Knevel gelooft niet in het hellend vlak
Alles wat mis kon gaan, ging ook mis. EO-programmamaker drs. Andries Knevel (57) kan zich een paar weken na de tv-uitzending waarin hij een omstreden verklaring ondertekende nog steeds voor het hoofd slaan.
Inmiddels betuigde hij al meermalen spijt over de wijze waarop hij afrekende met de gedachte dat de aarde in zes dagen van 24 uur is geschapen. Wel erkent Knevel Genesis 1 anders te lezen dan vijftien jaar geleden. „Christenwetenschappers uit reformatorische hoek hebben mij daarvan overtuigd. Prominente theologen in de orthodox-christelijke achterban erkennen openlijk dat de aarde miljoenen jaren bestaat.”
Knevel windt er in zijn Hilversumse werkkamer bij de EO geen doekjes om over wat er allemaal is misgegaan. „We wilden het Darwinjaar gebruiken om in eigen kring het gesprek op gang te brengen over schepping en evolutie. Al bij het derde programma ging het fout. Ik kreeg tijdens de opname opeens een verklaring voor me en moest onder tijdsdruk reageren. Ik heb nog snel wat zinnen geschrapt, maar achteraf veel te weinig.”
Toen Knevel het programma thuis zag, wist hij direct dat het foute boel was. „Die publieke verklaring had iets assertiefs, ja, zelfs agressiefs. Het leek alsof ik korte metten wilde maken met de visie van veel orthodoxe christenen die in een schepping in zes dagen blijven geloven. Ik kreeg daags na de uitzending een sms’je van Trouw waarin zij excuses maakte over de kop ”EO neemt afscheid van scheppingsverhaal” bij een artikel over de uitzending. Maar het leed was al geschied. Heel Nederland viel over me heen.”
Die verklaring was natuurlijk wel erg provocerend.
„Zo was het niet bedoeld. Maar dat ene beeld, voor de tv, suggereerde dit wel. Zeker de opmerking dat ik mijn kinderen altijd op het verkeerde been heb gezet. Achteraf is dat vreselijk stom, waarover ik ook uitermate veel spijt heb. Het doel van de EO was juist het gesprek over schepping en evolutie te entameren. Dat is nu door mij verknoeid.”
Toch is het een publiek feit dat u al vijftien jaar anders denkt over het thema van schepping en evolutie.
„Ik worstel inderdaad al langere tijd met dit thema. Daarvan deed ik ook verslag in mijn boek ”Avonduren”. Maar dat ene beeld op televisie suggereerde dat ik er helemaal uit was. Dat is niet zo. Daarnaast leek het alsof ik met mijn verklaring op tv een trap na wilde geven aan hen die nog niet zo ver in hun denken zijn. Dat getuigt van ongeoorloofde hoogmoed.”
Welke kritiek heeft u het meest geraakt?
„Vooral van degenen die mij het meest na stonden, mijn eigen broeders en zusters. Ik werk inmiddels 31 jaar bij de EO en heb al die jaren met vreugde geïnvesteerd in missionaire programma’s richting de wereld. Ik denk dat we in ons enthousiasme om de wereld te bereiken soms te weinig hebben gecommuniceerd met onze achterban. Die balans is misschien de verkeerde kant doorgeslagen.”
Afgeschreven
Het raakt Knevel diep dat hij door een aantal mensen als een halve of hele vrijzinnige EO’er wordt gezien met denkbeelden die overeenkomen met die van Kuitert. „Je wordt radicaal afgeschreven. Soms in uitermate ruwe bewoordingen door mensen die niet de moeite nemen je persoonlijk benaderen om hun zorgen te uiten. Het pijnlijke is verder dat ook de EO daarin is meegesleept, in de zin van: Zie je nu wel, weer een symptoom van het afglijden van de EO.”
Toch hebben critici een punt als ze zeggen dat de EO in de beginjaren anders over diverse thema’s dacht.
