HRW: Birma vervolgt christelijke Chinvolk
BANGKOK (AP) – Het christelijke Chinvolk, dat leeft in de afgelegen bergen van Noordwest-Birma, wordt vervolgd vanwege zijn godsdient. Dat zegt de onafhankelijke mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een gisteren gepubliceerd rapport.
De Chin staan volgens HRW bloot aan dwangarbeid, marteling, en buitengerechtelijke moordpartijen. HRW zegt dat ongeveer 100.000 mensen uit het thuisland van de Chin naar India zijn gevlucht, waar zij allerminst met open armen worden ontvangen. Zij worden er misbruikt en lopen het risico terug over de grens te worden gezet.
„De Chin zijn onveilig in Birma en onbeschermd in India”, aldus de mensenrechtenorganisatie in haar rapport.
HRW zegt dat de Birmese regering de minderheidsculturen van de Karen, Karenni, Shan en Chin onderdrukt, speciaal in gebieden waar opstanden woeden. In Oost-Birma zouden ongeveer een half miljoen mensen uit hun oorspronkelijke woongebieden zijn verdreven.
Voor de doopsgezinde Chin geldt onder meer dat hun kerken worden vernietigd en kruisen ontheiligd. Ook worden zij gedwongen te werken op zondag, wat in strijd is met hun godsdienst. Daarnaast wordt geprobeerd de Chin, van wie 90 procent het christelijke geloof aanhangt, tot het boeddhisme te bekeren.
De regering beschuldigt de Chin van steun aan het Chin Nationaal Front, een kleine groep die weinig effectief opereert. HRW erkent dat het front geld van dorpelingen afperst om zijn operaties te financieren.
Noch de Birmese regering noch de regering van de aan Birma grenzende Indiase deelstaat Mizoram had commentaar op het HRW-rapport.
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en het Wereldvoedselprogramma (WFP) lieten gisteren in een rapport weten dat Birma voor dit jaar ongeveer 185.000 ton voedselhulp nodig heeft. De voedselsteun is mede noodzakelijk door de gevolgen van de cycloon Nargis van vorig jaar, die niet alleen ruim 130.000 mensen het leven kostte, maar ook grootschalige verwoestingen aanrichtte. Zo ging niet minder dan ruim 800.000 hectare aan rijstvelden verloren.
In de Chinstaat is de toch al hachelijke situatie aanzienlijk verergerd door een rattenplaag in 2007, die grote schade toebracht aan rijst- en maisvelden van 121 dorpen, aldus het rapport. Mensen in de deelstaten Chin en Rakhine kampen met grote voedselproblemen, wat onder meer leidt tot ondervoeding onder kinderen.




