel in dit onderdeel van de Limburgensia is weinig lonend, erkennen Gordijn en Stille. Gordijn: „Bij iedereen die overlijdt, kom je wel een kalenderboek tegen. Het is een enorme hausse geweest.” Stille: „Alleen in de oude en de luxe-edities is nog handel. Gewilde kalenderboeken en luxe-edities zijn zo’n 15 euro waard, de gewone kalenderboeken gaan afhankelijk van hun staat voor 5 à 10 euro weg.”
IJsvogel
De 44e editie van de kalenderboeken uit 1995 heeft geen van beiden. Zonder ”Fuga” kom ik in Ubachsberg aan. Pécasse herhaalt dat ik geen grote verhalen mag verwachten. „Het is al een tijd geleden en we zijn de jongsten niet meer”, voegt Henk Thonen toe. „Of had ik dat al gezegd?”
Uit hun verhaal blijkt dat het oude staatsmijnenbedrijf al in de jaren vijftig bewust investeerde in een goede pr- en marketingafdeling. De afzet van kolen liep terug en moest met reclameslogans worden gestimuleerd. Klanten binden en jezelf aantrekkelijk maken voor het personeel was ook belangrijk, zegt Pécasse. „We dachten dat te kunnen doen met één product, het kalenderboek.”
Thonen: „Het benodigde personeel hadden we allemaal zelf in huis. Fotografen, vormgevers, noem maar op. Twee jaarboeken hebben we uitbesteed. ”Ogenblik” over de Limburgse flora en fauna, omdat je een DSM-fotograaf niet drie dagen het riet kunt insturen om een ijsvogel te fotograferen. En ”Sport en spel”, over Europese sporten, want daarvoor wilden we ook foto’s uit Lapland. Over rendieren en arrensleeën en zo.” De internationalisering van DSM bleef volgens hem niet zonder consequenties. „De kalenderboeken kregen daardoor Europese thema’s, want voor de werkmaatschappijen en dochterondernemingen, onze belangrijkste afnemers, moesten ze aantrekkelijk zijn.” Bracht DSM met ”Fuga” achteraf bezien een ode aan een fraaie reeks Limburgensiaproducties? Pécasse: „Ja, het is een van de laatste kalenderboeken die nog volledig in de oude traditie zijn gemaakt.”
Souterrain
Het is al laat in de middag als ik Maastricht opnieuw kom binnengereden. De parkeerplek bij de Cabergerweg is nog steeds vrij, maar de terreinknecht die mij zo-even grimmig aanstaarde, is weg. Paul Bremmers, die ”Fuga” sinds het bezoek van Sjaak Verboom keurig heeft bewaard, doet vooral in landkaarten en stadsgezichten. „Ik heb ooit de restanten gekocht van een bibliotheek van een predikant. Daar zat-ie tussen”, zegt hij, terwijl hij op ”Fuga” wijst.
Centraal in zijn verhaal staat ene ds. H. P. Tulner. „Een protestantse predikant van boven de rivieren” is alles wat Bremmers van de man weet. „En dat het afgaande op zijn bibliotheek een zeer boeiende figuur moet zijn geweest.” De dochter en de schoonzoon van de predikant, het echtpaar Fuchs-Tulner, rekent Bremmers tot zijn vaste klanten. „Na het overlijden van de dominee heb ik de bibliotheek die hij zijn dochter naliet, op haar verzoek getaxeerd.” Boeken met een voor haar emotionele waarde liet de predikantsdochter in haar souterrain. Bremmers: „Het restant, inclusief een doos DSM-kalenderboeken waaronder ”Fuga”, kwam vervolgens hier terecht.” Volgens Bremmers was de doos, die pas tijdens een grondige inspectie van de boekenpartij boven water kwam, niet van de predikant maar van diens schoonzoon. „Hij heeft een hoge functie bij DSM.”
Daar sta ik dan met de ode aan de Limburgensia, tevoorschijn gekomen tijdens het uitpakken van de erfenis van een predikant. „Zo gaat dat vaak met die oude boeken”, zegt Bremmers relativerend. Met een handgebaar naar ”Fuga” vervolgt hij: „Pak gelijk maar mee, het is niets waard.”
DSM-kalenderboek ”Fuga”
De ondertitel van ”Fuga”, ”Orgels in Europa”, verraadt dat de transformatie van DSM van staatsmijnenbedrijf naar internationaal chemisch concern in 1995 al in volle gang was. De inhoud bevestigt dat nog eens. ”Fuga” richt zich niet uitsluitend op het Limburgse orgelbezit, maar bevat ook foto’s van een salonorgel uit Toggenburg en een epistelorgel uit Toledo. Kortom, de opzet is Europees.
Vermeldenswaard is onder andere een foto van het orgel in de Sanct Mariae Kirke in Helsingur (Denemarken). Dietrich Buxtehude was er van 1660 tot 1680 organist.
De teksten die de foto’s in ”Fuga” begeleiden, verraden, hoewel her en der teruggebracht tot een reclamesloganachtig gehalte, grote deskundigheid en affiniteit met vooral het Limburgs orgelbezit. Verwonderlijk is dat niet; ze zijn afkomstig van Jean Wolfs, die 45 jaar actief was als cantor en orgelbespeler in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht en in 2003 overleed.
Aan anekdotes ontbreekt het in ”Fuga” niet. Zo verhaalt het boek dat de elfde-eeuwse orgels in Halberstadt en Magdeburg met magische verhalen waren omgeven. Tijdens het bespelen, zouden ze giftige dampen uitstoten. Drie vermetele monniken zouden zich tijdens een fuga hebben doodgezongen toen ze zich overgaven „aan de magie van het orgelspel.”
Tips
Hoewel geen boekenstad, biedt Maastricht de liefhebber meer dan een vestiging van De Slegte. Een aardig antiquariaat is Librairie Stille, „voor elk boek dat iets speciaals heeft”, aldus de eigenaar.
Antiquariaat & Galerie De Bovenste Plank drijft handel onder het motto: ”Wees welkom, onthaast u”. Een zoektocht naar boeken kan er worden onderbroken in de tuin achter de winkel, die uit twee achter elkaar gebouwde huizen bestaat. De tuin is een ware multifunctionele ruimte. Veelal fungeert hij als terras, daarnaast wordt de ruimte voor diverse literaire activiteiten zoals boekpresentaties verhuurd.
Maaslands Antiquariaat, gespecialiseerd in antieke prenten, is dermate chic en overzichtelijk ingericht dat het makkelijk zou kunnen doorgaan voor een museum. Wie het voornemen er iets aan te schaffen ten uitvoer wil brengen, dient over een goed gevulde portemonnee te beschikken.
Antiquariaat Bremmers en het Joodse antiquariaat Lilien zijn maar beperkt geopend. Dat geldt weer niet voor de eigentijdse landelijke boekhandel Selexyz, die zich in de Dominicanenkerk in de Dominicanerkerkstraat bevindt.
Aan het interieur van de kerk heeft Selexyz niets veranderd. Een bezoek aan de winkel is een echte aanrader: boeken kijken en oude kerken bewonderen gaan hand in hand. Wie de zeven boekhandels aankruist op een plattegrond en van de ene naar de andere loopt, passeert automatisch de bruggen en het Vrijthof, de toeristische trekpleisters van Maastricht.
Dit is het laatste deel in een serie zoektochten naar boeken.