Eerst iets over de mensvisie. Christenen gaan ervan uit dat de mens door God is geschapen en wordt geroepen tot verantwoordelijkheid. Door de zonde is de mens niet in staat Gods geboden te houden. Vandaar dat er zo veel mis gaat, ook in de opvoeding.
Ondanks alle gebrokenheid blijft een mens verantwoordelijk voor zijn daden. Grenzen overgaan is en blijft fout. De diagnose ADHD mag niet als excuus worden gebruikt: ouders en kind zijn aanspreekbaar op hun gedrag.
De vraagsteller betwijfelt of de diagnose ADHD terecht wordt gesteld en of het niet veel te veel schort aan de opvoeding.
Daarom nu iets over de diagnose. Deze wordt pas gesteld na goed onderzoek. Ouders worden bevraagd over de aard van het probleemgedrag en wanneer dit zich voordoet, over de opvoedstijl, de gezinssituatie en de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind. De diagnose ADHD komt pas aan de orde als andere verklaringen voor het afwijkende gedrag zijn uitgesloten.
De vraagsteller stelt dat de diagnose ADHD te gemakkelijk een pardon wordt voor slecht functionerende ouders: „Het zal wel ADHD zijn.”
Het is begrijpelijk dat deze gedachte bovenkomt. Kinderen die weinig structuur krijgen, worden druk. Daarnaast komen er veel prikkels op kinderen af waardoor ze actiever worden. Wat ouders vroeger in een heel jaar aan indrukken kregen, moeten kinderen soms al in een week verwerken.
De tijd waarin wij leven is hectisch. Meer dan ooit is een gezinssituatie nodig waar rust heerst, tijd voor elkaar is en waar de liefdesband tussen beide ouders en tussen ouders en kinderen wordt gevoeld.
Toch zijn er kinderen die opgroeien binnen optimale gezinsomstandigheden en die hyperactief en impulsief zijn en die zich slecht kunnen concentreren. Zoals in het vorige artikel staat, kunnen er factoren in het kind zijn die het opvoeden extra moeilijk maken.
Elk kind staat voor de opgave om een rem te zetten op zijn impulsen. Maar bij een kind met ADHD werkt het inhibitiesysteem, dat niet ter zake doende prikkels moet afremmen, minder goed. Dit komt vanwege een laag niveau van dopamine in de hersenen. Medicatie kan dit niveau omhoog brengen.
God heeft in Zijn wijsheid de mens ingenieus geschapen en normaliter grijpen allerlei processen wonderlijk op elkaar in.
Maar niet altijd. Een patiënt met een ernstige vorm van suikerziekte moet zichzelf insuline toedienen. Een patiënt met hartritmestoornissen gebruikt medicatie om te voorkomen dat het misgaat.
Reduceren we hiermee een mens tot een chemisch proces? Zeker niet. Zij gebruiken medicijnen omdat gedragsregels tekortschieten. Uiteraard moet een suikerpatiënt in zijn eetpatroon rekening houden met zijn aandoening. Datzelfde doet een hartpatiënt als hij te veel stress beleeft. Medicatie ontslaat patiënten niet van de verantwoordelijkheid zichzelf in te spannen voor hun gezondheid.
Ten slotte nog iets over de bijwerkingen van medicijnen. De vraagsteller schrijft dat grote groepen kinderen ernstige depressies ontwikkelen van Ritalin. Dit is een verkeerde gevolgtrekking. Een medicus kan bij ADHD diverse middelen voorschrijven. Die middelen hebben hun eigen werkingen en ook bijwerkingen.
Een arts zal beginnen met een lage dosering om te zien wat het effect van het middel is. Dat kan per kind verschillend zijn, vandaar dat het zorgvuldig moet gebeuren. Een mogelijk bijwerking kan depressiviteit zijn. Zodra dit zich voordoet, kan de arts zoeken naar een ander middel waarop het kind beter reageert.
De vraagsteller adviseert om de bijsluiter van Ritalin aandachtig te lezen en de letters ”bij” weg te strepen uit het woord ”bijwerking”. Zo komt hij tot de retorische vraag: „Wil je dat je kind aandoen?”
Misschien moet de vraagsteller eens overleggen met de apotheker om het verschil tussen de woorden ”werking” en ”bijwerking” duidelijk te krijgen. Het is echter onjuist om eigenmachtig in bijsluiters te gaan strepen.
De brief bevat de mooie suggestie om ADHD te definiëren als ”Alle Dagen Heel Duidelijk”. Die leefregel is heel belangrijk voor het omgaan met kinderen, zeker als er ADHD in het spel is.
Tips:
Verdiep uzelf in achtergrondinformatie over ADHD.
Zoek daarbij naar informatie van deskundigen om een evenwichtig beeld te vormen.
Denk erover na of u in het algemeen medicatie toelaatbaar vindt en maak het specifiek voor een stoornis.
Bedenk dat er meerdere soorten medicijnen zijn met elk verschillende werkingen en bijwerkingen.
Zorg voor structuur, rust en regelmaat in de opvoeding.
Neem tijd voor uw kind.
Houd vast dat elk mens zelf verantwoordelijk is voor zijn gedrag.
Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan psychologe drs. Sarina Brons. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.