De gewraakte arts kreeg op zijn spreekuur een werknemer met gezondheidsklachten. Hij bracht die in verband met zijn werk, containers ontsmetten met behulp van gevaarlijk gas, maar de arts stelde hem gerust: niets aan de hand.
Een medisch specialist, benaderd door de ongeruste werknemer, constateerde enkele weken later een beroepsziekte in wording. Nadat de bond ontdekte dat de bedrijfsarts zijn sussende woorden vooral baseerde op een algemeen rapport van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) waren de rapen gaar. Bewuste misleiding, mogelijk bedoeld om de werkgever voor claims te behoeden, fulmineerde de bond.
„De ondergrens van onze zorgplicht komt af en toe dreigend in beeld”, zegt bedrijfsarts Gerard Hissink Muller in het kantoor van de Arbo Unie in Almere. Over de zaak waarin zijn vakgenoot is verwikkeld, wil hij zich niet uitlaten. Over de reputatie van zijn vak toont hij zich bezorgd.
„In de jaren tachtig, toen ik begon als bedrijfsarts, keurde je doorlopend oudere werknemers af die nog jaren hadden meegekund, puur vanwege hun leeftijd”, zegt Hissink Muller. „Oudere man in involutie”, voerde je dan als diagnose op. Dat sloeg nergens op, involutie ziet op het natuurlijk verouderingsproces en is helemaal geen medische diagnose. Maar naar de bedrijfsarts werd wél geluisterd. Als hij zei: Afkeuren, gebeurde dat.”
Die tijden, van de onafhankelijke bedrijfsarts wiens professionele oordeel bindend was en stond als een huis, lijken voorbij. Hissink Muller: „Werkgevers bepalen nu in grote mate zelf welke arbodiensten zij inkopen. Het houden van een arbeidsomstandighedenspreekuur is bijvoorbeeld niet meer verplicht. Ook het recht op vrije toegang tot de bedrijfsarts voor werknemers die klachten hebben, maar nog wel aan het werk zijn, staat niet meer in de wet.”
Het omslagpunt? Juli 2005, zeggen vakbonden en overige belangenbehartigers van werknemers. In die maand werd de huidige Arbowet van kracht. De wet komt er in essentie op neer dat werknemers zich alleen nog rond de begeleiding van al door ziekte uitgevallen werknemers door een bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst moeten laten bijstaan. Een deel van de begeleiding mag ook worden ingevuld door niet-bedrijfsartsen, vaak getooid met hippe namen als verzuimcoördinator of casemanager.
„Casemanager, dat kan iedereen zijn”, zegt een bedrijfsarts van een grote, landelijke arbo-organisatie. „De chef personeelszaken, maar ook een secretaresse die eigenlijk boventallig is.”
De arts hekelt werkgevers die niet-bedrijfsartsen zoals casemanagers inzetten om te besparen op de kosten voor verzuimbegeleiding. En hij zegt zich te ergeren aan arbodiensten die „dubbeltjescontracten” afsluiten met werkgevers: scherp geprijsde overeenkomsten die erop neerkomen dat bedrijfsartsen soms in weinig tijd veel patiënten moeten coachen in een complex ziekteproces.
„Elke arbodienst vecht om zijn marktaandeel te behouden. Je weet hoe dat vervolgens gaat. Een bedrijfsarts die te vaak op zijn strepen gaat staan, heeft intern iets uit te leggen. Bij de klanten van zo’n arbodienst maakt zo iemand zich niet geliefd.”
Een grondig verstoorde verhouding met de casemanager van een van zijn grotere cliënten is de reden dat de bedrijfsarts niet met zijn naam in de krant wil. „Een werkneemster die was opgekrabbeld na een burn-out was op mijn advies voorzichtig weer aan het werk gegaan, tot de casemanager haar achter mijn rug om weer naar huis stuurde. Ik kreeg een boze brief van uitkeringsinstantie UWV. Daarin werd mij gevraagd waarom ik haar niet begeleidde. Ze zat al tijden thuis, maar ik wist nergens van.”
Toen dezelfde casemanager een andere werknemer zonder overleg en op eigen houtje doorstuurde naar de bedrijfspsycholoog was voor de bedrijfsarts de maat vol. „Zoiets komt neer op het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde. Dat heb ik bij de raad van toezicht van het bedrijf waar hij in dienst is gemeld.”
