Nieuws
Print artikelStuur artikel doorVoeg toe aan knipsel

NBV Studiebijbel mikt op breed lezerspubliek

30-10-2008 10:22| gewijzigd 30-10-2008 10:51 | K. van der Zwaag

AMERSFOORT - Een studiebijbel die mikt op een breed lezerspubliek, waaronder de literair geïnteresseerden. Zo omschrijft drs. Klaas van der Kamp de omvangrijke NBV Studiebijbel, die donderdagmiddag in de Utrechtse Geertekerk is gepresenteerd. Een meer theologisch gerichte Studiebijbel zal in de loop van volgend jaar verschijnen.

Sinds augustus 2005 hebben de Katholieke Bijbelstichting (KBS) en het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) de NBV Studiebijbel ontwikkeld. Het betreft een studie-editie van de Nieuwe Bijbelvertaling, die in 2004 op de markt kwam. De dagelijkse leiding was in handen van dr. A. H. Kamp (KBS), onder verantwoordelijkheid van drs. Ph. L. van Heusden (KBS) en dr. R. Buitenwerf (NBG).

Drs. Klaas van der Kamp is als uitgever bij Jongbloed (naast zijn werk als algemeen secretaris van de Raad van Kerken) betrokken bij de totstandkoming van de Studiebijbel.

De studie-editie, die ruim 2200 bladzijden telt, biedt lezers uitgebreide toelichtingen over godsdienstige, historische, culturele en literaire achtergronden van de Bijbelteksten. De aantekeningen bij de teksten gaan in op moeilijke passages, geven uitleg over onbekende namen en begrippen en verwijzen naar vergelijkbare Bijbelteksten.

In 150 zogenaamde kaderartikelen is aandacht voor onder meer de culturen van het oude Nabije Oosten, religieuze gebruiken en feesten, Bijbelse personen, culturele en literaire achtergronden. Verder biedt de editie een verklarende woordenlijst (ongeveer 350 onderwerpen), met aandacht voor onbekende woorden. Ook de zogeheten apocriefe boeken hebben, evenals in de NBV, een plaats gekregen en zijn voorzien van toelichtende opmerkingen.

De Studiebijbel bevat verschillende kleurenkaternen (full colour) met foto’s, kaarten en overzichten van het landschap en het klimaat van Palestina en het oude Nabije Oosten. Er zijn een historische tabel met hoogtepunten uit de geschiedenis van het Nabije Oosten en Palestina, een Bijbelse tijdlijn met het beeld van de geschiedenis volgens de Bijbel, geïllustreerd met foto’s van markante gebouwen, personen, teksten en gebruiksvoorwerpen.

Inleidingen
Een belangrijk onderdeel vormen de inleidingen op de Bijbelboeken, met uitgebreide aandacht voor het ontstaan en de structuur van het bewuste Bijbelboek. In de Bijbel zijn de gegevens van de laatste stand van de (Bijbel)wetenschap verwerkt, aldus de inleiders. Zo wordt bijvoorbeeld gewezen op overeenkomsten tussen het Bijbelse scheppingsverhaal en dat van het oude Nabije Oosten. Over Jezus wordt gezegd dat er sinds de 19e eeuw meer aandacht is voor Zijn mens-zijn. De werkelijke Jezus blijft echter „ongrijpbaar en fascinerend.”

Van de Bijbelboekinleidingen bij de NBV is onder meer vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gezegd dat ze een „Schriftkritische” toonzetting hebben. Directeur drs. Van Heusden van de KBS stelde in een eerder interview dat deze inleidingen in de Studiebijbel zijn aangescherpt. Als een bepaalde brief niet het werk van Paulus kan zijn, wordt dat nu expliciet gezegd, aldus Van Heusden. Dat is in de huidige Studiebijbel bijvoorbeeld het geval bij de brieven aan Timotheüs en Titus, die niet door Paulus maar door een van zijn leerlingen zouden zijn geschreven.

Van der Kamp wijst in een reactie hierop erop dat de Studiebijbel het resultaat is van een interconfessionele en oecumenische aanpak, door medewerkers uit protestantse, rooms-katholieke, joodse of neutrale hoek. Van der Kamp: „De NBV is niet alleen gericht op christenen, maar ook op een algemeen lezerspubliek. Juist vanwege het feit dat er in Nederland een breed draagvlak is voor de Bijbel, zijn we gekomen met een Studiebijbel. De Studiebijbel geeft een literaire toegang met allerlei historische, archeologische en godsdienstige achtergronden.”

Zo verklaart Van der Kamp ook het feit dat oudtestamentici zoals dr. M. J. Paul en dr. H. G. L. Peels wel eerst als supervisors van de NBV vermeld staan, maar in de Studiebijbel ontbreken in het lijstje van wetenschappers. „Nu is per onderdeel gekozen voor een inleider met een literaire insteek of een anderszins aanvullende benadering.”

Meer dan zestig auteurs uit Nederland en België hebben bijgedragen aan de Studiebijbel, meest wetenschappers van diverse Nederlandse en Belgische universiteiten. Ze zijn geselecteerd door een KBS/NBG-redactieteam onder leiding van dr. A. H. Kamp.

Godsnaam
Iets nieuws in de Studiebijbel is de weergave van de Hebreeuwse godsnaam als JHWH. Iedere lezer kan in deze editie duidelijk zien waar in de Hebreeuwse Bijbel deze naam van God gebruikt wordt. In de NBV is daarentegen gekozen voor de Heer in klein kapitaal.

Van der Kamp: „De keuze voor JHWH is gedaan om het studiekarakter van de uitgave te onderstrepen. Met het tetragrammaton JHWH valt de nadruk op de heiligheid van God, herkenbaar vooral voor joodse lezers. Maar dat wil niet zeggen dat we op dit punt de NBV aanpassen. Deze weergave is alleen voor de Studiebijbel bedoeld.”