De tweede bundel heet ”Calvijn na 500 jaar. Een lees- en gespreksboek” en is geredigeerd door dr. W. de Greef en dr. M. van Campen. Hierin zijn zeventien thema’s bijeengebracht. Een willekeurige greep: Calvijn en het kennen van God (C. van der Kooi), Calvijn en de kerk. Is kerkscheuring gerechtvaardigd? (F. G. M. Broeyer), Calvijn en de eenheid van de kerk (B. Plaisier), Calvijn en de Joden (M. van Campen). De bijdragen worden afgesloten met een aantal vragen als een stimulans tot gesprek. Dit werk verscheen onder auspiciën van het moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland en is ingeleid door de toenmalige preses, ds. G. de Fijter.
Het is ondoenlijk alle bijdragen te bespreken. Er komt in kort bestek veel aan de orde, waardoor Calvijn ons dichterbij wordt gebracht. Prof. G. van den Brink geeft in kort bestek een helder exposé over een moeilijk onderwerp: de triniteit. Prof. W. Verboom stelt terecht Calvijns inzicht inzake het verbond aan de orde: één verbond, twee bedieningen.
Israël
Dat inzicht is zeer belangrijk voor het thema ”Calvijn en Israël”, waarover dr. M. van Campen schrijft. Hij geeft een overzicht van diverse meningen die hierover in omloop zijn. In veel van deze interpretaties wordt ongenuanceerd Israël als volk (”ethnos”) geïdentificeerd met Israël als volk van God (”laos”). Eveneens wordt te gemakkelijk over Calvijns vergeestelijking van de concrete beloften van God gesproken. Voor zover mij bekend, is Dieter Schellong in zijn studie over Calvijns uitleg van de evangeliën een van de weinigen die Calvijn over dit onderwerp dieper gepeild hebben.
Calvijn was zeer doordrongen van het belang van het Joodse volk en van de Hebreeuwse taal. Reeds voor zijn komst naar Genève stond hij in nauw contact met de Straatsburgers, die een grote kennis van de Joodse geleerdheid hadden. Dat geldt niet alleen voor Wolfgang Capito maar ook voor Martin Bucer.
Calvijn had grote sympathie voor Immanuel Tremellius, een geleerde Italiaanse Jood die christen werd. Hij verbleef evenals Calvijn enige tijd bij de hertogin van Ferrara. Hij moest vluchten en kwam in Straatsburg en werd op voorspraak van Calvijn hoogleraar in Heidelberg. Tremellius is ongetwijfeld voor Calvijn een belangrijke bron van informatie geweest inzake de joodse Schriftgeleerdheid en de Talmoed.
Tenslotte heeft Calvijn in zijn eigen ervaring als vluchteling verwantschap met de Joden ontdekt. Ook zij waren verjaagd en verdreven. Calvijn stelde vast dat dit geen oordeel van God was, maar een gemeenschappelijk kenmerk van het volk van God uit Joden en heidenen. Gevolg was dat er in het calvinisme een vorm van co-existentie met de Joden ontstond, een zekere tolerantie, die in die tijd noch in het lutheranisme noch in het anglicanisme en het rooms-katholicisme te vinden was.
Kerkscheuring
De Utrechtse historicus Broeyer bespreekt voornamelijk en nogal negatief Calvijns geschrift ”Supplex ex hortatio” aan Karel V. Hij besteedt daarbij geen aandacht aan het begrip ”legitimuscultus”, dat Calvijn als geschoold jurist naar voren bracht. Niet Calvijn of Luther maakte zich schuldig aan kerkscheuring of het stichten van een nieuwe kerk, maar wel het pausdom. Door de on-Bijbelse devotie was Rome verworden tot een sekte, aldus Calvijn, die zich afscheidde van de ene, heilige en algemene kerk.
Het boek ”Van Noyon tot Genève. Tien woonplaatsen van Calvijn in beeld”, is verzorgd door dr. M. A. van den Berg, W. J. Eradus en Sjaak Verboom. Dit is om zo te zeggen een reisboek, zeer rijk geïllustreerd. Het heeft een originele opzet die een welkome aanvulling is op de Calvijnliteratuur die dit jaar verschijnt.
Het fraai uitgegeven boek neemt de lezer mee op de reis langs tien plaatsen waar Calvijn verblijf gehouden heeft. Niet velen zijn in staat en in de gelegenheid om zo’n reis langs al deze plaatsen te maken, en daarom is dit werk een goed initiatief.
Het is zo een prachtige beeldbiografie geworden en de teksten zijn beperkt gehouden tot een eenvoudige verklaring van de illustraties. Omdat een dergelijk werk nog niet eerder verschenen is, zal het een blijvende waarde hebben.
Het boek bevat ook een dvd en het is zeer aan te bevelen om die te gebruiken. De reisleider neemt de lezer mee langs plaatsen in Genève.
Vrouwen
Het grootste en omvangrijkste werk is ”Calvijn en de Nederlanden”, geredigeerd door Karla Apperloo-Boersma en Herman J. Selderhuis en uitgegeven door het Instituut voor Reformatieonderzoek te Apeldoorn. Dit boek is eveneens rijk geïllustreerd en bevat bijdragen van onder anderen M. A. van den Berg (Calvijns vrouwen), Jan Smelik (Calvijn en de muziek), Ilja M. Veldman (calvinisme en de beeldende kunst) en John Witte jr. (Calvijn over huwelijk, seksualiteit en echtscheiding). Bij deze uitgave wordt ook de unieke cd ”Calvijn in de Gouden Eeuw” geleverd.
Dat er lijnen worden doorgetrokken naar de Nederlanden, maakt dit boek extra interessant. Ook de lay-out is van een bijzondere kwaliteit: de vele fraaie illustraties verhogen de waarde.
Deze vier uitgaven vormen nog maar een deel van de oogst die het Calvijnjaar oplevert. Het is een goede zaak dat Calvijn zelf in deze studies aan het woord komt. Neem en lees!
N.a.v. ”Calvijn spreekt. De actualiteit van een hervormer na 500 jaar”, door dr. J. Hoek (red.); uitg. Groen, Heerenveen, 2009; ISBN 978 90 5829 793 8; 223 blz.; € 12,50.
”Calvijn na 500 jaar. Een lees- en gespreksboek”, door dr. W. de Greef en dr. M. van Campen (red.); uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2009; ISBN 978 90 239 2323 7; 256 blz.; € 21,50.
”Van Noyon tot Genève. Tien woonplaatsen van Calvijn in beeld”, door M. A. van den Berg, W. J. Eradus en Sjaak Verboom; uitg. De Banier, Apeldoorn, 2009; ISBN 978 90 336 2962 4; 204 blz.; € 28,90.
”Calvijn en de Nederlanden”, door Karla Apperloo-Boersma en Herman J. Selderhuis (red.); uitg. Instituut voor Reformatieonderzoek, Apeldoorn, 2009; ISBN 978 9079 7710 35; 288 blz.; € 24,95.