Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

”Deutsche boeken” in voormalig spookstadje Bredevoort

  
 1 van 7  

 

Bredevoort lijkt uitgestorven. Twee mooiweerfietsers zoeken met een plattegrond in de hand hun weg door het boekenstadje. Een paar bouwvakkers repareren de stoep van het oude kerkje op de Markt. Op de drempel van een boekwinkel aan de Koppelstraat soezelt een bonte kat in de zon. Maar verder geen teken van leven. Een vel papier boven een brievenbus: ”Hier svp geld voor de boeken”.
Wanneer er geen boekenmarkten zijn en het vakantieseizoen nog moet beginnen heeft Bredevoort –1600 inwoners– iets van een slaperig provinciestadje uit een voorbije tijd.

Toch doet het Achterhoekse plaatsje zijn naam als boekenstad het hele jaar door eer aan. De antiquariaten plaatsen als het even kan kraampjes buiten en veel particulieren hebben onder dakgoten en overstekken schappen aangebracht waarop rijen boeken zijn uitgestald. Klanten kunnen op elk moment van de dag naar hartenlust grasduinen in het aanbod. Het verschuldigde bedrag mag in potjes, blikjes of brievenbussen worden gedeponeerd. Een kwestie van vertrouwen. „We verzoeken u wel om het geld in de nachtelijke uren heel zachtjes in de bus te laten glijden…”, grapt de eigenaar van Honesty Bookshops, die alleen een boekenkast in de openlucht heeft, met rijen goedkope pockets.

De antiquariaten in Bredevoort dragen namen als Boek en zo, De Kantlijn, ’t Snuffel, Ovidius en Veelheden hoe. De laatste knipoogt naar het gelijknamige gedicht van Leo Vroman:

Een half petje kip,
een popotamus hip,
twee muisjes vleer,
vier hanen weer,
acht beelden voor,
zestien kijkjes door,
tweeëndertig vliegjes vuur,
vierenzestig kastjes muur,
honderd achtentwintig fouten druk,
een kippetje tuk?
tweehonderd zesenvijftig stokken tover,
vijfhonderd twaalf tochten over,
en ongeveer, duizend minnen meer.

Elke boekwinkel heeft zo zijn eigen specialiteiten. Antiquaar Rainer Heeke omschrijft zichzelf als „de Duitse pionier in Bredevoort” (de grens is niet ver weg) en heeft vooral „deutsche boeken” in het assortiment. „De koffie is klaar im gartencafé tijdens de boekenmarkten.”

Stefan Krüger, ook al een Duitser, specialiseert zich in muziek en in zeldzame en wetenschappelijke boeken en The English Bookshop aan ’t Zand is volgens de eigenaar de op een na grootste boekwinkel in Bredevoort: op de plek waar ooit in de Tachtigjarige Oorlog de Engelse diplomaat Daniel Roger een aantal jaren op de Burcht van Bredevoort gevangen werd gehouden, heeft zich opnieuw een Engelsman gevestigd, maar nu vrijwillig. Engelse literatuur en Europese geschiedenis domineren de schappen. En boeken over katten.

Een aantal keren in het jaar ondergaat Bredevoort een totale metamorfose. Dan komt het provinciestadje tot leven. Elke derde zaterdag van de maand is er in het centrum een kleine gespecialiseerde boekenmarkt met demonstraties boekbinden. Deze markt bestaat uit zo’n 15 tot 25 kramen en wordt ook in de wintermaanden gehouden. In mei en augustus worden de grote, internationale boekenmarkten gehouden die steevast duizenden bezoekers trekken. Tussendoor zijn er kleinere markten op tweede paasdag en tweede pinksterdag.

Spookstadje

Twintig jaar geleden was Bredevoort nog hard op weg een spookstadje te worden. Veel panden in het centrum stonden leeg, het onderhoud liet te wensen over en de middenstand kon geen droog brood meer verdienen. Een artikel in de Volkskrant over het Engelse boekenstadje Hay-on-Wye bracht de vorig jaar overleden Henk Ruessink, toen bestuurslid van Bredevoorts Belang, in 1992 op het idee om van Bredevoort een vergelijkbare attractie te maken.

En met succes. Bredevoort bleek alles in huis te hebben om te voldoen aan de criteria van de Internationale Organisatie van Boekensteden: een historische stadskern en een mooie landelijke omgeving. Alleen de vereiste antiquariaten –ten minste tien– ontbraken vooralsnog. Sterker nog: er was geen boekwinkel in Bredevoort te vinden.

