Behalve de naam is Drie Hoefijzers niets
DRIE HOEFIJZERS – Met de nodige moeite zijn drie hoefijzers te herkennen in het moderne kunstwerk aan het begin van de Driehoefijzerstraat. Het is in de verre omtrek de enige verwijzing naar een gehucht met een bijzondere naam.
Een lange rechte weg boven op een polderdijk. De nietsvermoedende automobilist die vanuit het dorp Zevenbergschen Hoek de Driehoefijzerstraat inrijdt, is in een mum van tijd bij de volgende rotonde. Tien tegen een dat de bestuurder zonder er erg in te hebben Drie Hoefijzers achter zich laat. En dat is geen schande; zelfs inwoners hebben er nauwelijks weet van dat ze in een gehucht wonen.
Halverwege de polderdijk schildert een man z’n schutting. Met ferme halen strijkt hij de donkere beits op de planken. „Drie Hoefijzers? Ja, zo heet deze straat.”
Dat de man in een heus gehucht woont, daar heeft-ie werkelijk geen idee van. „Die naam mag het eigenlijk ook niet hebben. Meer dan een straat is het niet.”
Toch vormt het twintigtal huizen langs de polderdijk al sinds jaar en dag het gehuchtje Drie Hoefijzers. Al rond 1826 meldt het bevolkingsregister van de stad Zevenbergen, waartoe Drie Hoefijzers behoorde, een tiental huisnummers.
Behalve de dagloners die aan de polderdijk woonden, telde het gehucht ook een smid, een klompenmaker en een mandenmaker. Zelfs een hoedenatelier en een horlogemaker waren er gevestigd.
Tot de aanleg van de rijksweg A16 en de brug bij Moerdijk, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, was Drie Hoefijzers een knooppunt voor drie regionaal belangrijke wegen: de Langeweg uit Zevenbergen, de weg vanuit Breda naar het noorden en de weg via Zevenbergschen Hoek naar Moerdijk, waar het veer op Strijensas aanlegde. Bij dit veer verdronk op 14 juli 1711 Johan Willem Friso, prins van Oranje en stadhouder van Friesland.
In de loop van de 19e eeuw werden de drie wegen verhard. Door de aanleg van de A16 verloren ze hun betekenis. Alleen bij files weet het sluipverkeer de wegen weer te vinden.
Hoe komt het gehucht eigenlijk aan z’n naam? Rieni Voermans, archivaris bij het Regionaal Archief West-Brabant heeft twee lezingen. „Op het kruispunt stond in het verleden een herberg, waar bier van de Bredase brouwerij Drie Hoefijzers werd verkocht.”
Een ander verhaal gaat over koning Lodewijk Napoleon, zegt Voermans. „Op diens tocht door Brabant in april 1809 zou zijn paard ter plaatse een hoefijzer verloren hebben. Het onfortuinlijke dier moest op drie hoefijzers verder.”
Voermans heeft echter z’n twijfels bij die lezing. Uit het dagboek van een meereizende arts zou blijken dat de koning vanuit Oudenbosch via Standdaarbuiten naar Zevenbergen is gereisd, om vervolgens in Willemstad te overnachten. Hij kwam dus helemaal niet langs Drie Hoefijzers.”
Het enige wat de benaming Drie Hoefijzers nu nog levend houdt, is het stalen kunstwerk, vervaardigd door een dorpsbewoner. Of-ie daarmee de historie op het oog had, of slechts de promotie van zijn eigen staalbedrijf, blijft gissen.
Dit is het derde deel in een serie over dorpen en gehuchten met een getal in de naam.
refdag.nl/cijferplaatsen voor andere afleveringen en meer foto’s.





