De rode draad van de heilsgeschiedenis

De rode draad van de heilsgeschiedenis -  Daniël en zijn vrienden. Illustratie Roel Ottow
 1 van 2  

Daniël en zijn vrienden. Illustratie Roel Ottow

Er is een nieuwe kinderbijbel uitgegeven. ”Volg Mij” is geschreven door Liesbeth van Binsbergen. Zij is moeder, juf, kinderboekenschrijver, en tevens een van de auteurs van de Prentenbijbel die vorig jaar verscheen. Meer dan de Prentenbijbel lijkt ”Volg Mij” afgestemd te zijn op reformatorische gezinnen.

De kinderbijbel is fors van formaat: er staan wel 116 verhalen in, 66 uit het Oude Testament en 49 uit het Nieuwe Testament. Bij ieder verhaal staat ten minste een paginagrote afbeelding; ook zijn er vaak nog kleinere plaatjes. Behalve groot is het formaat opvallend langwerpig, waarschijnlijk vanuit de gedachte dat meerdere kinderen rond de voorlezende persoon de prenten goed moeten kunnen zien. Nadeel is echter dat de band snel uitzakt.

Hoewel Van Binsbergen in het voorwoord meldt dat het niet haar streven is geweest om volledig te zijn, is ”Volg Mij” een behoorlijk ‘complete’ kinderbijbel. De auteur zegt dat ze heeft geprobeerd de rode draad van Gods heilsgeschiedenis zichtbaar te maken. Belangrijk is dat ze veel verhalen heeft gekozen die in lang niet elke kinderbijbel te vinden zijn, bijvoorbeeld over het sterven van Mozes, Bileam en de ezel en Davids zonde met Bathseba.

De keus voor het laatstgenoemde verhaal is typerend. Van Binsbergen wisselt licht- en schaduwzijden van de verschillende figuren nauwgezet af. Ze vertelt niet alleen over Abrahams geloof in Gods belofte, maar ook over zijn ongeloof door een kind bij Hagar te verwekken. Izak krijgt op het gebed twee zoons van de Heere, maar de auteur laat ook zien dat hij vergeten was (of wilde vergeten) dat Jakob de eerstgeboortezegen moest krijgen. Mozes is een kind dat schoon is voor God, maar mag om zijn ongehoorzaamheid bij Meriba het beloofde land niet binnengaan.

Schone simpelheid

”Volg Mij” is geschikt voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar. Van Binsbergen heeft gemiddeld 500 woorden aan een verhaal gewijd. Het is knap dat ze kans ziet om simpel en in hedendaagse taal een verhaal te vertellen en tegelijk heel veel Bijbelse uitdrukkingen weet te introduceren.

Volgens W. G. van de Hulst (in zijn boek ”Het vertellen”) is het zo dicht mogelijk bij de Bijbeltaal blijven „een eis, waarvan wij, bij oppervlakkige aandacht, de bijna-onbereikbaarheid niet vermoeden.” Toch moet dit wel het streven zijn: „Wie zal ánders, beter, schoner, rijker, soberder kunnen weergeven het ganse zieleproces van den Verloren Zoon dan in deze bijna simpele woorden: „En tot zichzelven gekomen zijnde”?”

Iets van deze „schone simpelheid” heeft Van Binsbergen bereikt, bijvoorbeeld als Nathan bij David komt en zegt: „Jij bent die man, David! Jij bent rijk. De Heere heeft je veel gegeven. En wat heb je gedaan?” En als Jozef verleid wordt door Potifars vrouw, is de letterlijke Bijbeltekst mooi verweven in het verhaal: „Potifar is getrouwd. De vrouw van Potifar vindt Jozef een knappe jongen. Ze kijkt vaak naar hem. „Toe, kom bij mij liggen”, zegt ze op een keer. Jozef schrikt. „O nee”, zegt hij beslist. „Dat kan niet. U bent al met Potifar getrouwd. Potifar vindt dit niet goed. En God vindt dit ook niet goed. Nee, dit kwaad doe ik niet. Ik wil niet zondigen tegen mijn God.”

Van Binsbergen maakt in het verhaal geen aparte toepassing, en ook hiermee handelt ze in de geest van Van de Hulst – die overigens de laatste was om te beweren dat een zuivere, kale navertelling van geschiedenis voldoende is. „De Bijbel gaf ons Jozefs leven niet als een interessant verhaal, máár – om de geestelijke achtergrond: Gods wonderbare leiding van wie op Hem vertrouwt met zijn ganse hart. Door die vertelling van Jozef heen, strale dus als een licht, gloeie dus als een brand, zinge dus als een lokkende stem – de diepere zin, de geestelijke waarheid.”

Moeilijke woorden

Wie de verhalen leest, proeft dat het de auteur te doen is om die diepere zin. „In het besef dat het lezen van Gods Woord geen vrijblijvende zaak is” heeft ze onder elke geschiedenis een drietal gespreksvragen genoteerd. Soms gaan die over het verhaal zelf, soms ook over de toepassing. Bij de zonde van David bijvoorbeeld wordt gevraagd welke mooie vrouw er bij David komt, waarom het niet goed is dat ze komt, maar ook: „Wat doet David als de profeet Nathan bij hem is geweest? Doe jij dat ook als je zonden hebt gedaan?” In de verhalen worden soms moeilijke woorden gebruikt, zoals dat de Heere „genadig” is of dat God een „verbond” opricht met het volk Israël. In de vragen komen die begrippen terug en wordt er naar de betekenis gevraagd. Het is dan aan de ouder om ze, waneer nodig, uit te leggen.

Wie de Prentenbijbel kent, herinnert zich de prachtige platen van Marijke ten Cate. ”Volg Mij” is geïllustreerd door Roel Ottow. Stak de tekst van de Prentenbijbel ietwat mager af bij de prenten, in ”Volg Mij” is eerder het omgekeerde het geval. Ottows platen zijn wisselend geslaagd. De prent van Lazarus die uit het graf komt bijvoorbeeld is mooi van compositie en kleur en straalt iets uit van de majesteit van het gebeuren. Zo zijn er meer. Tegelijkertijd zijn er ook platen die wat goedkoop aandoen: de gewonde man en de barmhartige Samaritaan lijken te worden beschenen door een soort neonlicht. Soms zijn de gezichtsuitdrukkingen wel erg vet aangezet: Jozefs van ontsteltenis kogelronde witte oogbollen rollen bijkans uit hun kassen bij het horen van het voorstel van Potifars vrouw.

Bij het verbeelden is rekening gehouden met mensen die moeite hebben met het afbeelden van de Heere Jezus; van Hem is slechts een doorboorde hand of vaag silhouet te zien. In een enkel geval levert dat een wat gekunstelde afbeelding op. Drie lege kruizen op een lege heuvel bij de geschiedenis van Goede Vrijdag, dat is niet wat een kind verwacht.

Desalniettemin is ”Volg Mij” een echte aanwinst op kinderbijbelgebied. Hopelijk krijgt deze kinderbijbel, ondanks het prijskaartje dat eraan hangt, een terechte plaats in veel gezinnen.

N.a.v. ”Volg Mij” door Liesbeth van Binsbergen; illustraties Roel Ottow; uitg. Groen, Heerenveen, 2009; ISBN 978 90 5829 517 0; 386 blz.; € 32,50.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek