Kerken en coffeeshops. Predikanten en dichters. Armoedzaaiers en yuppen. Wie in Amsterdam met De Wandelende Tak op stap gaat, ziet zaken waaraan hij normaal achteloos voorbijloopt en hoort boeiende verhalen over de stad en zijn bewoners. „Voor de refo’s onder u: daar op de hoek stond het geboortehuis van Kohlbrugge.”
Dertien personen verzamelen zich op deze ochtend tegen tien uur bij het Centraal Station in Amsterdam. Onder hen zijn vier senioren uit Friesland, drie dames uit Stolwijk en omgeving –„we hebben ons jaarlijkse dagje uit”– en een jong stel dat zich recent in de hoofdstad heeft gevestigd.
De groep gaat op stap met Krijn de Jong. Hij is een van de gedreven gidsen van De Wandelende Tak, een poot van Tot Heil des Volks. „Voordat we de stad in gaan, stel ik voor eerst te bídden voor de stad”, zegt De Jong. „In Frankrijk is bidden op straat sinds kort verboden, hier mag het nog. Laten we het doen zo lang het kan.” De deelnemers sluiten de ogen en vouwen de handen als de gids voorgaat in gebed.
Wandelend richting de Jordaan dist De Jong even later tal van wetenswaardigheden over Amsterdam –„de enige stad die meer fietsen dan inwoners telt”– op. Hij schakelt moeiteloos over van de architectuur van het Centraal Station naar de ruim 200 coffeeshops en vraagt aandacht voor de vaderlandse én de kerkgeschiedenis.
Aan het Singel bevinden zich vier zaken die softdrugs verkopen op een rij. De gids wijst op een opvallende geveltekst boven een ervan: ”God is myn Burg”. „Het is een pand uit de zeventiende eeuw. Mensen gingen in die tijd de Bijbel lezen en droegen dat uit”, zegt De Jong. Het grijpt hem altijd weer aan als hij ziet hoe mensenlevens door drugs worden verwoest.
Noorderkerk
Onderweg springt er regelmatig een kerktoren in het oog. De Jong beseft dat Amsterdam een bolwerk is van drugs en prostitutie, maar wijst ook graag op een andere kant. „In deze stad komen zondags op 350 plaatsen mensen samen om God te eren, in 70 verschillende talen.”
Een van de bedehuizen die op de route ligt, is de Noorderkerk. „U staat op historische grond”, zegt de gids op het aangrenzende plein. Hij doelt op de Februaristaking die hier in 1941 werd uitgeroepen. Over de kerk: „Eenvoudige lieden die zeer begerig waren om het Woord te horen, besloten in de zeventiende eeuw dit bedehuis te bouwen.”
De koster opent de deur van de Noorderkerk, waar op zondag een gemeente met een Gereformeerde Bondssignatuur samenkomt. Het Knipscheerorgel strooit zijn klanken uit over lege kerkbanken. De Jong: „Normaal zingen we hier tijdens een rondleiding een paar liederen, maar dat is nu lastig omdat er orgelles wordt gegeven.”
De gids wil de kerk echter niet zomaar verlaten. „We zijn geen toeristen, maar pelgrims. Mijn uitgangspunt is dat je óf bidt óf zingt als je in een kerk komt. Laten we daarom bidden voor de gemeente die hier samenkomt en voor de buurt waarin de kerk staat.”
Bewaarschool
De Jordaan, de wijk die de groep even later doorkruist, maakte in de afgelopen eeuwen een grote verandering door, vertelt De Jong. „Hier begon Jan de Liefde –een predikant uit de kringen van het Reveil die onder meer het kindergebedje ”Ik ga slapen, ik ben moe” schreef– in 1849 met het werk van Tot Heil des Volks. „Het was in die tijd een riool, een moord- en brandbuurt waar mensen liever niet kwamen. Jan de Liefde ging juist daar naartoe.”
De Jong vertelt hoe de predikant mensen opzocht met onder zijn ene arm een Bijbel en onder zijn andere arm een brood, „want een mens heeft een ziel en een lichaam. Hij werd gedreven door liefde. Daarmee bereik je mensen. Als ik vroeger sollicitatiegesprekken voerde bij Tot Heil des Volks, zei ik altijd: Als je niet van de mensen hier houdt, bemoei je dan niet met hen, want ze hebben al problemen genoeg.”
Het gevelopschrift ”Bewaarschool” op een pand aan de Willemsstraat herinnert aan het onderwijs dat Tot Heil des Volks hier jarenlang gaf aan „haveloze kinderen”, bij een open Bijbel. „Na de Tweede Wereldoorlog nam het kindertal in deze buurt sterk af. De binnenstad werd eerst overspoeld door hippies. Nu is de Jordaan een buurt met veel tweeverdieners.”
Vanwege veranderende omstandigheden verlegde Tot Heil des Volks meer dan eens zijn aandachtsgebied. Nu komen in de vroegere Bewaarschool drie dagen per week dak- en thuislozen voor een maaltijd bij De Tweede Mijl. Ook Different en Chap, instanties die zich bezighouden met hulpverlening bij seksuele problemen en prostitueebezoek, zijn in het pand gevestigd.
