Intussen is het rustig in de verschillende boekenzaakjes. De eigenaars zitten op de stoep in de zon te lezen of gaan bij elkaar op bezoek. „Ik heb net mijn eerste boek verkocht”, zegt Luc Vanhaverbeke van antiquariaat Diogenes rond het middaguur. Zijn kasten staan vol met van alles en nog wat: romans, filosofie, heemkunde, geschiedenis. „Alleen wat ik zelf mooi vind. Ik hoef er niet van te leven, ik ben met pensioen, maar dit is wat ik het liefste doe. Boeken ontdekken, boeken lezen, bezig zijn met boeken.”
Maria Rosseels
Op een van de planken staat de roman ”Dood van een non” van Maria Rosseels, het boek dat ik al jaren aan iedereen aanbeveel, maar dat in Nederland soms moeilijk verkrijgbaar is. „Dat is een klassieker, die u daar hebt”, zegt Vanhaverbeke. „Maria Rosseels heeft heel veel betekend voor Vlaanderen.” Daarmee heeft hij dan zijn tweede klant van de dag te pakken – 6 euro is geen geld voor zo’n mooie, gave editie, en ik ken genoeg mensen die dit boek graag willen hebben.
Het aanpalende antiquariaat, Aha, oogt op het eerste gezicht minder aantrekkelijk voor liefhebbers van ‘hoge’ cultuur: de hele zaak lijkt in het teken te staan van Suske en Wiske, Asterix en Obelix en nog zo wat stripfiguren.
Maar schijn bedriegt. Wie doordringt in de dieper gelegen ruimtes kan daar verrassende zaken vinden. Veel geschiedenis, veel literatuur. Planken vol Walschap, Timmermans, Streuvels, Boon, Claus. En nog meer werkjes van Maria Rosseels, werkjes waarvan het bereik zich vrijwel niet tot de noordelijke Nederlanden heeft uitgestrekt: ”Spieghelken” (in de jaren vijftig begonnen als krantenrubriek met dagboekstukjes van een jong meisje) ”Oosterse cocktail” (het verslag van een reis naar Japan met striptekenaar Willy Vandersteen), ”Vrouwen in licht en schaduw” (een bundel historische vrouwenportretten), ”O Marolleke” (over de wederwaardigheden van een klein meisje). En, de allermooiste titel, ”Het woord te voeren past den man”, een cultuurhistorisch essay over de positie van de vrouw binnen het christendom. Beladen met schatten ga ik de winkel uit, slechts 20 euro armer.
Boekenmarkten
Geruchten gaan snel in Damme. De boekhandelaren hebben het rustig, ze wandelen even de zonnige straat in, maken een praatje met de buurman, drinken koffie. Halverwege de middag weten ze bijna allemaal precies wie ik ben en wat ik kom doen, zelfs nog voor ik hun winkel binnenstap.
Die rust is natuurlijk minder goed voor de handel. Komt het door de crisistijd? Door de teloorgang van het antiquariaat? Door de macht van internet? De diverse antiquaren van Damme verschillen heftig van mening over de oorzaken van de malaise. „We moeten veel meer activiteiten ontplooien”, vindt Guido Christiaens van antiquariaat Aha. „Wat mij betreft: ’s zomers twee maanden aan één stuk boekenmarkt. En rommelmarkten, en fietsroutes, en toeristische activiteiten. We hebben hier een mooi stadje, een prachtig landschap. Het enige probleem is dat de toeristen Damme niet kunnen vinden, omdat er nergens bordjes langs de weg staan.”
Zijn buurman, Luc Vanhaverbeke, is de tegenovergestelde mening toegedaan. De maandelijkse boekenmarkten zijn hem een doorn in het oog. „Op de markt staan vooral mensen die in ’t zwart werken. En die bederven de handel voor de echte, geregistreerde boekhandelaren van Damme.”
Oorlog en vrijmetselarij
Paul Verstraete van antiquariaat Oorlog en Vrede zoekt het probleem weer ergens anders. Hij zit met de benen kruiselings opgetrokken in een stoel te lezen, ingeklemd tussen de boeken, als een wijze uil. „Mijn collega’s klagen steen en been, maar dat doe ik niet. We moeten meer inspanning leveren, dat is het punt. Elk jaar zie ik de kwaliteit van het aanbod verminderen. De bibliofiele bezoekers hebben we weggejaagd.”
Hoe dat dan komt? „Iedereen gaat hetzelfde doen. Dat is slecht voor de naam van Damme als boekenstad. Overal ramsj, overal dezelfde boeken. De mooie spullen staan op internet, het overschot in de zaak. Mijn collega’s zouden zich meer moeten specialiseren, zodat we de klanten naar elkaar kunnen verwijzen. Filosofie? Dan moet je bij die collega zijn. Kinderboeken? Dan bij die collega.”
