Nieuws
Print artikelStuur artikel doorVoeg toe aan knipsel

Allergisch voor metalen in de mond

25-10-2005 14:26| gewijzigd 25-10-2005 14:30 | W. van Hengel

Metalen in het menselijk lichaam kunnen een allergie veroorzaken. Zo is 10 tot 15 procent van de vrouwen overgevoelig voor nikkel, een bestanddeel van roestvast staal. Nikkel is soms ook terug te vinden in kronen en bruggen, stents voor vernauwde kransslagaders, kunstknieën en -heupen en in metalen clips op lekkende bloedvaten. „Hier ligt een terrein braak waar we nog weinig van weten.”

Prof. dr. Albert J. Feilzer, hoogleraar tandheelkundige materiaalwetenschappen verbonden aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), doet sinds 2,5 jaar onderzoek naar metaalallergie. Hij heeft zich in de materie verdiept naar aanleiding van vragen van collega-tandartsen. Zij zien in hun spreekkamer een groeiend aantal patiënten dat zijn ziekte of klacht in verband brengt met bijvoorbeeld kwik dat vrijkomt uit een amalgaamvulling. De patiënten vragen hun tandarts vervolgens „alles eruit te halen.” Zo’n verzoek stoelt niet zelden op een diagnose van een alternatieve genezer. Ook gebeurt het geregeld dat patiënten de tandartspraktijk binnenstappen met een stapel printjes van websites waarop hun problemen uit de doeken worden gedaan.

Allemaal onzin? Feilzer zal dat na 2,5 jaar onderzoek niet zeggen. Van de patiënten die tandartsen of huisartsen doorsturen naar het ACTA is een op de vijf overgevoelig voor kwik, „overigens niet zo ernstig dat we er wat aan moeten doen.” Een op de tien van de naar ons verwezen patiënten blijkt overgevoelig voor goud, een op de vier voor nikkel. Daar staat tegenover dat eveneens bij een op de vijf geen enkele overgevoeligheid voor metalen die in hun tandvullingen zijn toegepast, is te vinden.”

De cijfers vormen de eerste resultaten van het onderzoek van Feilzer onder 140 patiënten. „Het is goed daarbij te bedenken dat de mensen die wij zien, geen doorsnee patiënten zijn. Ze vormen een geselecteerde groep. Onder de bevolking liggen die percentages veel en veel lager.”

Waarmee Feilzer niet wil zeggen dat het allemaal wel meevalt. Daarvoor heeft hij inmiddels te veel patiënten met ernstige problemen gezien ten gevolge van een metaalallergie.

Een voorbeeld is het mondbranden, ook wel aangeduid als het ”burning mouth syndrome”. „Patiënten hebben dan het gevoel of ze een te hete drank hebben gedronken. Soms hebben ze ook een te droge mond of proeven ze een metaalsmaak. Veel weten we nog niet. Metaalallergie is wetenschappelijk gezien nog een braakliggend gebied dat vraagt om verder onderzoek.”

Kroon
Andere voorbeelden schudt de Amsterdamse tandarts-onderzoeker moeiteloos uit zijn mouw. In 2003 deed hij onderzoek bij een patiënt die in 1978 een goudkleurige kroon in haar mond kreeg geplaatst. Kort daarna ontstond er huiduitslag. Er volgde een bezoek aan de dermatoloog-allergoloog. Een huidtest wees uit dat ze extreem allergisch was voor nikkel. Ze droeg echter geen sieraden of oorbellen met een legering waarin ook nikkel zit.

Feilzer: „Er is nooit een bron gevonden totdat ze 25 jaar later door haar allergoloog naar mij werd verwezen. Een slijpmonster van het materiaal van de kroon toonde aan dat er vrij veel nikkel in zat. Nadat de kroon verwijderd was, verdwenen haar klachten in een periode van twee maanden.”

Een nikkelallergie kan niet alleen resulteren in huiduitslag, maar mogelijk ook in een hogere doorlaatbaarheid van bloedvaten. Feilzer toont een afbeelding uit een oud promotieonderzoek van een patiënte met zwarte vlekken op haar benen die verdwijnen nadat ze haar nikkelhoudende gebitsprothese niet meer draagt.

Een ander voorbeeld betreft een patiënt van wie het gebit wordt voorzien van „een heel goede brug met een hoog goudgehalte.” Er volgt echter een galvanische reactie met andere, minder edele metalen die al in de mond zijn aangebracht. Via het speeksel ontstaat dan een elektrisch stroompje tussen twee of meer metalen. „Die patiënt kreeg daardoor last van een metaalsmaak in de mond.”

Er kan ook corrosie optreden. In dat geval reageren verschillende soorten metalen op elkaar waardoor ze in verhoogde mate vrijkomen uit het materiaal. „In Zwitserland is relatief veel onderzoek gedaan naar dit soort verschijnselen. Daaruit komt onder andere naar voren dat metalen niet alleen in het naburige tandvlees zijn terug te vinden, maar ook elders in het lichaam en in de urine.”

Opmerkelijk noemt Feilzer ook de patiënt met een goudallergie van wie deze zomer gewag werd gemaakt in de British Journal of Dermatology. Deze patiënt kreeg na het plaatsen van een gouden kroon afwijkingen aan de vingernagels. De klachten verdwenen nadat de kroon was verwijderd.

Er zijn niet alleen allergische effecten op afstand mogelijk, ook in de mond zelf kunnen metalen leiden tot een overgevoeligheidsreactie van bijvoorbeeld het tandvlees of het gehemelte. Feilzer laat een foto zien van een patiënt met een metalen gehemelteplaat waaraan voortanden zijn bevestigd. Het slijmvlies van het gehemelte is roodgekleurd ten gevolge van een contactallergie voor chroom en kobalt, twee metalen die in het plaatje zijn verwerkt.

Taboe
De Amsterdamse tandarts-onderzoeker signaleert een groeiend besef dat metalen in het lichaam bij sommige mensen ongewenste bijwerkingen kunnen hebben. Niet alleen metalen toegepast in tandheelkundige bruggen en kronen, maar ook in kunstknieën en -heupen, stents in kransslagaderen, roestvast stalen hechtmateriaal bij borstkasoperaties en metalen clips op bloedvaten kunnen allergische reacties veroorzaken.

„Er zijn wetenschappelijke publicaties verschenen waarin de onderzoekers suggereren dat de kans op het opnieuw dichtslibben van de kransslagaders groter is als je allergisch bent voor metalen stents. De Amerikaanse FDA heeft recent voor dit risico gewaarschuwd. Hetzelfde geldt voor roestvast stalen aneurysmaclips in de hersenen. Die kunnen bij sommige patiënten bijwerkingen hebben. Het vreemde is echter dat in de tandheelkunde en de geneeskunde nog altijd geldt dat materialen als amalgaam en goud veilig zijn. Wie oppert dat sommige mensen er ziek van kunnen worden, spoort niet. Er ligt een taboe op.”

Toch distantieert Feilzer zich nadrukkelijk van alternatieve genezers en biologische tandartsen die op grond van acupunctuurmetingen of andere onduidelijke diagnostiek patiënten adviseren al hun vullingen te laten verwijderen. „Voor mij is dat kwakzalverij. Voor zo’n ingrijpende stap moet de diagnose voldoende hard zijn.”

Op websites van alternatieve genezers staan rijen ernstige ziektes die mensen kunnen krijgen van zware metalen, zoals kwik dat vrijkomt uit amalgaamvullingen. Het gaat dan om aandoeningen als multiple sclerose (MS), chronische maagdarmproblemen waaronder de ziekte van Crohn en colitis, reuma en andere ziekten waarbij het afweersysteem zich tegen het eigen lichaam keert, chronische vermoeidheid, hartritmestoornissen, dementie, depressiviteit en de schimmelinfectie candida.

Feilzer noemt de kans klein dat er een verband is tussen ziekten of klachten door zware metalen die vrijkomen uit gebitsrestauraties of medische implantaten elders in het lichaam. „Deze concentraties lijken te gering om toxische reacties te veroorzaken. Voor een allergische reactie is echter maar een uiterst kleine hoeveelheid van een stof nodig. Een splintertje van een pinda, een snuifje stuifmeel of een klein beetje wespengif kan al voldoende zijn voor daarvoor overgevoelige mensen. Dat geldt ook voor metalen.”

Prof. dr. Vera Stejskal, voorheen als immunologe onder meer werkzaam bij Astra, een bedrijf dat tandheelkundige materialen en medische hulpmiddelen vervaardigt, en verbonden aan de universiteit van Stockholm, gaat een stap verder. Zij is ervan overtuigd dat er een verband bestaat tussen MS en blootstelling aan zware metalen als kwik.

Feilzer sluit zo’n verband niet uit, maar tekent erbij aan dat het net zo goed kan zijn dat mensen met MS gevoeliger zijn voor bepaalde metalen. „Dan is het gewoon een symptoom van MS en niet andersom.” Hij had dit graag willen onderzoeken. Een aanvraag voor subsidie bij de Stichting MS Research werd echter niet gehonoreerd. De stichting vond zo’n studie onvoldoende relevant.

Feilzer: „Er is helaas nog weinig gedegen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het vóórkomen en de gevolgen van metaalallergie. Eigenlijk is er sprake van een grote zwarte doos. Verder onderzoek is daarom zeker op zijn plaats.”

Mix van metalen
Tandheelkundige legeringen die worden gebruikt voor kronen, bruggen en dergelijke kunnen bestaan uit een lange lijst van metalen: goud, platina, zilver, palladium, iridium, zink, tin, titanium, chroom, nikkel, cadmium, kwik, vanadium, koper enzovoorts.

Prof. dr. A. J. Feilzer waarschuwt tegen goedkope kronen, bruggen en dergelijke, die mensen kunnen laten installeren in landen als Turkije en tegen tandheelkundige laboratoria in Nederland die in lagelonenlanden in Azië hun bestellingen doen. „Er wordt daar vrijwel uitsluitend gewerkt met goedkope nikkel-chroom en chroom-kobaltlegeringen.”

Nikkel mag volgens de Warenwet tegenwoordig geen bestanddeel meer zijn van oorbellen, armbanden, kettingen, drukknopen en piercings. Toch zit het -vreemd genoeg- nog wel volop in medische hulpmiddelen en orthodontische materialen. Dit komt doordat hierop andere wetgeving van toepassing is, namelijk de Wet op de medische hulpmiddelen.

Patiënten doen er volgens Feilzer goed aan hun tandarts te vragen in hun dossier vast te leggen welke metalen in hun kroon, brug, vulling en dergelijke zijn verwerkt. Mocht er later onverhoopt een allergie ontstaan, dan is tenminste bekend welke metalen de mond bevat. Tandartsen op hun beurt zouden bij hun patiënten moeten informeren of ze overgevoelig zijn voor bepaalde metalen.

Selenium bindt giftig kwik uit amalgaam

Het mineraal selenium bindt kwik. Kwik is een zeer giftige stof. Het komt in geringe hoeveelheden vrij uit amalgaamvullingen en ook wel via de voeding en luchtvervuiling. Amalgaam bestaat uit een legering van vijf metalen: kwik (ongeveer 50 procent), zilver (circa 35 procent), koper, tin en zink (samen rond de 15 procent).

Uit onder meer een BBC-documentaire waaraan diverse onderzoekers meewerkten, bleek in 1994 dat 40 procent van het kwik uit amalgaam na tien jaar is weggelekt. In onderzoek met radioactief gelabeld kwik in dieren is aangetoond dat het in alle organen is terug te vinden. Hersenen en nieren spannen de kroon.

Selenium zit in de bodem en daardoor ook in de voeding (onder andere in granen), maar de inname is laag. „Mensen met amalgaamvullingen kunnen overwegen extra selenium te slikken. Kies in dat geval een multivitaminepreparaat met natrium-seleniet, de vorm die het meest geschikt wordt geacht zware metalen te binden”, aldus dr. G. Schuitemaker, orthomoleculair apotheker en directeur van het Ortho Instituut in Gendringen.

Zelf heeft hij overigens al zijn amalgaamvullingen laten vervangen door witte kunstharsvullingen (composiet/glasionomeer/compomeer). Ook bij het verwijderen van amalgaamvullingen is het volgens Schuitemaker nuttig enige tijd extra selenium te slikken omdat tijdens het verwijderen van amalgaam de blootstelling aan kwik hoger is.

De Stichting Amalgaamvrij Nederland adviseert mensen met amalgaamvullingen deze te laten verwijderen. Voor wie daar (nog) van afziet, geven zij een aantal leefregels om het extra vrijkomen van kwik tegen te gaan, zoals het niet nuttigen van zure en hete dranken of spijzen, geen kauwgom kauwen en geen fluortandpasta gebruiken omdat dit extra corrosie veroorzaakt.

De discussie over amalgaam en de gevolgen daarvan voor de gezondheid is de laatste jaren geluwd, al staan de meningen van enerzijds de Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Biologische Tandheelkunde (NVBT) en de Stichting Amalgaamvrij Nederland en anderzijds de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) nog steeds tegenover elkaar.

Prof. dr. A. J. Feilzer stelt vast dat amalgaam zijn langste tijd heeft gehad als vulmateriaal. Echter niet omdat het zo gevaarlijk als vulmateriaal zou zijn, maar omdat de grijze kleur niet esthetisch is, en omdat de milieuwetgeving de toepassing ervan steeds kostbaarder maakt. Wat niet wegneemt dat veel mensen nog amalgaamvullingen in hun mond hebben en dat het materiaal nog steeds door tandartsen wordt gebruikt.

Feilzer is het oneens met adviezen om goed functionerende amalgaamvullingen te laten vervangen, tenzij zorgvuldig onderzoek heeft aangetoond dat mensen inderdaad overgevoelig zijn voor dit materiaal. „Een advies om selenium of andere stoffen te slikken, dient op specifiek advies van een arts of tandarts te zijn gebaseerd en alleen als daar een goede indicatie voor is. Als die er niet is, heeft het geen zin.”

Meer informatie: www.nvbt.nl (zoekterm amalgaam); www.tandartsennet.nl (zoekterm amalgaam); Stichting Amalgaamvrij Nederland (www.amalgaam-site.tmfweb.nl); www.xs4all.nl/%7Estgvisie/AMALGAM/NL/protocol.html.  

Discussie over diagnose
Er bestaat een bloedtest waarmee volgens de Zweedse immunologe dr. Vera Stejskal een allergie voor metalen als kwik, nikkel, goud en cadmium valt aan te tonen. Dat gebeurt met behulp van op kweek gezette witte bloedcellen (lymfocyten) van een patiënt. Aan de kweek worden verschillende oplossingen van metaalzouten toegevoegd in verschillende verdunningen.

De test is gebaseerd op het verschijnsel dat witte bloedcellen die door eerder contact gevoelig zijn geworden voor metalen, bij hernieuwd contact gestimuleerd worden tot celdeling. De snelheid van de celdeling is meetbaar en wijst wellicht in de richting van een overgevoeligheid voor het betreffende metaal. De cellen hebben als het ware een geheugen voor het betreffende metaal ontwikkeld. Daar is ook de naam van de test van afgeleid: ”Memory lymphocyte immunostimulation assay”, oftewel Melisatest.

Prof. dr. R. A. P. Koene, emeritus hoogleraar nierziekten uit Nijmegen en bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, noemt de test in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) van 17 september 2005 volstrekt onbetrouwbaar. Hij wijst erop, dat de test desondanks in Europa wordt gepropageerd door een netwerk van acht commerciële instellingen.

Ook prof. dr. A. J. Feilzer, verbonden aan ACTA, en diverse buitenlandse universiteiten werken met de test. Feilzer is het oneens met Koene. „De in het NTvG door Koene gedane uitspraak dat de test vrijwel altijd zou uitwijzen dat er sprake is van een allergie voor kwik -als belangrijk bestanddeel van amalgaam- wordt door onze eerste onderzoeksresultaten niet onderschreven. Veel patiënten die naar ACTA worden doorgestuurd wegens een mogelijke metaalovergevoeligheid reageren negatief op de Melisatest. De Melisatest kan met name voor nikkel en chroom ook een positieve uitslag geven wanneer patiënten er niet meer gevoelig voor zijn.”

Voor een goede diagnostiek is het volgens Feilzer daarom belangrijk om te weten of de metalen waarop iemand reageert wel in de mond voorkomen. „Met de door ons ontwikkelde bemonsteringsmethode kom je erachter welke metalen in de mond zijn verwerkt. Je slijpt dan met een speciaal boortje een flinterdun laagje metaal van een kroon of brug.”

Daarnaast is er nog de huidtest. Deze wordt gedaan door een allergoloog-dermatoloog. „Slechts een combinatie van deze onderzoeksmethoden en een goed inzicht in de ziektegeschiedenis van de patiënt kan antwoord geven op de vraag of er sprake is van een metaalallergie of niet”, aldus Feilzer.

Zie ook: www.melisa.org.