Onder de koffie vertelt De Jong iets over deze onderdelen van Tot Heil des Volks en gaat hij in op vragen van de wandelaars. Beroepshalve heeft hij zich verdiept in de achtergronden van pornoverslaving. „Ik ben geschokt door de vunzigheid die op internet te vinden is en die geen grenzen kent. En ik ben er ook van geschrokken dat ik daar zelf gevoelig voor ben. Je bent een gezonde man, zeggen we dan. Nee, je bent een zóndige man. We moeten onszelf, zoals Jakobus schrijft, onbesmet bewaren van de wereld. Dat hoort evenzeer bij de zuivere en onbevlekte godsdienst zoals het bezoeken van weduwen en wezen in hun verdrukking.”
Blinde Bennie
De route naar de Barndesteeg, waar een van de jeugdhotels van Tot Heil des Volks is gevestigd, voert onder meer langs het Tulpenmuseum aan de Prinsengracht. In de kelder onder een tulpenwinkel vertelt de eigenaar dat de tulp afkomstig is uit het noordelijke Himalayagebied in landen als Kazachstan en Oezbekistan. In het begin van de gouden eeuw werden in Nederland de eerste tulpenbollen geplant in de tuin van de universiteit van Leiden.
Tijdens de verdere tocht staat De Jong opnieuw garant voor het doorgeven van talloze feiten en verhalen. Over de Nieuwe Kerk bijvoorbeeld, waar hij de groep meeneemt naar de wezengalerij. En over Willem Bilderdijk, bij wiens geboortehuis hij diens gedicht ”Afscheid” voordraagt.
Vlak bij de Dam –„dit is het hart van Nederland”– rammelt een gehandicapte straatmuzikant met een centenbak. De Jong klampt hem aan. „Dat is blinde Bennie”, zegt de gids even later. „Ik probeer zo nu en dan even een praatje met hem te maken en we wensen elkaar dan altijd Gods zegen.”
Het is al halftwee geweest als de groep bij de Shelter arriveert. In dit jeugdhotel van Tot Heil des Volks staat een broodmaaltijd klaar. Tegen het einde van de lunch, als de laatste bezoeker nog een eitje tikt of van een banaan geniet, vertelt manager Corné Platschorre over de contacten met gasten uit vele landen die hier overnachten. „Onze doelstelling is hun allemaal iets mee te geven over onze Heere Jezus.”
Aansluitend gaat maatschappelijk werker Lieneke van de Brink in op het werk van Het Scharlaken Koord onder prostituees. „We willen onder meer door middel van straatwerk aan hen laten zien dat achter een raam zitten niet het doel van hun leven kan zijn.”
Jodenbuurt
Het laatste deel van de rondleiding voert door de jodenbuurt, waar Sefardische en Asjkenazische Joden ooit elk hun eigen synagoges, scholen en weeshuizen hadden. De Jong: „In het verleden kwamen buitenlandse Joden naar Amsterdam omdat ze hier hun geloof konden belijden. Het is tragisch dat aan die eeuwenlange vrijheid, met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog, nu een einde lijkt te komen; denk aan het verbod op het koosjer slachten.”
Voordat de rondleiding om halfvijf bij de Dokwerker eindigt staat er nog een bezoek aan de Hollandse Schouwburg –„het Yad Vashem van Nederland”– op het programma. De Jong memoreert dat 104.000 Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog de dood vonden. „Hun familienamen zijn hier te vinden. Achter een naam gaan soms 130 personen schuil.”
De Jong pakt een briefje van een bezoeker uit de gedenkwand. Het wordt stil als hij de vier namen voorleest die erop staan, gevolgd door de tekst: „Ik denk dagelijks aan jullie. Neef Mordechai.”
De Wandelende Tak
Een kennismaking met de historie van Amsterdam en met het werk van Tot Heil des Volks. Dat is het doel van diverse wandeltochten die De Wandelende Tak, onderdeel van het Heil, in Amsterdam aanbiedt. Gidsen zijn Matthijs Hoogenboom en Krijn de Jong. Elke tocht (een dag of een dagdeel) biedt een combinatie van „ontmoeting, ontspanning en bezinning” en heeft een specifieke insteek, zoals de Projectwandeling (zie artikel op deze pagina), de Rembrandtwandeling en de Wandeling voormalige Joodse buurt. De organisatie breidde het aanbod recent uit met twee fietstochten: ”Boven het IJ” en ”Ouderkerk aan de Amstel”.
Lezersaanbieding
De Wandelende Tak biedt twee dagtochten aan speciaal voor abonnees van het Reformatorisch Dagblad. Beide wandeltochten beginnen om 10.00 uur bij Amsterdam CS en eindigen om 16.30 uur.
l23 november: Projectwandeling met presentaties van Different/Chap, Shelter, Scharlaken Koord en AHA (Amsterdammers Helpen Amsterdammers).
l7 december: Wandeling door Joods Amsterdam.
RD-abonnees betalen voor deze tochten geen 20 euro, maar 15 euro per persoon. Bij dit bedrag zijn koffie met een koek en een lunch in jeugdhotel de Shelter inbegrepen. Opgave (zolang er plaats is) via info@ontmoetamsterdamanders.nl en 020-3446310.