„China treedt juist strenger op tegen huiskerken”
PEKING – De Britse krant The Times maakte begin deze week melding van geheime besprekingen tussen het Chinese regime en verschillende huiskerkleiders. De tijd van invallen, arrestaties en boetes zou voorbij zijn, aldus Chinese christenen. Verschillende organisaties die in China werkzaam zijn, reageren.
W. Jongsma, secretaris van Stichting China, is verbaasd over het bericht in The Times. „Ik heb niets over een overleg gehoord of gelezen.”
Christenen zijn heel voorzichtig in hun spreken over het regime, ervaart Jongsma tijdens zijn bezoeken aan het Aziatische land. „Ik vraag al jaren naar eventuele nieuwe ontwikkelingen. Je ziet ze om zich heen kijken en merkt dat ze heel voorzichtig antwoord geven. Daaruit bleek niets van een toenaderingspoging, maar dat kan ook komen doordat wij westerlingen zijn.”
De secretaris vraagt zich af waarom de regering het gesprek met de huiskerken zou zoeken. „Of ze bang is voor ordeverstoring tijdens de viering van het Nieuwjaar en de verjaardag van de communistische partij? De overheid weet dat christenen vredelievend zijn en niet zomaar de straat op gaan. Dat ze in een goed blaadje willen komen bij het buitenland, vind ik ook geen overtuigende reden.”
Een andere mogelijke oorzaak is wellicht dat China de groei van huiskerken niet in toom kan houden. Waar één gemeente verdwijnt, duiken twee nieuwe gemeenten op. Invallen en arrestaties hebben niet het gewenste effect.
Ook C. P. Baaij, bureaumanager van stichting Bonisa Zending, hoorde voor het eerst over de geheime gesprekken. „Het zou kunnen zijn”, merkt hij voorzichtig op, „dat de overheid met een paar leiders om de tafel is gegaan.” Hij kan zich daar wel iets bij voorstellen. „Het aantal christenen groeit, waardoor de overheid zal zien dat ze de kerk niet kan bevechten en een tussenweg zal zoeken.”
Het kan ook zijn, oppert Baaij, dat China toenadering zoekt nu de Olympische Spelen van afgelopen zomer –die zonder confrontaties zijn verlopen– achter de rug zijn. Hij houdt echter een slag om de arm. „Of de gesprekken echt gevoerd zijn, weet ik niet.”
Ds. J. M. Kleppe, vicevoorzitter van de Stichting Hudson Taylor, was „erg verrast. Van onze contacten in China hoorden we geen gerucht van terughoudendheid van overheidswege jegens huiskerken. De verscherpte controles tijdens de Spelen zijn daarna juist gehandhaafd.”
Ds. Kleppe kan overigens de argumentatie van de Chinese overheid om het gesprek aan te gaan goed begrijpen. „Het aantal Chinese christenen groeit constant. Dat is het niet te stuiten werk van de Heilige Geest.”
Jan Vermeer, woordvoerder van Open Doors, een organisatie die opkomt voor vervolgde christenen, toont zich minder verbaasd. Hij weet dat al in november 2008 in Peking een overleg plaatsvond tussen huiskerken en overheid.
De situatie verschilt per plaats. „Er zijn gebieden, zoals rond Peking, waar het gaat. Maar in provincies waar de lokale overheid het voor het zeggen heeft, hebben christenen het zwaar. De politie kan makkelijk een boete innen door een huiskerk binnen te vallen. Een Chinees gezegde luidt dan ook: de berg is hoog en de koning ver weg.”




