Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Een boekenstad zonder toverfluit

 Foto's RD, Henk Visscher
 1 van 4  

Foto's RD, Henk Visscher

Het stadje schijnt té vredig voor een boek met zo’n grimmige ontstaansgeschiedenis. Bij de bittere boosheid van Rie van Rossum past deze zonovergoten gemoedelijkheid bepaald niet. Bij de speelse vriendelijkheid van ”De jongen met de toverfluit” zelf echter des te meer. W. G. van de Hulst had dit plaatsje prima als decor voor zijn verhalen kunnen gebruiken.
Op de parkeerplaats staat slechts één auto naast de mijne. De grond ligt vol versgemaaid gras. Het rúíkt hier zelfs groen. Ik volg het bordje ”Infocentrum Boekenstad”, dat mij via een idyllisch bruggetje over een brede beek stuurt. Een grote groep drijvende eenden kijkt naar me op. Ik aarzel, maar houd mijn twee boterhammen met kaas toch zelf.

Rechts verrijst op een terp een oude molen. Bruine schapen grazen aan de voet ervan. Een plaatje als uit een boek van W. G. van de Hulst, die in ”Herinneringen van een schoolmeester” zijn levensverhaal beknopt vastlegde. Daarna deed Rie van Rossum dat dunnetjes over in ”De jongen met de toverfluit”. Het moest een feestelijk gebaar bij zijn zeventigste verjaardag zijn, maar als je Van Rossums brieven over dit boek leest, word je niet vrolijk. Aan Van de Hulst zal het niet gelegen hebben. Zoals de uitgever geduldig aan Van Rossum uitlegde, was het „werkelijk de algemene en nerveuze drukte voor zijn jubileum” waardoor Van de Hulst niet direct gereageerd had op haar beschrijving van zijn levensloop. „Hij is heus attent genoeg, maar het was juist zijn bedoeling -als het zo mag worden uitgedrukt- u hiervoor in het openbaar te huldigen”, aldus Knotnerus van uitgeverij Callenbach.

Het zal Rie van Rossum niet overtuigd hebben. Haar werk lijkt sowieso niet zo edelmoedig te zijn als ze het liet voorkomen. In een brief die ze tijdens het schrijven van deze biografische schets in de zomer van 1949 al aan de uitgever stuurde, zegt ze: „Het boekje over W. G. van de Hulst sr. vordert, maar er zit héél wat werk aan vast. Heeft u al eens uw gedachten laten gaan over het -vanzelfsprekend flink- honorarium?”

Dit soort correspondentie maakt des te benieuwder naar het boek zelf. Ik ga ernaar zoeken in het boekenstadje bij uitstek, Bredevoort. Een klinkerweg leidt langs de kerk, en dan ligt rechts de eerste winkel al. Met een kraampje ervoor. Ik bedenk dat ik eerst aan contant geld moet zien te komen, en loop verder tussen de oude gevels met rode baksteen, rode dakpannen en veel klimrozen. Op de deur van de volgende winkel die ik passeer, hangt een bordje ”Gesloten”. De eerstvolgende zaak daarna staat leeg en is te koop.

Klep oplichten

De pinautomaat, tegenover de dorpspomp, blijkt snel gevonden. Hij is ondergebracht in het infocentrum. Dat komt goed uit. Je kunt hier een plattegrond krijgen waarop alle 21 antiquariaten te vinden zijn. Ook verdere informatie over de boekenstad en over andere boekensteden in Europa ligt hier voor het grijpen. De meeste winkels zijn van elf tot vijf open, vertelt een dame achter de balie. Ja, tussen de middag ook.

Als ik weer buiten sta, begint de klok aan de overkant met een bronzen gebeier. Vanaf de rand van het stadje weerklinken tegelijk heldere klanken van een tweede torenklok. Samen laten ze weten dat het middaguur is aangebroken.

Terug bij de eerste winkel die ik zag, ontwaar ik geen jongen en geen toverfluit. Ik verwacht deze levensbeschrijving van Van de Hulst eerlijk gezegd ook niet in een kraampje op straat. Wel valt me een oude bundel ”Kerstsproken” op, vanwege de naam N. Basenau-Goemans. Waar ken ik die auteur van? Langzaam begint het me te dagen. Dit moet de moeder zijn van An Rutgers van der Loeff-Basenau, een schrijfster die met haar kinderboeken dan wel niet zo vermaard is geworden als Van de Hulst, maar toch echt wel haar sporen op dat gebied verdiend heeft. Met de sproken onder mijn arm neus ik nog even verder. Als ik naar binnen wil om daar te kijken en te betalen, merk ik dat de winkeldeur op slot zit. Ik kijk om me heen en ontdek aan een van de kramen een brief. De verkoop is „gebaseerd op eerlijkheid”, zo blijkt daaruit. Het geld „kunt u gepast in de brievenbus doen (klep oplichten)” En: „Vindt u twee euro te duur voor een boek, dan hebben wij nog liever dat u het boek gewoon STEELT, dan dat u toch nog een fooi in de bus doet. Ook al is het u geen twee euro waard, wellicht is een volgende klant er dolgelukkig mee.”

De bank heeft uiteraard alleen biljetten gegeven. Een meneer aan de andere kant van de kraam helpt me uit de brand. Hij wil wel wisselen. Ik drop mijn munt in de geel geschilderde brievenbus waar met graffiti een rood euroteken op is gespoten en vervolg de speurtocht. Achter een smeedijzeren hekje staat tussen de buxus alweer een kraam. Met brievenbus, maar zonder Rie van Rossum en zonder Van de Hulst. Ik kom opnieuw langs het infocentrum en zie dat het pand ernaast ook al leegstaat. Ik meen me te herinneren dat daar de laatste keer dat ik hier kwam een leuk zaakje zat. Gaat het wel goed met Bredevoort?
Snuffel

Het terras op ’t Zand in het centrum zit vol fietsers. Een bronzen Hendrikje kijkt toe. Achter haar staat de voormalige school, nu volgestouwd met boeken. De English Bookshop aan de ene kant kan ik vandaag overslaan. Winkel Waldo, aan de andere kant van het pand, biedt meer perspectief. Hoge kasten hellen vervaarlijk voorover, volgestouwd met oude kinderboeken. Mijn oog valt op een artistiek bandje met een verhaal van de Joodse Clara Asscher-Pinkhof: ”Aan wal”. Tweeëntwintig euro vijftig. Gauw verder zoeken maar. Inderdaad, werk van W. G. van de Hulst is ruim vertegenwoordigd, maar Rie van Rossum zie ik niet.

„Rie van Rossum?” peinst de verkoopster. „Even denken. Die staat geloof ik bij de misdaad- en thrillerboeken.” Misdaad? Thrillers? „Ik bedoel eigenlijk een biografisch verhaal over de kinderboekenschrijver Van de Hulst”, licht ik toe. De boekverkoopster stapt kordaat op de achterwand af, trekt een rijtje Heleen van Rooyen uit de kast en zowaar, daar komt Van Rossum tevoorschijn. De boeken blijken hier twee rijen dik te staan! Je moet het maar weten. Daar is ”Cinderella”, ”De kloof zonder brug”, ”Guusje uit de Goudsbloem”…

Van ”De jongen met de toverfluit” ontbreekt elk spoor. We maken nog een kans op de kinderboekenafdeling, beweert de verkoopster. Maar daar duikt ”Alleen maar een zwart poesje” op. Dat is het dan. Ik zal verder zoeken. „Sommige winkels zitten dicht, moet ik u zeggen”, waarschuwt de eigenares van Waldo. „Die gaan op donderdag of vrijdag pas open. Of alleen in het weekend.”

Buiten stuit ik algauw weer op een kraam met geldbusje, dit keer een oud en verroest blik met gleuven waarin ooit werd gespaard voor ”kleding, gas/licht, brandstof, vakantie” en zo nog een paar dingen. Ik constateer dat hier noch Van de Hulst noch Van Rossum uitgestald ligt en stap de winkel aan de overkant binnen. Een goedbedoelende tiener staat achter me, nog voordat ik een titel heb kunnen lezen. Of hij me kan helpen. Toch jammer. Wie een boek zoekt, wil daar toch eigenlijk een stijve nek van het speuren aan overhouden. Rie van Rossum zegt ’m niets. Als hij er iemand bij heeft gehaald, die zijn grote broer zou kunnen zijn, komen er drie deeltje over Koen en Gijs boven water - en weer ”Alleen maar een zwart poesje”. De jongen wijst op mijn plattegrond een winkel verderop aan, Snuffel. Toch goed dat-ie het zegt. Ik veronderstelde dat het hier ophield.

Het zaakje dat hij bedoelt, is klein en vol. Ik schaf er een kinderboekje van K. Norel over het leven van Maarten Luther aan, maar kom over het leven van W. G. van de Hulst niets tegen. Zijn werk is hier wel vertegenwoordigd, dat van Rie van Rossum niet.


Zeldzaam

Op een muurtje in de zon eet ik de boterhammen die ik de eenden niet gunde. Ondertussen streep ik op de plattegrond de winkels door die ik bezocht heb. In de Prinsenstraat hervat ik mijn zoektocht. Je kunt hier houten speelgoed kopen, maar ook veel oude banden. Zoals overal staat er een heel rijtje Van de Hulstjes. De verkoopster is langdurig in gesprek met een moeder die uit de doeken doet waarom een vakantie van zeven dagen in Turkije haar niet trekt. Voor hetzelfde geld kan ze met haar gezin vier weken bij een boer in de Achterhoek kamperen en nog een paar leuke boeken kopen ook. Dat doet ze dus momenteel.