Via de site van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zijn zestig zaken tegen bedrijfsartsen te traceren. In 22 gevallen verklaarde een van de vijf regionale tuchtcolleges een tegen een bedrijfsarts ingediende klacht gegrond.
Elf keer merken de colleges expliciet op waardoor de zorg van de bedrijfsarts tekortschoot en waarin diens falen precies was gelegen: in het te eenzijdig behartigen van de belangen van de werkgever ten koste van die van de patiënt (zie kader).
Pieter Rodenburg is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de beroepsvereniging van bedrijfsartsen. Hij legt de vinger bij een van de elf zaken; een waarbij de aangeklaagde bedrijfsarts zich de kaas van het brood liet eten door een casemanager.
Een zieke werkneemster die onder andere kampte met ernstige hartritmestoornissen kreeg van deze casemanager te horen dat ze kon beginnen met re-integreren „naar een volledige werkhervatting.” Bij haar bedrijfsarts deed de vrouw haar beklag. Tevergeefs, deze achtte zich op basis van het dossier voldoende voorgelicht over de medische conditie van haar patiënte en legde zich, zonder de cardioloog van de vrouw te raadplegen, bij het dictaat van de casemanager neer.
„Het college acht het van belang een oordeel te geven over deze werkverhouding, te meer daar het bekend is met het feit dat er veel bureaus voor casemanagers actief zijn en dat het vaak voorkomt dat vrij gevestigde bedrijfsartsen daarmee contracten aangaan”, staat in de uitspraak. Die loog er niet om, de bedrijfsarts kreeg een forse reprimande, een berisping, opgelegd.
„Hoogst belangrijk”, noemt Rodenburg de uitspraak. „Het tuchtcollege zegt hiermee dat een dergelijk werkmodel, de bedrijfsarts achter het loket van de casemanager, niet kan.” Bedrijfsartsen die in een dergelijke situatie worden gemanoeuvreerd, moeten hun klant aansporen om werknemers hoe dan ook tijdige en vrije toegang tot bedrijfsartsen te garanderen, vindt de NVAB-voorzitter. „De komende maanden gaan we al onze leden daartoe aanmoedigen. Het imago van een beroepsgroep die snel geld wil verdienen door dikke maatjes te zijn met werkgevers, daar willen wij van af.”
Zeker elf keer bestrafte een medisch tuchtcollege een bedrijfsarts die de belangen van de werkgever zwaarder liet wegen dan die van zijn patiënt.
Twee zaken gaan over bedrijfsartsen die accepteerden dat niet zij, maar een casemanager de dienst uitmaakte.
Vijf artsen overrompelden hun patiënt met een plotsklaps ingelast gezondheidsonderzoek met als gevolg het in een stroomversnelling brengen van een dreigende ontslagprocedure of vergelijkbare, vergaande consequenties.
Een bedrijfsarts stuurde in een lopende WAO-procedure vertrouwelijke informatie over zijn ex-patiënt naar de advocaat van de werkgever.
Een arts meldde een patiënt beter zonder hem serieus te onderzoeken.
Een arts vond zijn patiënt „situationeel arbeidsongeschikt”, maar veranderde deze diagnose opeens in „volledig arbeidsgeschikt” toen deze na enkele weken een conflict kreeg met zijn werkgever.
Een laatste arts constateerde dat de verhouding tussen zijn cliënt en diens werkgever verstoord was, maar berustte daarin en zag van iedere vorm van actie af.
Niet elke bedrijfsarts is somber gestemd. Roel Melchers is een van de artsen die vinden dat hun beroepsgroep niet de barricaden op moet, maar constructief moet inspelen op het gegeven dat de bedrijfsarts niet meer de spil is in de verzuimbegeleiding.
Begin 2009 klopte het actualiteitenprogramma Zembla bij hem aan, op zoek naar ‘foute gevallen’; situaties waarbij de zorgvuldigheid van de bedrijfsarts het moest afleggen tegen de druk om de werkgever ter wille te zijn. „Maar het gevoel van een afgeknepen werknemer kon niet hard worden gemaakt, niet door mij, niet door vakbonden, door niemand”, schrijft Melchers op Arbo Info, een mede door hem opgezette, digitale periodiek.