Nieuws
Print artikelStuur artikel doorVoeg toe aan knipsel

Tekst scheppingsverklaring wordt aangepast

03-06-2009 11:54| gewijzigd 03-06-2009 13:46 | Kerkredactie

APELDOORN – De initiatiefnemers van de ”Verklaring van gezamenlijk geloof in God als Schepper”, die dinsdag naar zo’n honderd opiniemakers werd verstuurd, gaan de tekst van de verklaring aanpassen. Zij hebben hier woensdag overleg over gevoerd.

In een brief bij de verklaring vroegen de initiatiefnemers, Cors Visser (directeur van ForumC), natuurkundige Cees Dekker en uitgever Henk Medema, de aangeschrevenen om binnen het tijdsbestek van één dag hun instemming te betuigen met de verklaring.

Medema deelde woensdagmorgen mee dat er een aangepaste verklaring komt. De aanpassingen vloeien voort uit opmerkingen van een deel van de mensen die zijn aangeschreven, betrokkenen bij het debat over geloof en evolutie. Een tiental kwam tot dusver met wijzigingsvoorstellen, aldus de uitgever.

Hij gaf verder aan dat er inmiddels „een behoorlijk aantal reacties” op de verklaring is gekomen. De meeste zijn „positief” van aard.

In reactie op geuite kritiek dat er geen creationisten bij het opstellen van de tekst betrokken waren, geeft Medema aan dat dit wel gebeurd is tijdens het vooroverleg. „Inderdaad was het beter geweest om dat zichtbaar te maken en zo het vertrouwen van mensen te winnen.” Volgens de uitgever wordt het overleg nu breder getrokken en zullen er ook mensen „uit de richting van het creationisme” aan meedoen.

Uit een rondgang die deze krant woensdagmorgen maakte, blijkt dat de reacties op de verklaring uiteen lopen. Dr. H. van den Belt, universitair docent vanwege de Gereformeerde Bond, voelt zich naar eigen zeggen overrompeld door de vraag om snel te handelen. „Je wordt opeens voor de keus gesteld om binnen 24 uur te reageren, niet binnen zes keer 24 uur dus.”

Ondanks het feit dat hij geen moeite heeft met de inhoud –mijn standpunt ligt ergens tussen dat van Cees Dekker en Jan Rein de Wit– is dr. Van den Belt niet van plan om de verklaring te ondertekenen. „In de verklaring staat niets wat niet in de belijdenis staat en voegt daarom niets toe.”

Dr. Van den Belt had het sympathiek gevonden als de initiatiefnemers, „die allemaal genuanceerder denken over de schepping”, creationisten bij de voorbereiding hadden betrokken. „Doordat zij creationisten nu willen laten onderschrijven dat alle betrokkenen „elkaar als broeders en zusters in Christus” beschouwen en dat het niet uitmaakt hoe God de wereld heeft geschapen, zetten ze hen voor het blok. Dat vind ik niet zo goed.”

Dat duidelijk wordt gemaakt wat er is aan verbondenheid naast de verscheidenheid, vindt de voormalige directeur van de Evangelische Hogeschool J. A. van Delden een goede zaak. „Met die intentie ben ik blij.” Hij betreurt het dat er tijdens het opstellen van de verklaring niet meer overleg met creationisten is geweest. „Voor zover ik dat weet van mijn medecreationisten. De verklaring gaat op sommige punten duidelijk in tegen wat kenmerkend is voor het creationisme.” Van Delden doelt hiermee op „de gelijkstelling van de Bijbel met wetenschappelijke theorieën. Dat is weliswaar zo geformuleerd dat dit niet opvalt, maar kennelijk is die gelijkstelling toch het uitgangspunt. In de praktijk komt het Woord van God in rangorde zelfs onder de theorieën van het theïstisch evolutionisme te staan. Daarmee komt het ”sola Scriptura” op het spel te staan. Een heel erge zaak.”

De oud-directeur wil de verklaring dan ook niet ondertekenen en schreef een aangepaste versie. „Wil ik met mijn kritiek zeggen dat ik het christen-zijn van andersdenkenden ontken? Absoluut niet. Maar door de grandioze overschatting van de wetenschap is het gezag van de Bijbel in het geding.”

J. van der Graaf, oud-secretaris van de Gereformeerde Bond, ondertekent de verklaring niet omdat hij niet bij voorbaat wil worden ingedeeld in een van beide kampen. De gehanteerde werkwijze rond het uitbrengen van de verklaring acht hij „helemaal fout. Een verklaring breng je panklaar naar buiten. Alle publiciteit die nu is ontstaan, vertroebelt de zaak.”

Met de inhoud is Van der Graaf het „goeddeels eens.” De regel ”(…) erkennen wij elkaar van harte als broeders en zusters in Christus”, zou hij er graag uitgehaald willen zien. „Het maakt artikel 5 tot een gevoelsartikel met dwangmatige trekjes. We moeten elkaar als broeders en zusters beschouwen terwijl we elkaar lang niet allemaal kennen, noch elkaars opvattingen.” Verder bepleit hij een zorgvuldiger formulering van artikel 2, waarin de Bijbel en de natuur als gelijkwaardige bronnen van Gods openbaring worden beschreven.

Ook prof. dr. J. Hoek, die de verklaring een goed initiatief vindt, is het niet eens met de formulering van artikel 2. „Gods openbaring in de Schrift staat niet op één lijn met de openbaring in de schepping. De dingen van de schepping moeten we lezen in het licht van de Bijbel, niet omgekeerd.” Het veranderen van deze tekst is voor hem een voorwaarde voor ondertekening.

De hoogleraar zou verder graag in de tekst opgenomen zien dat de schepping en de zondeval niet samenvallen, maar dat de zondeval later een breuk in de schepping heeft gebracht.

Zie ook

Dossier