„Dat klopt. Maar ik ben het eens met het verwijt van dr. Gijsbert van den Brink dat de EO zich in het begin te zeer vereenzelvigde met het klassieke creationisme en daar nu de vruchten van plukt. Het is niet zo dat we nu van dat standpunt afstand nemen. Er zijn over dit onderwerp nu echter verschillende meningen en de EO wil daarvoor ruimte bieden en het gesprek daarover op gang brengen.”
Ooit was u auteur van ”De Bijbel in de beklaagdenbank”, dat protesteerde tegen de Schriftkritische visie in de Gereformeerde Kerken…
„Ik zal niet meer in de valkuil stappen door ferme standpunten aan te hangen. Ik ben minder stellig geworden. Denk daarbij aan een mozaïek. Daarin kun je verschillende steentjes omdraaien en desgewenst weer terugdraaien.”
Het is volgens Knevel duidelijk dat er binnen de reformatorische en de evangelische achterban verschillend wordt gedacht over hoe Genesis moet worden gelezen waar het gaat over schepping en evolutie. „Prominente theologen zoals dr. Gijsbert van den Brink, dr. Henk van den Belt, dr. Jochem Douma en vele anderen laten ruimte voor verschillende standpunten.”
Wat is volgens u de kern van Genesis 1?
„Dat God de Schepper van de wereld is. Twee dingen wil ik daarbij benadrukken: Ik neem de Bijbel serieus als het betrouwbare Woord van God. In de tweede plaats neem ik de feiten van de wetenschap ook serieus. Ik zit zelf in een zoektocht om beide met elkaar te combineren. Vanuit artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeg ik dat het boek der natuur niet in tegenspraak kan zijn met de Schrift. De Bijbel zegt dat de aarde plat is en dat de zon om de aarde draait en dat de aarde op pilaren staat. De wetenschap heeft aangetoond dat dit niet kan, dus hebben we geconstateerd dat we de Bijbel op dit punt anders moeten lezen. Maar het is duidelijk dat God Zichzelf niet tegenspreekt. De Schrift gaat altijd voorop.”
Waarom is het niet mogelijk om onbevangen de dagen als dagen te lezen?
„Omdat christenwetenschappers mij ervan overtuigen dat dit niet kan. De boeken van Arie van den Beukel hebben mij wakker gekust. We moeten met een andere hermeneutische bril naar de Bijbel kijken. Wat ik zeg, is overigens al gemeengoed in onze achterban. Uit een EO-onderzoek blijkt dat 70 procent van de voorgangers en theologen op dezelfde manier als ik denkt over deze kwestie, alleen weten hun kerkleden dat niet altijd.”
U stelt niet bang te zijn voor het hellend vlak. Maar waarom zouden we wel Genesis 1 symbolisch moeten lezen, en niet Genesis 3, de zondeval, en de opstanding?
„De zondeval is zo’n essentieel punt, theologisch en bevindelijk, dat die voor mij onomstotelijk vaststaat. In mijn laatste boek ”Is het waar?” heb ik juist een pleidooi gevoerd voor de historiciteit van de opstanding en heb dat aannemelijk gemaakt op grond van de getuigenissen die hierover gegeven zijn. In De Saambinder heeft ds. W. Visscher deze passages uit mijn boek niet voor niets aanbevolen om door studenten te laten lezen. Ik herken me daarom inderdaad niet in de beschuldiging van het leven op een hellend vlak, zoals dat vaak wordt aangehaald met het oog op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken in de vorige eeuw.”
Vormen die dan geen baken in zee voor u?
„In de jaren zestig en zeventig in die eeuw heerste een klimaat van bevrijding. Op een rationalistische wijze namen de kerken afstand van orthodoxe standpunten. Nu is er juist weer hernieuwde aandacht voor klassieke standpunten in de samenleving. Mensen willen kerk en geloof niet achter zich laten. Vormen van orthodox geloof bloeien zelfs op. Het kerkelijke en het culturele klimaat zijn fundamenteel veranderd.”
Staat nog steeds de vraag overeind waarom we volgens u Genesis 1 niet letterlijk moeten lezen, maar wel de Bijbelgedeelten over de opstanding van de Heere Jezus.