Ik loop door naar de Klarinet, waar ik bot vang. In een etalage iets verderop ligt Harry Potter tussen Swiebertje, Dik Trom, Pietje Puk en Pietje Bell. Ze hebben hier in ieder geval kinderboeken. Binnen in het smalle zaakje is inderdaad veel leuks te zien, maar ”De jongen met de toverfluit” is hier niet verkrijgbaar en in alle andere winkels die ik aandoe evenmin. Allerlei werk van die ”jongen” zelf blijf ik wel tegenkomen. Zelfs ”Om twee schitteroogjes”, ook al zo’n boek met een verhaal achter het verhaal. De Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging schijnt het te hebben bekroond, maar de erven van Van de Hulst gaven geen toestemming voor een herdruk omdat er „wrede scènes” in zouden zitten. Het verhaal dat Rie van Rossum eind jaren veertig schreef over de auteur hiervan is in Bredevoort vandaag niet te vinden.

Gelukkig maar dat ik een paar jaar geleden meer succes had. Thuis pak ik het boekje met de linnen band uit de kast. De titel ”De jongen met de toverfluit” staat op de rug. De voorkant laat alleen de handtekening van Van de Hulst zien. Op het schutblad staat: ”Bredevoort, Tweede Paasdag 2004”. Eronder kleeft een geel papiertje met daarop: ”€ 27,23. Zeldzaam”. De verkoper die het erin plakte, had gelijk.

Dit is het zevende deel in een serie zoektochten naar boeken.

Tips

Wat in de middeleeuwen een ridderstadje was, heet nu Boekenstad. Vijftien jaar geleden maakten bestuursleden van Bredevoorts Belang zich zorgen om de vele leegstaande panden in het oude Achterhoekse plaatsje. Een krantenartikel over boekenstad Hay-on-Wye in Wales bracht hen op een idee. In de zomer van 1993 werd Bredevoort Boekenstad officieel geopend door Jan Terlouw, toenmalig commissaris van de Koningin en inmiddels beschermheer van het project.

Momenteel telt Bredevoort een stuk of twintig antiquariaten. Ook diverse ateliers, een handboekbinderij en een poëziecentrum zijn er gevestigd. Naast diverse jaarlijkse boekenmarkten, wordt er elke derde zaterdag van de maand een kleine markt gehouden.

Een begrip is inmiddels ook de opruimingsmarkt op tweede paasdag, die liefhebbers soms leuke vondsten oplevert voor weinig geld.

Verjaardag Van de Hulst

W. G. van de Hulst is een begrip. Maar dat er bij zijn zeventigste verjaardag een biografisch verhaal over hem verscheen, weten weinigen. Rie van Rossum tekende zijn levensgeschiedenis in romanstijl op in ”De jongen met de toverfluit”, een boek dat je zelden ziet. Perikelen rond de publicatie maken nieuwsgierig naar de inhoud van deze uitgave. Van Rossum zelf kreeg de eerste exemplaren in de herfst van 1949 onder ogen. De aanblik was haar echter geen onverdeeld genoegen, zo liet ze weten. De reden van haar ontstemdheid wordt uit haar brief niet precies duidelijk, de consequentie wel: op het feest van Van de Hulst zou zij niet aanwezig zijn: „In verband daarmee heb ik er (…) van afgezien om (…) te verschijnen, zomin op de receptie als aan het diner. Mijn afkeer van deze kermis der ijdelheid is nog vergroot door het feit, dat deze hele ”huldiging” voornamelijk bedoeld is als een stunt voor de ”Contact-Ontmoeting” combinatie. Het jubileumboek wordt zorgvuldig in een hoek gearrangeerd, niet het minst door de jubilaris zelf. Deze heeft niet eens de beleefdheid gehad mij formeel te bedanken (…). Rest voor de auteur alleen de voldoening een goed stuk werk te hebben geleverd. Het schrijven van dit boek was een edelmoedigheid van mijn kant, maar zelfs die heeft haar grenzen.”

De jubilaris was teleurgesteld. Hij had zich erop verheugd Van Rossum te ontmoeten en was van plan haar in zijn speech toe te spreken. Hoewel de schrijfster schitterde door afwezigheid, uitte Van de Hulst zijn waardering voor ”De jongen met de toverfluit” en in zijn dankwoord aan het eind van het diner noemde hij nogmaals haar naam.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek