Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Betere kijk op risico prostaatkanker

 Het nemen van een weefselmonster uit de prostaat door middel van een naaldbiopsie in combinatie met inwendige echoapparatuur.
 1 van 3  

Het nemen van een weefselmonster uit de prostaat door middel van een naaldbiopsie in combinatie met inwendige echoapparatuur.

Op het gebied van de diagnostiek en behandeling van prostaatkanker gebeurt er de laatste jaren weinig. Met die stelling kan dr. Chris Bangma, hoogleraar urologie in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, het onmogelijk eens zijn. „Er wordt nog steeds veel verbeterd. Ook op onderzoeksterrein gebeurt er veel. De eindresultaten van de grootste studie naar prostaatkanker die ooit is gehouden, verwachten we in 2010.”
Bangma, gespecialiseerd in prostaat- en blaaskanker, redigeerde het boek ”Het Prostaat Pensioen Plan”, waaraan diverse collega’s uit het Erasmus MC een bijdrage leverden. (uitg. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen, 2008). De opmerkelijke titel is volgens Bangma vooral gekozen om de aandacht van de belangrijkste doelgroep te trekken, de oudere mannen, hoewel prostaatkanker ook op jongere leeftijd voorkomt. Tijdens de Internationale Dag van de Prostaat, presenteerden de Rotterdamse medici tevens een uitgebreidere versie van de website prostaatwijzer.nl.

Wie als man de 55 gepasseerd is, kan op deze website zijn risicoprofiel op prostaatkanker globaal bepalen. Dat gebeurt aan de hand van gegevens zoals leeftijd, het voorkomen van prostaatkanker in de familie en het al of niet bestaan van plasklachten. „Zo ontstaat er een bepaald risicoprofiel.”

Voorwaarde is wel dat het zogeheten psa-gehalte bekend moet zijn. Dit eiwit, het prostaatspecifiek antigeen, wordt door de prostaat geproduceerd. Als er sprake is van prostaatkanker, is de concentratie in het bloed in de meeste gevallen verhoogd. De huisarts kan het psa-niveau laten bepalen.

„Het profiel kent natuurlijk een onzekerheidsmarge, want met de combinatie van dit soort gegevens valt geen precieze voorspelling te maken. De uitkomst geeft echter wel een bepaalde richting aan.”

De prostaatwijzer heeft nog een derde en een vierde niveau. Dat is alleen toegankelijk voor artsen. Zij kunnen aan de hand van aanvullende gegevens, zoals de grootte van de prostaat die zij hebben onderzocht en het al of niet vinden van afwijkingen, antwoord vinden op de vraag of het nemen van een weefselmonster is aan te bevelen. Bij het vinden van prostaatkanker is het vervolgens belangrijk om te bepalen of het gaat om een agressieve of een minder agressieve vorm. In het eerste geval is behandeling nodig, in het laatste geval kan worden volstaan met regelmatig herhalingsonderzoek. „Zodra er dan tekenen zijn van ontsporing, ga je behandelen.”

De website is gisteren uitgebreid. „Er is nu ook een risicoschijf ingevoegd voor mannen van wie al een psa-waarde bekend is of die een weefselonderzoek hebben ondergaan waaruit bleek dat ze geen prostaatkanker hadden. Op basis van die gegevens verandert het risicoprofiel.”

Grote studie
De prostaatwijzer is gebaseerd op de eerste uitkomsten van de European Randomized study of Screening for Prostate Cancer (ERSPC), een onderzoek onder 260.000 mannen in acht Europese landen, van wie 42.000 in Nederland. „Deze enorme studie is bijna voltooid. In 2010 zijn ook de laatste gegevens verwerkt en volgt publicatie in een toonaangevend medisch tijdschrift. De hele urologische wereld kijkt daarnaar uit.”

Hoofddoel van de studie is boven water te krijgen of een bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker wel of niet zinvol is. „Er komt een stortvloed van gegevens uit het onderzoek. We proberen op basis daarvan ook een antwoord te vinden op de belangrijke vraag welke kankers je moet behandelen en bij welke je kunt volstaan met afwachten in combinatie met periodiek onderzoek.”

Is het bij andere tumoren belangrijk deze zo snel mogelijk aan te pakken, bij prostaatkanker is vaak sprake van weinig agressieve vormen. Behandeling daarvan is niet nodig en vaak ook niet gewenst vanwege het risico op bijwerkingen zoals impotentie, ongewenst urineverlies en darmklachten. Zo wordt bij 30 tot 83 procent van de 70-jarige mannen bij onderzoek na overlijden prostaatkanker vastgesteld, terwijl ze aan een andere aandoening zijn overleden, melden Bangma en zijn collega’s in hun boek op pagina 45.

Vooruitgang
De bewering dat er op het gebied van prostaatkanker weinig vooruitgang wordt geboekt, zoals het opinieblad Elsevier onlangs stelde, is volgens Bangma onterecht. „Ik kan me voorstellen dat mensen ongeduldig zijn. Maar kijk eens naar de ERSPC-studie. Met dat enorme onderzoek zijn heel wat jaren gemoeid. Je hoort ook wel eens opmerkingen over de hormoontherapie, die al stamt uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Dat klopt, maar er is in die tijd wel het nodige aan verbeterd en er zijn op dit gebied nog steeds nieuwe ontwikkelingen. Chemotherapie is de laatste twee jaar eveneens in zwang gekomen. De laparoscopische operatie is erbij gekomen, al of niet met een robot waarmee op afstand wordt gewerkt.”

