„Ik liep binnen in rommelwinkels”
Hij werd opgeleid tot onderwijzer, met als hoofdvak tekenen. Hij schilderde graag en zijn vader was een bekend dichter. In 1895 vertrok Anne Tjibbes van der Meulen naar Nederlands-Indië, waar hij fraai kunsthandwerk begon te verzamelen.
„Ik snuffelde daar in gangen en stegen en liep binnen in oudroest- en rommelwinkels en zo rondreizende vond ik dan soms merkwaardige dingen, die mij verrasten door hun schoon.”
De verzamelwoede van Anne Tjibbes richtte zich niet op een bepaalde groep voorwerpen. Hij zocht naar iets wat hem in ontroering bracht. Tot 1915 woonde en verzamelde Van der Meulen in plaatsen op Java, Sumatra en Celebes. Zijn dagboek bevat aardige doorkijkjes in het leven van een kunstpionier. „Beweging over Indisch schoon was er destijds nog weinig en ik ben er in zekere zin trotsch op, dat ik zoo stil mijn eigen weg ben gegaan en het mooie heb gevonden zonder voorlichting, zonder wegwijzer, zonder steun. Want ja, ik stond vaak alleen. En als ik thuis kwam met mijn nieuwe koopjes, die mij gelukkig maakten, dan weet ik dat mijn vrienden mij vaak dom en dwaas vonden.”
Nieuwe koopjes – het waren de kralenkettingen, vazen, wierookbranders, beeldjes, wapens en theatermaskers die Van der Meulen overal vandaan haalde. Terug in Nederland richtte hij in het Friese Bergum een ”Indisch Museum” op. Het werd een succes, met zo’n 4000 bezoekers per seizoen. Maar het bevredigde hem niet: hij wilde de wijde wereld weer in. Van der Meulen verkocht de hele inventaris aan kandidaat-notaris Nanne Ottema, die op zijn beurt de collectie onderbracht in het door hem opgerichte Museum voor Indonesische en Chinese kunst, het latere Keramiekmuseum in het Princessehof te Leeuwarden.
Van der Meulen vertrok naar Egypte, naar Sicilië en Rome en begon daar nieuwe verzamelingen aan te leggen. Vooral Egypte boeide hem. Als toerist bezocht hij de piramiden van Gizeh, Luxor, de Vallei der Koningen en de tempel van Ramses II bij Abu Simbel. In zijn beschrijvingen klaagt hij over het voortdurende gebedel om fooien en over de hoge hotelprijzen.
Hij kocht kralen en amuletten in Aswan en glas uit de oudheid. De hotelkamers van Hotel Luna in Caïro leken op een museum, compleet met ingerichte vitrines. „Mijn werk gaf mij vreugde”, schrijft hij, „en met de voldoening die ik voor mijzelf heb, over wat ik verzamelde en schreef, ben ik voldaan.”
Wonderspiegel
In de jaren dertig van de vorige eeuw wilde de trotse Van der Meulen lezingen gaan geven over zijn glas. Twee bevriende dames maakten voorbeelddoosjes met fraaie glaspatronen. Van der Meulen schreef zijn lezing uit en maakte er een boekje met foto’s van. ”Over Oud Glas” verscheen in 1931. De auteur legt uit waarom in Egypte blinden niet meer beter worden:
„De schoonheid en volmaaktheid van het Oudegyptische glas vinden hun weerklank in den volksgeest van het tegenwoordige Egypte. Immers een volkslegende zegt dat de Engelsen, toen zij de kazerne van Kasr el Nil in gebruik namen, ergens in de fundamenten een glazen spiegel vonden uit den tijd der Pharao’s; en dat deze spiegel de eigenschap bezat blinden het gezicht te hergeven door een enkele blik. Nu de Engelsen hem meegenomen hebben naar Londen, herkrijgen de blinden hier niet meer het gezicht!”
Vrij plotseling overleed de enthousiaste verzamelaar, in januari 1934, te midden van zijn objecten in Egypte.
Op de Leidse expositie ”Pasja van het glas” maken bezoekers kennis met Van der Meulens dagboeken, brieven en foto’s. Ze zien hem poseren als pasja (Arabische vorst) en volgen hem op zijn reizen door Nederlands-Indië, Italië en Egypte. Blikvangers zijn de maar liefst 900 fragmenten bontgekleurd Romeins mozaïekglas. Deze zijn te zien te midden van een keur aan glazen bekers, parfumflesjes, sieraden en amuletten. De Indische verzameling bestaat uit godenbeelden, wapens en porselein.
Met de expositie start het Rijksmuseum van Oudheden een serie exposities waarin privécollecties centraal staan. Voor 2010 staan tentoonstellingen over Helene Kröller-Müller en Frits Lugt gepland.
De expositie ”Pasja van het glas. Reizend verzamelaar Anne Tjibbes van der Meulen” is tot en met 3 januari 2010 te zien in het Rijksmuseum van Oudheden.
rmo.nl.





