Print artikelStuur artikel doorVoeg toe aan knipsel

Westerschelde riskant dossier voor premier

21-08-2009 23:28| gewijzigd 21-08-2009 23:30 | Addy de Jong

Het verschijnsel komt in de politiek veelvuldig voor: wishful thinking. Als politici in het nauw zitten en geen oplossing meer zien voor een lastig probleem, klampen ze zich vast aan onrealistische verwachtingen. ”Alles sal reg kom”.

Deze week viel het verschijnsel waar te nemen bij coalitiepartijen CDA en PvdA. Geconfronteerd met een uitspraak van de Raad van State, die het verdiepen van de Westerschelde op dit moment niet toestaat omdat de kabinetsplannen voor natuurherstel in deze regio ondeugdelijk zijn –waardoor een heus conflict met de Belgen is ontstaan–, hielden de woordvoerders van deze partijen stug vol dat het allemaal op zijn pootjes terecht gaat komen. Het kabinet zal de Raad van State er de komende tijd vast van kunnen overtuigen dat natuurherstel via buitendijkse schorren een bruikbare en creatieve oplossing is, betoogden CDA’er Atsma en PvdA’er Loefs.

O ja? Aannemelijk is dit scenario niet. Veel waarschijnlijker is het dat de Raad van State voet bij stuk houdt, zodat Nederland, om te kunnen voldoen aan het in 2005 met België gesloten Scheldeverdrag, niets anders resteert dan alsnog de inmiddels beroemde Hedwigepolder onder water te zetten. Tal van gerenommeerde ecologen stellen dat dit de enige manier is die tot voldoende en zinvol natuurherstel leidt.

Voor het zo ver is, zal er echter nog veel water door de Schelde stromen. Politieke partijen moeten dan op eerder genomen besluiten terugkomen. En dat doen ze niet graag.

Toch hebben ze de nu ontstane impasse aan zichzelf te danken. Gingen begin dit jaar tal van betrokken deskundigen en bestuurders er nog van uit dat het kabinet zou besluiten de Hedwigepolder te ontpolderen, omdat dit nu eenmaal de enige weg leek om aan de in het Scheldeverdrag gemaakte afspraak tot natuurherstel te voldoen; tot verrassing van velen stuurde minister Verburg van Landbouw de Kamer in april een brief met als boodschap: we gaan niet ontpolderen. Het kabinet had een alternatieve manier van natuurherstel verzonnen: het creëren van buitendijkse schorren.

Slim? Tot op zekere hoogte wel. Vooral omdat het hiermee tegemoetkwam aan de bezwaren van de landbouwlobby en rekening hield met het Zeeuwse sentiment dat Nederlanders land op de zee behoren te veroveren, en geen land aan de zee moeten prijsgeven. Maar Nijpels, voorzitter van de commissie die de gevolgen van uitdieping onderzocht, voorspelde het in april al: hiermee trekt het kabinet het juridische moeras in. Een profetie die juist is gebleken.

De Westerscheldekwestie zal de politiek de komende tijd nog wel bezighouden en met name voor premier Balkenende een riskant dossier blijken. Het heeft er immers alles van weg dat de verrassende koers die Verburg in april insloeg, het gevolg is van een persoonlijk ingrijpen van de premier? Als Zeeuw was hem er veel aan gelegen zijn verkiezingsbelofte van 2006, geen ontpoldering van Hedwige, na te komen.

Mag een premier dan niet ingrijpen? Zeker wel. Maar als dat leidt tot het inslaan van dwaalwegen, is dat bepaald geen bewijs van zijn bestuurlijke competentie.

Natuurlijk is het een respectabel standpunt, zoals door diverse politieke partijen gehuldigd, om niet zomaar goede landbouwgrond prijs te willen geven aan de natuur. Maar het is de taak van politici diverse belangen tegen elkaar af te wegen. De vraag dringt zich op of het in dit concrete geval niet beter is een relatief klein stuk grond te ontpolderen én een verdragsverplichting na te komen, dan te pogen het onverenigbare te verenigen en daardoor nalatig te blijven tegenover een buurland. Belofte maakt nu eenmaal schuld.

Dat laat onverlet dat Nederland, na het nakomen van het Scheldeverdrag, de Belgen nog eens diep in de ogen moet kijken om samen met hen de vraag te beantwoorden hoe lang we doorgaan met het uitdiepen van de Schelde. Is er wellicht een grens aan het verlenen van doorvaart aan almaar grotere schepen?

Veel grote havensteden in de wereld verlegden in de achterliggende jaren hun activiteiten naar de echte kust. Zo bouwde Rotterdam de Maasvlakte verder uit. Toegegeven, voor Antwerpen ligt dit lastiger, omdat de zeearm ernaartoe door Nederlands grondgebied loopt. Maar deze complicatie mag er niet toe leiden dat de vraag naar alternatieven voor steeds verdere uitdieping in het geheel niet gesteld wordt.