Het samengestelde gezin Van der Wende uit Berkenwoude: v.l.n.r.: André van Nieuwkoop (15), André van der Wende, Ida van der Wende-Suijker, Arjan van Nieuwkoop (19), Corinne van Nieuwkoop (17), Judith van der Wende (21) en Corné van Nieuwkoop (18). Ida: „Ik heb nooit gedacht: Hoe moeten die gezinnen in elkaar groeien?” Foto Martin Droog
André van der Wendes situatie was anders toen zijn eerste vrouw, Adry Brinkman, op 19 februari 2003 overleed. Haar overlijden –ze was 52 jaar– kwam minder onverwacht: zij leed al vier jaar aan borstkanker. Bovendien waren drie van hun vijf kinderen het huis uit.
Beide gezinnen kenden elkaar al. „We zijn neef en nicht van elkaar”, verklaart André. „We kwamen elk jaar wel een keer bij elkaar.”
Huwelijksaanzoek
Dat veranderde niet na het overlijden van zijn vrouw. In 2004 kregen Ida, haar gezin, ouders en zus een uitnodiging van André om in zijn huis in Ouddorp te verblijven tijdens zijn vakantie elders met zijn twee jongste kinderen, Paul (17) en Judith (16). In september kwam André enkele spullen terugbrengen die zij door omstandigheden had laten liggen. Het bezoek eindigde in een huwelijksaanzoek.
Ida: „Toen ik het de kinderen vertelde, liepen ze allerlei contacten af die ik had via de christelijke weduwen- en weduwnarenvereniging Samen Alleen, waar ik destijds in het bestuur zat. Op het laatst raadden ze: „Is het oom André? O, gelukkig.” Hem kenden ze al een beetje.”
Toch hadden de kinderen, in de leeftijd van 10 tot 14 jaar, het op dat moment moeilijk toen ze hoorden dat hun moeder zou hertrouwen. Twee waren er in tranen. Ze vroegen: „U bent papa toch niet vergeten?” Nee, dat was en is ze niet. De twee anderen vroegen: „Het ging toch goed zo?” Arjan, de oudste zei later wel: „Toen oom André kwam, zag ik dat mama weer gelukkig werd.”
Andrés kinderen hadden het minder moeilijk met het tweede huwelijk van hun vader. „Zij waren ouder”, verklaart hij.
De gezinnen ‘snuffelden’ aan elkaar doordat Ida met haar gezin, samen met een ander gezin, bij André en zijn thuiswonende kinderen logeerde. Ida: „Ik heb nooit gedacht: Hoe moeten die gezinnen in elkaar groeien? Wel realiseerden André en ik ons: Wíj gaan ons geluk tegemoet, de kinderen moeten een deel daarvan afstaan.”
Toch denken de echtgenoten dat ze zichzelf en hun kinderen goed op hun tweede huwelijk hebben voorbereid. Volgens een recent onderzoekje kan dat in vier van de vijf gevallen beter (zie kader). Ida: „Wij kenden elkaars complete gezinnen al, inclusief de kinderen én de vorige partner. Daardoor weten we hoe zij waren, dachten en reageerden.”
In 6 mei 2005 trouwden André en Ida. Bewust kozen ze ervoor niet in een huis van een van beiden te gaan wonen en betrokken een rijtjeshuis in Gouda. Dat was wennen. Beide gezinnen kwamen uit een vrijstaande woning. De kinderen uit beide gezinnen moesten twee aan twee bij elkaar op de kamer slapen, Judith bij Corinne en Corné bij Paul.
Opvoedingsstijlen
De kinderen bleken het goed met elkaar te kunnen vinden.
Wel leverde verschil in opvoedingsstijlen van Adry van der Wende-Brinkman en de nieuwe, gezamenlijke regels van André en Ida, beiden lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, fricties op.
Inmiddels wonen Paul en Judith niet meer in het huis dat André en Ida in de weilanden van Berkenwoude hebben laten bouwen.
André is bewust terughoudend met het ‘bevaderen’ van Ida’s kinderen. Ida: „Onlangs wilde André, inmiddels 15, met de brommer gaan rijden. Ik wist dat André het goed vond dat hij op het land achter ons huis zou gaan crossen. Toen heb ik bewust gezegd: Vraag het maar aan oom André. Van hem kreeg hij dus een positief antwoord. Dat verstevigt de band tussen hen.”
Dankbaar is het echtpaar Van der Wende ook voor het feit dat beide ‘soorten’ kinderen steeds meer begrip krijgen voor het tweede huwelijk van hun ouders. André: „Ze krijgen nu zelf verkering, worden volwassener en begrijpen daardoor steeds beter wat is het om van iemand te houden.”
Samengesteld gezin
Van de partners in een samengesteld gezin zou 82 procent achteraf gezien meer hebben willen weten over het leven in een nieuw gezin. Dat blijkt uit een recente enquête van de Stichting Stiefgezinnen.
Drie op de vijf stiefgezinnen vallen binnen enkele jaren weer uit elkaar. De stichting concludeert daaruit dat mensen te snel of onvoldoende voorbereid in een nieuw gezin stappen.
De meeste stiefgezinnen ontstaan door echtscheiding. Sinds 1 maart zijn ouders bij een echtscheiding verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. De Stichting Stiefgezinnen vindt dat daarbij geen rekening wordt gehouden met de kinderen in een eventueel nieuw gezin.
De stichting organiseert morgen een bijeenkomst over de vraag of het opstellen van een ouderschapsplan ook voor het vormen van een stiefgezin verplicht zou moeten zijn.
Het aantal stief- of samengestelde gezinnen in Nederland steeg sinds 1998 tot 150.000 in 2007, zo becijfert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De Stichting Stiefgezinnen Nederland berekent een aanmerkelijk hoger aantal, namelijk 200.000.
Volgens het CBS wonen in de door het bureau getelde 150.000 gezinnen ruim 280.000 kinderen.
In 84 procent van de stiefgezinnen komen alle stiefkinderen uit een eerdere relatie van de moeder, aldus het CBS. In 13 procent van de stiefgezinnen zijn alle stiefkinderen afkomstig uit een eerdere relatie van de vader. Het enorme verschil wordt veroorzaakt door het feit dat na een (echt)scheiding de kinderen meestal aan de moeder worden toegewezen.
In ongeveer 3 procent van de stiefgezinnen leven kinderen uit eerdere relaties van zowel de moeder als de vader. Overigens krijgen in ongeveer een derde van alle stiefgezinnen de ouders ook een of meer gezamenlijke kinderen.
nieuwgezin.info.