„Vrees voor theocratie in Irak niet terecht”
WASHINGTON - Het zal, vanwege de weinig functionerende structuren, niet meevallen in Irak een democratie te vestigen, vrezen Amerikaanse experts. Maar de vrees voor een islamitische theocratie is overdreven.
De vooruitzichten voor een democratie in Irak zijn niet erg rooskleurig, zegt Michael Hudson, hoogleraar Arabische studies aan de Georgetown University. Afgelopen week sprak hij tijdens een forum van het Amerikaanse Instituut voor Godsdienst en Staat, zo bericht Religion Today.
Hudson bracht als „goede nieuws dat we niet helemaal blanco hoeven te beginnen.” Volgens hem heeft Irak na de Tweede Wereldoorlog „enkele functionerende elementen van een democratische samenleving” ontwikkeld, waaronder politieke partijen, sociale structuren en professionele netwerken.
Desalniettemin heeft Saddams éénpartijregime de motivatie voor politieke deelname onder de bevolking grondig vergald, zegt hij. „De onafhankelijke sociale structuren die zijn regime hebben overleefd, zijn religieus van aard. Daarom denk ik dat veel mensen zich na de val van Bagdad rond islamitische geestelijken hebben gegroepeerd.”
Die veronderstelling heeft in Amerika tot bezorgdheid geleid. Sommigen vrezen dat de Irakezen een islamitische theocratie zullen oprichten. Hillel Fradkin, deskundige op het terrein van religie en politiek, sluit deze optie echter uit, gezien de grote religieuze diversiteit in Irak. Zelfs de groep sjiitische moslims, zo’n 60 procent van de bevolking, is intern verdeeld. „Deze diversiteit maakt het erg moeilijk voor één bepaalde godsdienstige groepering om de macht te grijpen, een theocratie in het leven te roepen en een geestelijk leider aan te wijzen die het land zal regeren”, aldus Fradkin.
Freelance journalist Hali Jilani geeft vanuit Bagdad haar visie op het nieuwe leiderschap in Irak. Ze merkt dat de Irakezen de nieuwe leider willen rekruteren uit hun eigen land. „Maar als je vraagt wie een geschikte kandidaat zou zijn, weten de meesten geen naam te noemen.” Volgens Jilani zijn er geen dissidenten die in Irak zijn opgeleid. Voor een goede leider zal moeten worden uitgeweken naar het buitenland, meent ze.
De sjiitische gemeenschap in Irak zal de nieuwe leider kunnen aanleveren, vermoedt Jilani. Ze benadrukt tegelijk dat de naar voren geschoven persoon „extreem gematigd” en „seculier” zal moeten zijn, wil de toekomstige regering niet op een fiasco uitlopen.
Het Amerikaanse Instituut voor Godsdienst en Staat heeft plannen om de totstandkoming van democratieën in Irak en andere gebieden, zoals Afghanistan, te bevorderen. Het instituut biedt een programma aan dat potentiële leiders kunnen volgen om de beginselen van democratisch bestuur aan te leren. Volgens Bruce Robertson, verbonden aan de Johns Hopkins University en adviseur van het instituut, biedt dit programma studenten de kans om te zien hoe een democratische samenleving in de praktijk werkt. „Elke dag ontmoet je Amerikanen, ervaar je de vrije markteconomie en de praktijk van de godsdienstige vrijheid.”