„Omdat Genesis 1 qua vertelling van een wezenlijk andere orde is dan de berichten over de opstanding. Het verhaal over kruis en opstanding betreft het betrouwbare verhaal dat God geopenbaard is in de tijd en 34 jaar op deze aarde heeft geleefd. De Schrift gaat uit van Jezus Christus en Die gekruisigd. Dat zijn verifieerbare feiten. Overigens mag ik zaterdag in de Volkskrant uitleggen waarom ik in de opstanding geloof. Het is uniek dat ik die gelegenheid krijg.
Mijn passie is om aan nieuwe generaties te laten zien dat er geen conflict hoeft te zijn tussen geloof en wetenschap. Je kunt een vurige gelovige zijn én een goede wetenschapper. Laten we ons dus niet door mannen als Plasterk en Dawkins laten aanpraten dat er een conflict is tussen beide. Dat hebben mij de boeken van Cees Dekker en de recente interviewbundel ”Geleerd en gelovig” geleerd. Dit neemt niet weg dat het tussen geloof en wetenschap kan schuren. Het consonantiemodel van Gijsbert van den Brink ten aanzien van geloof en wetenschap spreekt mij erg aan: geloof en wetenschap zijn aparte werelden, maar ze raken elkaar wel.”
Geen evolutionist
Knevel is wars van etiketten. Hij wil geen evolutionist zijn, ook geen theïstische evolutionist. „Ik wil geen etiket hebben. Etiketten wekken wantrouwen. Noem me dan maar kosmologisch agnost, haha. Hoewel, dat valt natuurlijk ook niet goed in de achterban van het RD. Maar laat duidelijk zijn dat ik de rol van het ”intelligent ontwerp” serieus wil nemen.”
Geldt dat ook voor de initiatiefnemers van de recent in heel Nederland verspreide brochure ”Schepping of evolutie"?
„Het zijn moedige mannen, maar ik geloof niet in een folder als goed communicatiemiddel. Niet voor dit thema, maar ook niet voor de Lidl.”
Topwetenschappers
In de komende jaren wil Knevel nog graag een serie schrijven over topwetenschappers in christelijke kring, zoals Alister McGrath en Francis Collins. Maar wat het beschrijven van zijn visie over gevoelige thema’s betreft, maakt hij voorlopig een pas op de plaats. „We zijn er als gezin diep door gegaan. Normaal kan ik wel tegen een stootje. Dat moet ook wel als je deze positie in de media inneemt. Maar mijn vrouw kon het soms moeilijk trekken. We hebben zware en nare weken achter de rug, temeer omdat het je eigen schuld is en je hebt gefaald. Na de tv-uitzending in 2004 waarop ik aan de fundamentalistische moslim Van de Ven vroeg of hij Geert Wilders graag dood zou zien, kregen we bewaking in huis. Maar deze commotie is tien keer zo erg. Dit raakt je vanbinnen.”
Is het geschonden vertrouwen in Andries Knevel nog te herstellen?
„Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Nog niet één procent van de achterban heeft gereageerd. Dat betekent niet dat die 99 procent niets vindt, maar het is toch wel een teken aan de wand. Maar elke kritiek neem ik bloedserieus. Gelukkig heb ik ook veel reacties gekregen van prominente theologen die aangaven mij helemaal te steunen. Ook van mensen die zeiden: Eindelijk iemand die het zegt.
Natuurlijk is er werk aan de winkel. Maar ik denk dat het vertrouwen wel kan worden teruggewonnen, temeer als ik kijk naar de contacten die ik heb in de reformatorische achterban dankzij mijn werk voor Radio 5.
De meeste kritiek op mij kwam voor mijn gevoel uit de evangelische hoek en niet uit de reformatorische kring. Reformatorische christenen zijn het gewend Augustinus en Calvijn te lezen. Die laten volgens mij ook ruimte voor een niet-letterlijke interpretatie.
Ik denk dat het goed is dat wij als christenen prangende vragen niet negeren. Als je te lang de deksel op een pan zet, ontploft de pan. Speel in op vragen die leven, maar doe dat wel in een sfeer van zoeken en vertrouwen.”