Maar daar zou snel verandering in komen. Ruessink legde contact met antiquariaten in Nederland en in het Duitse Noord-Rijnland-Westfalen. Een schriftelijke peiling onder antiquaars leverde 85 belangstellenden op. Op 27 augustus 1993 werd Bredevoort Boekenstad officieel geopend door Jan Terlouw, toenmalig commissaris van de Koningin en inmiddels beschermheer van het project.

Op dat moment had zich een zestal antiquariaten al daadwerkelijk in Bredevoort gevestigd, evenals een boekbindcentrum, een streekdocumentatiecentrum, een kunstgalerie en het middeleeuwse restaurant Bertram. Daarna werd de toeloop zo groot dat sommige inwoners bang waren dat Bredevoort een museumstadje met louter boekwinkels zou worden. Daarom bepaalde de gemeente dat er in het historische centrum niet meer dan 36 antiquariaten gevestigd mochten worden en dat mensen niet meer dan een derde van hun woning voor de verkoop van boeken mochten vrijmaken.

Hans en Loekie Pruim bijvoorbeeld, vestigden in een pand aan de Hozenstraat (dat volgens de muurankers in de voorgevel dateert uit 1777) in 1997 antiquariaat De Steunbeer. Ze dachten er een rustige oude dagsbesteding in te vinden. Het antiquariaat groeide echter als kool en beslaat inmiddels ook het buurhuis. „Met de rust is het nu dus grotendeels gedaan”, aldus de eigenaren.

Elke twee jaar organiseert een van de boekensteden die zijn aangesloten bij de Internationale Organisatie van Boekensteden (IOB) het International Booktown Festival. Dit festival is ontstaan in Bredevoort ter gelegenheid van het eerste lustrum als Boekenstad in 1998. Daarna volgden Mühlbeck-Friedersdorf (Duitsland, 2000), Sysmä (Finland, 2002), Wigtown (Engeland, 2004), Fjærland (Noorwegen, 2006) en Montereggio (Italië, 2008).

Puzzelen

In zijn kantoor aan de Markt puzzelt Johan Klein Nibbelink, manager van Bredevoort Boekenstad, op een nieuwe indeling van de zaterdagse boekenmarkt. ’t Zand, het plein waar de markten altijd worden gehouden, is helemaal op de schop gegaan omdat er archeologisch onderzoek werd gedaan naar de Burcht van Bredevoort en de vestingwerken die hier in een grijs verleden hebben gestaan.

„Het aantal deelnemers blijft redelijk stabiel”, vertelt Klein Nibbelink. „Tenminste, dat geldt voor de markten voor particulieren. De grote internationale markten van mei en augustus kampen met teruglopende belangstelling. De economische recessie speelt daarbij een rol. Ik hoor dat organisatoren van boekenmarkten in andere plaatsen ook meer moeite hebben om alle plekken opgevuld te krijgen. Maar je ziet ook dat het publiek verandert. De echte boekzoekers wijken uit naar internet. De markten trekken in toenemende mate toeristen.”

Op die ontwikkeling speelt Bredevoort in. De gemeente Aalten, waaronder Bredevoort valt, heeft in haar beleidsnota ”Recreatie en toerisme 2009-2011” opgenomen dat het boekenstadje mede als vesting-, kunst- en cultuurstad voor het voetlicht moet worden gebracht. „Er is al een aantal jaren een verbreding van het culturele aanbod gaande”, zegt Klein Nibbelink. „Er is een piepklein theater waarin voorstellingen met figuren van papier en karton worden gehouden, in de Sint-Joriskerk hebben klassieke concerten plaats, in diverse galerieën exposeren kunstenaars, er is een beelden- en poëzieroute uitgezet, en op het oude schoolplein bij ’t Zand wordt de derdezaterdagmarkt omlijst met theater, muziek, dans, cabaret, toneel.”

Het boek blijft echter centraal staan, benadrukt Klein Nibbelink. „Dat is onze cultuurdrager. Maar daarnaast willen we het voor toeristen graag aantrekkelijker maken door nieuwe activiteiten te ontwikkelen. In Amerika is het cultuurtoerisme al een even grote markt als het zontoerisme. Daar zit dus zeker toekomst in. Restaurant Bertram in Bredevoort is nog niet zo lang geleden uitgebreid met een pension om gasten die langer dan een dag blijven onderdak te bieden. En de eigenaar verkoopt elk jaar meer kopjes koffie, heb ik me laten vertellen. Trouwens, ook in ’t Meestershuus, een prachtig gerestaureerd monumentaal pand uit 1894, is sinds 2007 een pension gevestigd.”