Behalve uitwendige bestraling behoort inwendige bestraling -brachytherapie- tegenwoordig ook tot de mogelijkheden. Er zijn twee methoden: het inbrengen van 50 tot 100 goudkorrels die zijn verrijkt met radioactief jodium en het inbrengen van 15 tot 20 holle buisjes, waardoor gedurende 36 uur drie of vier keer wordt bestraald.

Op het gebied van de diagnostiek gebeurt er eveneens veel, aldus Bangma. „Een grote sprong voorwaarts zijn nieuwe vormen van echografie die momenteel in ontwikkeling zijn en het opsporen van aan prostaatkanker verbonden biomerkstoffen in bloed en in urine. Verbeterde psa-testen zijn in ontwikkeling. De nieuwe urinetest PCA3 biedt veel mogelijkheden na een eerdere biopsie, waarbij geen kanker werd aangetroffen terwijl het psa toch hoog blijft. In dat geval kan zo’n merkstof aangeven of je een extra hoog risico hebt op prostaatkanker.”

Het Prostaat Pensioen Plan biedt een goed inzicht in bestaande en nieuwe diagnostische methoden en behandelingen, inclusief voor- en nadelen. Jammer is dat er nauwelijks aandacht is voor de nieuwe urinetest PCA3. Op het moment van het schrijven van het boek was daarover volgens Bangma nog te weinig bekend. Ook de effecten van voedingsstoffen komen er nogal magertjes af. De auteurs komen niet veel verder dan de algemene constatering dat voedingsstoffen een positieve invloed zouden kunnen hebben op prostaatkanker. Toch zijn er ook op dit terrein interessante bevindingen te melden, zelfs dicht bij huis. Zo deed de vakgroep urologie in het Erasmus MC onder leiding van prof. dr. Fritz Schröder, de voorganger van Bangma, onderzoek met een plantaardig preparaat bij mannen met stijgende psa-gehaltes na chirurgische verwijdering van de prostaat. Zij kregen een combinatie van isoflavonen uit soja, lycopeen uit tomaten, mariadistel en antioxidanten. Uit de in 2005 gepubliceerde resultaten bleek dat hun psa-niveau aanmerkelijk daalde vergeleken met een controlegroep. Wie daarover meer wil weten, zal echter uit andere bronnen moeten putten.


„Voedingsstoffen veelbelovend”

Opmerkelijke resultaten zijn er geboekt met diverse voedingsstoffen, zowel als het gaat om het voorkómen als het behandelen van prostaatkanker, meldt drs. E. Valstar. Hij is arts voor complementaire geneeskunde in Den Haag en behandelt onder anderen patiënten met prostaatkanker.

Valstar somt de belangrijkste resultaten van studies met voedingsstoffen moeiteloos op. „Er is in de VS een goed opgezet onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat dagelijks 200 microgram selenium de kans op prostaatkanker met ruim 60 procent verlaagt vergeleken bij mannen die geen supplement slikken. Zoals bekend is de seleniuminname in Nederland via de voeding aan de lage kant. Hetzelfde preventieve effect is aangetoond in studies met vitamine E, de stof lycopeen uit tomaten en extract van groene thee.”

Bij mannen met prostaatkanker bieden voedingsstoffen volgens Valstar eveneens opmerkelijke resultaten. „Inname van lycopeen, maar ook van genisteine uit soja remt de groei van kleine tumoren en bevordert de daling van het psa. Een onderzoek met een extract van de paddestoel Shitake verbetert de vijf‑jaarsoverleving bij uitgezaaide prostaatkanker vergeleken met een controlegroep.”

De Haagse arts stelt dat het in alle gevallen gaat om goed opgezette gerandomiseerde studies. „Inmiddels zijn er ook veelbelovende resultaten van niet‑gerandomiseerd onderzoek met vitamine D en genisteïne uit soja. Hetzelfde geldt voor dierexperimentele studies met nog zeker twintig andere stoffen, waaronder quercetine en mariadistel”, aldus Valstar.

Hij behandelt patiënten met (prostaat)kanker met een variatie aan stoffen, al naar gelang het soort tumor, en ziet soms verbluffende resultaten. „Het meest opvallend was een man met uitgezaaide prostaatkanker en een psa van 200 nanogram per milliliter bloed. Als normaalwaarde geldt bij mannen tussen 40 en 70 jaar maximaal 4 nanogram. De man reageerde niet op de door de specialist ingezette hormoonbehandeling. Ik schreef hem onder meer het middel Prostazol voor, de opvolger van het preparaat PC‑Spes, een mengsel van Chinese kruiden. Binnen vijf weken daalde zijn psa naar 8. De man heeft nog tien jaar geleefd.”

www.prostaatwijzer.nl; www.kwfkankerbestrijding.nl


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels