Vijf eeuwen Joodse familiegeschiedenis
Titel: ”Het Rozeneiland” Auteur: Sanne Terlouw Uitgeverij: Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2008 ISBN 978 90 468 0341 7 Pagina’s: 336 Prijs: €18,50.
Gedurende de hele geschiedenis konden Joden op veel plaatsen een rustig en aangenaam leven opbouwen tot het moment dat ze weer werden verdreven of zelfs vermoord. Zo verging het ook de Joodse familie Amram in ”Het Rozeneiland” van Sanne Terlouw.
De auteur, een dochter van de schrijver Jan Terlouw, schreef een familiegeschiedenis die de vijftiende tot de twintigste eeuw bestrijkt. Judita Amram en haar zoon Jochanan ontvluchten in 1492 het Spaanse Toledo, nadat hun man en vader door de inquisitie is opgepakt. Ze komen in het Arabische Algiers terecht, waar ze een nieuw bestaan opbouwen.
In de zestiende eeuw wordt ook hier het leven te gevaarlijk. Jochanans zoon belandt op het Turkse eiland Rhodos. Op dit eiland in de Middellandse Zee groeit en bloeit dan een Joodse enclave. Met grote sprongen gaat het vervolgens naar de twintigste eeuw, waarin een nazaat van de Amrams voet aan wal zet in Palestina.
De familie Amram heeft nooit bestaan, de meeste figuren in het boek zijn fictief. Voor de historische context deed Terlouw veel onderzoek, getuige de verantwoording. Dat maakt het boek het lezen zeker waard. Het Joodse leven in de steden Toledo en Algiers en op het eiland Rhodos beschrijft Terlouw levendig.
De familiegeschiedenis komt minder goed uit de verf. Het blijven een beetje losse verhalen. Om de ene generatie met de andere te verbinden en om de familie Amram op Rhodos en uiteindelijk in Jeruzalem te krijgen, moeten er te veel toevalligheden plaatsvinden. De auteur had zich beter kunnen beperken tot één plaats, Rhodos bijvoorbeeld. Daar is genoeg gebeurd om een boek mee te vullen.
In de vijftiende eeuw stranden veel Joodse vluchtelingen uit Zuid-Europa op Rhodos. Op dit kleine, door rozen overdekte eiland vormen ze al snel een tamelijk welvarende groep. Hun gemeenschap wordt bekend onder de naam Rhodeslies, de Joden van Rhodos. Aan het einde van de zestiende eeuw leven er tussen de 200 en 500 Joden op het eiland en tussen de 1200 en 3000 Turken.
Vanaf de zeventiende eeuw worden de Rhodeslies steeds welvarender. Ze leiden een afgezonderd vredig bestaan en hebben weinig last van de Turkse overheerser. Toch blijven ze tweederangsburgers en in de eeuwen die volgen doen zich tal van incidenten voor, waarvan Terlouw er een aantal beschrijft. Daar is dan steeds een generatie van de Amrams bij betrokken.
In 1936 start een nieuw deel van de familiegeschiedenis. Terlouw beschrijft het wel en wee van een groot Amramgezin met opgroeiende kinderen in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de anti-Joodse maatregelen op het eiland, dat inmiddels onder Italiaans bestuur staat, vertrekt de familie niet. In het najaar van 1943 komt Rhodos zonder slag of stoot in Duitse handen. De toekomst van de inmiddels 2000 Rhodeslies ligt daarmee vast. Het vasteland is niet meer te bereiken. De telefoon is afgesloten, telegraferen is verboden en schepen meren niet meer aan. De Joden zitten gevangen op Rhodos. De meesten zijn bang, maar niet zo bang als ze zouden moeten zijn, aldus Terlouw.
Op 19 juni 1944 komt het bevel dat de Joden zich binnen twaalf uur moeten verzamelen. Vier dagen later worden ze gedeporteerd. Lange tijd waren ze veilig op het Rozeneiland, nu wacht hun toch hetzelfde lot als miljoenen volksgenoten.
De Turkse consul op Rhodos weet echter 42 Joden te redden door hen op te eisen als Turkse onderdanen. Een kleine minderheid van deze groep is inderdaad Turks. Anderen begrijpen zijn list en doen zich als Turk voor. De consul ontving voor deze daad in 1990 als eerste moslim en enige Turk een onderscheiding van Yad Vashem.
Sanne Terlouw won in 2000 de Libelle romanprijs met een van haar boeken. Dat geeft wel een aardige typering, ook van dit boek: prettig leesbaar, interessant, maar niet te diepgaand.