Wat verklaart volgens Klein Nibbelink het succes van Bredevoort als boekenstad? „De ongedwongen, informele Achterhoekse sfeer speelt een belangrijke rol. En Bredevoort heeft een mooi, kleinschalig historisch centrum. In 1992 stonden veel panden leeg en ze waren relatief goedkoop. Er was een soort vacuüm waar Bredevoort Boekenstad als het ware is ingetrokken. En voor het welslagen van het project is Henk Ruessink, als initiator en stimulator, van onschatbare waarde geweest. Hij had de drive om er een succes van te maken.”

Leefbaar

De plaatselijke bevolking pakte de omschakeling goed op, signaleert Klein Nibbelink. „Veel mensen begonnen een boekwinkel of verhuurden een deel van hun woning aan een antiquaar. Bredevoort is een stuk levendiger en daardoor leefbaarder geworden.”

Bredevoort heeft toekomst als boekenstad, denkt Klein Nibbelink. „Doe je ogen eens dicht en denk alle boekwinkels die hier zijn weg. Dat kan toch niet? Het boek zal altijd een factor van betekenis blijven, in elk geval het tweedehands boek. Er zijn heel veel bijzondere boeken waar mensen altijd weer naar op zoek gaan. We zeggen hier wel eens tegen elkaar: Het draait in een boekenstad niet om de bestsellers, maar om de longsellers.”

Dit is het tweede deel in een serie over boekensteden in Europa. Volgende week woensdag Damme, België.


Ridders en rampen

De huidige gemeenten Dinxperlo, Aalten en Winterswijk vormden samen met het stadje Bredevoort de voormalige heerlijkheid Bredevoort. Dit kleine landje was ooit het bezit van de roemruchte graven Van Lohn, van de graven en hertogen van Gelre, van Karel V en Filips II, van de Staten van Gelderland en van koning-stadhouder Willem III en diens navolgers. Van 1612 tot 1795 was Bredevoort tevens een garnizoensstadje.

In de middeleeuwen stond in Bredevoort een groot kasteel –op de plek waar ’t Zand is– en op de voorburg ervan bouwden de adellijke borgmannen hun huizen. Op de toren van de kerk aan de Markt prijkt nog altijd Sint-Joris die de draak verslaat. Hij houdt als schutspatroon van Bredevoort de herinnering wakker aan de riddertijd.

Vele huizen van Bredevoort binnen het gebied van de beschermde historische stadskern dateren uit de zeventiende eeuw. Door drie grote rampen die het stadje troffen is de middeleeuwse bebouwing geheel verdwenen. In 1597 was er een grote stadsbrand na de inname door prins Maurits, in 1619 teisterde een tweede stadsbrand de huizen en in 1646 sloeg op 12 juli de bliksem in het kruitmagazijn van het kasteel, dat met vele huizen in het stadje tot een ruïne werd. Op de oude fundamenten werden weer huizen gebouwd voor de soldaten, de functionarissen en de ambachtslieden voor het garnizoen.


Hendrickje Stoffels

In 1626 werd Hendrickje Stoffels in Bredevoort geboren. Zij was de dochter van sergeant Stoffel Stoffelse en Mechteld Lamberts. Sergeant Stoffel Stoffelse was eigenlijk jager van het kasteel in Bredevoort en werd daarom ook Jeger genoemd. Zijn kinderen heetten daarom in de omgangstaal ”Jegers”. Herman was jarenlang een zeer geacht burger in Bredevoort. Van hem stammen in vrouwelijke lijn veel huidige Bredevoortse families af.

Na de ontploffing van de kruittoren van het kasteel in 1646, waarbij haar vader mogelijk omkwam, en na het hertrouwen van haar moeder is Hendrickje waarschijnlijk in 1647 naar Amsterdam vertrokken. Ze was kwam als dienstmeisje bij Rembrandt in huis. Al snel werd zij meer voor de kunstenaar.

In de zomer van 1649 was Hendrickje even terug in Bredevoort; ze wordt als doopgetuige vermeld in het Bredevoorts doopboek. Mogelijk heeft Rembrandt samen met haar de reis naar Bredevoort gemaakt.

Op ’t Zand in Bredevoort staat een standbeeld van Hendrickje, gemaakt door Truus Doodeheefver-Kremer.

De plek waar Hendrickje zou zijn geboren en getogen, is enkele jaren geleden gelokaliseerd. Het huis zelf bestaat niet meer; het stond vlak bij de Markt, in de Muizenstraat. Een uithangbord aan de gevel van het pand uit 1717 herinnert aan de beroemdste inwoner van Bredevoort.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek