Nadat Femke een eerste versie op papier had, liet ze het verhaal een paar maanden liggen. „Daarna heb ik het helemaal herschreven. Alleen de karakters van de minstreel en van de nar (die hem als een schaduw volgt en hem met zichzelf confronteert) zijn gebleven.”
Veel historisch onderzoek heeft Femke niet verricht voor haar verhaal. „Ik heb wel via Google bekeken hoe de stad Gent, waar het verhaal speelt, er qua bebouwing in de veertiende eeuw ongeveer uitzag. Het belfort werd bijvoorbeeld net in die tijd opgetrokken.”
Femke vindt dat een historisch verhaal betrouwbaar moet zijn als het gaat om de geschiedkundige feiten. „In elk geval moet het verhaal zo gebeurd kunnen zijn. Maar ik ben niet het type dat graag uren in een archief zit om dingen uit te zoeken. Ik weet bijvoorbeeld niet helemaal zeker of er in 1329 wel een jaarmarkt in Gent is gehouden, zoals ik beschrijf.”
Femke moet het meer hebben van haar fantasie en schrijfstijl dan van de geschiedkundige onderbouwing, denkt ze zelf. „Eigenlijk ligt het historische verhaal mij niet bijzonder; ik schrijf veel liever een verhaal dat in een fictieve wereld speelt die ik zelf kan vormgeven. Ik lees ook graag fantasyboeken.”
Toch is de uitslag van de wedstrijd voor Femke een stimulans om serieus aan een groter verhaal te werken. „Ik heb al een vervolg op het verhaal van minstreel Florian bedacht”, vertelt ze. „Maar ik weet niet of ik dat ga opschrijven. Het verhaal zou dan toch weer helemaal anders worden.”