Kastelein is in het dagelijks leven decaan voor het vmbo aan de Prins Mauritsschool in Middelharnis. Daarnaast geeft hij Nederlands, terwijl hij eerder ook geschiedenis doceerde. „Een goede combinatie voor het schrijven van een historisch verhaal.”
Toen Kastelein besloot mee te doen aan de verhalenwedstrijd dacht hij terug aan die wonderlijke grafsteen in de Oude Kerk van Delft. „Het is al uitzonderlijk dat iemand in de achttiende eeuw honderd jaar oud werd. Maar op de steen stond ook vermeld dat Kamphuizen „gekwetst” was „in den veldslag van Malplaquet.” Die man zal toch niet aan oorlogsverwondingen zijn overleden, vroeg ik mij af. Via internet heb ik uitgezocht wanneer die slag werd geleverd. Dat bleek in 1709 te zijn geweest, bij een dorpje in Frankrijk. Kamphuizen was toen 39 jaar.”
Kastelein situeerde zijn verhaal in een oudemannenhuis, op het moment dat de hoofdpersoon bijna zijn laatste adem uitblaast en herinneringen aan de veldslag zich aan hem opdringen.
Een historisch verhaal moet kloppen als het gaat om de feiten, vindt Kastelein. „Ik zat bijvoorbeeld met het probleem dat de grafsteen in de Oude Kerk veel te duur was voor iemand uit een oudemannenhuis. Daarom liet ik prins Johan Willem Friso hem een gouden rijder geven. De vaandrig had hem het leven gered tijdens de slag bij Malplaquet en was zelf ernstig gewond geraakt. Het is de prins inderdaad twee keer overkomen dat een paard onder hem werd doodgeschoten. Ik moest trouwens ook nagaan wat de waarde van dat muntstuk in die tijd was.”
Omdat de hoofdpersoon vaandrig was, vroeg Kastelein bij het Legermuseum om een beschrijving van een vaandel. „Die informatie kreeg ik niet op tijd, dus heb ik toch mijn fantasie moeten gebruiken. Aanvankelijk was de stok in Delftsche ellen gemeten veel te lang. Die heb ik later wat ingekort.”