Zelf doet Verstraete zijn best om aan de eigen eisen te voldoen. Kasten vol boeken over de geschiedenis van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog heeft hij. Maar hij is ook gespecialiseerd in vrijmetselarij, pottenbakken, tabak en drugs – het blijft overigens gissen naar het verband tussen al deze zaken. Niettemin valt alles uiteindelijk samen te vatten met de naam van zijn antiquariaat: Oorlog en Vrede.
Toch blijkt Verstraete lang niet de enige die aan specialisatie doet. Frans Buyse van d’Oede Schole heeft bijvoorbeeld veel religiosa: niet alleen –rooms-katholieke– theologie, maar ook heiligenbeeldjes en Bijbelse prenten naast planken vol literatuur, geschiedenis en strips. Antiquariaat Edouard Remuhs doet vooral in Franstalige boeken, en Rita Caerels van antiquariaat Napoleon onderscheidt zich met oude ansichten, reclameplaten, missalen en bidprentjes.
In het hart van het stadje, op het marktplein, wordt intussen hard gewerkt aan de opbouw van de maandelijkse, zondagse boekenmarkt, die –helaas– geen rekening houdt met protestantse kerkgangers die de eerste dag van de week op een andere manier willen invullen. Behalve dan in augustus, als er ten behoeve van de toeristen tien dagen achter elkaar markt gehouden wordt.
Literaire helden
Bert Van Haecke, directeur van Toerisme Damme, houdt in eigen persoon toezicht bij het opbouwen van de kramen. Hij is degene die in de jaren negentig het plan bedacht om Damme als boekenstadje op de kaart te zetten, en nog steeds is hij de grote drijvende kracht achter alle activiteiten op boekengebied.
„In 1997 zijn we hier begonnen met tien antiquariaten”, vertelt hij in zijn werkkamer in het mooie Huyse de Grote Sterre. „We zaten toen economisch in een recessie en we wilden iets bedenken om de mensen langer in Damme te houden. Dat zou goed zijn voor onze restaurateurs.” En omdat Damme behalve gastronomie en natuur ook twee literaire helden in de aanbieding had –Jacob van Maerlant en Tijl Uilenspiegel– lag de keus voor de hand. „Juist in 1997 hadden we in Damme én een Uilenspiegeltentoonstelling én een Maerlantexpositie. Met die twee figuren in ons verleden konden we toch wel claimen dat we een boekendorp waren. We hebben alle boekhandels in Vlaanderen benaderd met de vraag of ze hier een filiaal wilden stichten, we hebben een aantal panden in de stad goedkoop beschikbaar gesteld, en zo hadden we er ineens tien boekhandels bij.”
De onderlinge meningsverschillen op het punt van de boekenmarkten herkent Van Haecke wel, maar zelf vindt hij toch dat een boekenstad alleen maar kan bestaan bij de gratie van zo veel mogelijk activiteiten. „Elke zomer een tentoonstelling, vier keer per jaar een grote boekenveiling waar zelfs Franse collectioneurs op afkomen, en geregeld een boeken- of rommelmarkt. Dat trekt mensen naar Damme – en ik denk niet dat de boekhandelaren daar schade bij lijden.”
Lachspiegels
In Damme mag er dan formeel sprake zijn van twee literaire helden, toch is het vooral Tijl Uilenspiegel naar wie de aandacht uitgaat. Elk antiquariaat heeft planken vol Uilenspiegelboeken, er is een museum aan hem gewijd, een jaarboek, een kring, een toeristische route. De figuren uit zijn leefwereld trekken in optocht over de kademuur. Allemaal dankzij die ene zin, waarmee Charles de Coster in 1867 zijn onsterfelijk geworden legende begon: „Te Damme, in Vlaanderen, toen de meimaand de bloesems aan de hagedoorns opende, werd Uilenspiegel, de zoon van Klaas geboren.”
Het mooi ingerichte Uilenspiegelmuseum werkt –geheel in de geest van Tijl– met verraderlijke lachspiegels, mechanieken en vragenspelletjes, maar brengt ook op een aantrekkelijke manier de geschiedenis van de legende in beeld. Het verhaal van Tijl blijkt veel ouder dan de versie van Charles de Coster: het komt eigenlijk uit Duitsland, er bestaan in heel Europa allerlei varianten van en iedere tijd heeft zijn eigen Uilenspiegelbeeld. Zo ontwikkelt Tijl zich in de loop der eeuwen van gewetenloze schurk via guitige grappenmaker tot dappere verzetsheld – symbool van de Vlaamse volksziel. „Iedereen heeft zijn eigen Uilenspiegel”, zegt museummedewerker Jan Hutsebaut. „Voor de een is hij een communist, voor de ander een geus, een anarchist, een vrijheidsstrijder. Elke schrijver, elke kunstenaar ziet iets anders in hem. Dat is wat we in dit museum zichtbaar maken.”
Dit is het derde deel in een serie over boekensteden in Europa. Volgende week deel 4: Bécherel, Frankrijk.