Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Haags Vadercentrum Adam geeft mannen duwtje in de rug

 Mannen met uiteenlopende nationaliteiten volgen een cursus naaien.
 1 van 3  

Mannen met uiteenlopende nationaliteiten volgen een cursus naaien.

Ze kunnen er terecht voor een kopje koffie en een praatje, maar ook voor een internetcursus, taalonderwijs of een debat over opvoeding. Vadercentrum Adam in Den Haag biedt mannen in achterstandssituaties tal van mogelijkheden om zich te ontwikkelen en hun maatschappelijke positie te versterken.

Twee Marokkaanse mannen begroeten elkaar met een stevige omhelzing. Ze zijn niet de enigen die op deze dinsdagavond naar Vadercentrum Adam in het Haagse Laakkwartier zijn gekomen. Na een verbouwing is het oudste vadercentrum in Nederland sinds vorige week weer vijf dagen per week geopend. De pas aangelegde vloer glimt. Boven de nieuwe bar bungelen vrolijke rode lampionnen. De piano blijft onaangeroerd.

Er heerst een gemoedelijke sfeer in het centrum. Her en der zijn mannen met elkaar in gesprek. Vier Marokkaanse buurtvaders doen in de ontmoetingsruimte een bordspel. Straks gaan ze de straat op om rondhangende jongeren in de buurt zo nodig aan te spreken op hun gedrag en zo de veiligheid in de wijk te bevorderen.

In de werkplaats zijn drie allochtonen en één autochtoon bezig met timmeren en lassen. Een aangrenzende ruimte biedt de mogelijkheid fietsen te repareren. Vrijwilliger Henk Verhage staat klaar om zo nodig de helpende hand te bieden. „Ik leer de mensen een hamer van een schroevendraaier te onderscheiden”, zegt hij lachend.

Hand en voet

Zeventien mannen met uiteenlopende nationaliteiten krijgen in een krap zaaltje Nederlandse les. Docent Wan Ramlal deelt stencils uit over ”Mijn lichaam”. De cursisten schrijven elk lichaamsdeel op en oefenen de juiste uitspraak. Dat blijkt niet altijd eenvoudig. ”Buik” en ”rug” klinken bij sommigen als ”bouk” en ”roeg”. De leraar corrigeert het vriendelijk.

Woorden zoals hand en voet lijken allebei te eindigen op een t. Ramlal leert zijn cursisten dat ze door het uitspreken van de meervoudsvorm ontdekken wat de laatste letter is. „Hand, handen. Dus hand schrijf je met een d. Voet, voeten. Dus voet eindigt op een t”, aldus de docent. Hij belicht met behulp van plaatjes ook diverse tegenstellingen: een open en een dichte mond, lang en kort haar.

Mohammed Latrach (54) vindt de les niet moeilijk. De geboren Marokkaan woont sinds 1982 in Nederland. In het begin volgde hij een periode taalles, maar door zijn werk kwam het er daarna lange tijd niet van. Op dit moment heeft hij geen baan. Hij benut de lessen in het vadercentrum om zijn kennis van het Nederlands bij te spijkeren.

Amjad Nazit (46) is afkomstig uit Pakistan en woont bijna 22 jaar in Nederland. Hij werkte onder meer als postbode en taxichauffeur en is nu op zoek naar een deeltijdbaan. Vanwege hartklachten en suikerziekte is twintig uur per week voor hem het maximum. De taalcursus volgt hij in aanvulling op lessen op een school in Den Haag. „Het is gezellig en we hebben hier een goede docent.”

Planten verzorgen

Elders in het pand is Arjen Brouwer (72) druk met het verzorgen van de planten. Vanaf de opening van het vadercentrum in 2000 komt de gepensioneerde stadsbuschauffeur er wekelijks een aantal keren over de vloer. „Bij de opening konden honderd mannen hier gratis komen eten. Ik heb dat samen met een kameraad gedaan. De volgende dag kwam ik terug om koffie te drinken. Van het een kwam het ander. Ik heb hier bijvoorbeeld cursussen voor internetgebruik en tiffany gevolgd.”

Al snel werd Brouwer gevraagd hand-en-spandiensten te verrichten. Inmiddels geeft hij al geruime tijd met plezier een cursus Engels. „Ik leer de mensen woorden aan de hand van eenvoudige verhalen. Die helpen hen allerlei begrippen te onthouden. De groep is divers, van een Afrikaan die bijna analfabeet is tot een Armeniër die een universitaire opleiding heeft gedaan. In de groep zitten ook twee Nederlanders. De opkomst is nogal wisselend. De meesten zijn niet zo trouw.”

Het concept van het vadercentrum spreekt Brouwer aan. „De mensen leren hier iets en zijn nuttig bezig.” De vrijwilliger vindt ook de samenwerking met andere organisaties positief. „In dit pand is ook een weggeefwinkel gevestigd, waar mensen gratis spullen zoals kleding en serviesgoed kunnen meenemen, tien dingen per keer. De medewerkers van de winkel eten bij ons. Als ze het erg druk hebben, assisteren wij hen.”

Naaiatelier

Een van de zaaltjes is omgebouwd tot naaiatelier. Drie mannen zijn met een machine in de weer. De Turkse kleermaker Faris Kulgu –centimeter om de nek, potlood achter het oor– werkt naast zijn vaste baan één avond per week als vrijwilliger in het vadercentrum. „Het is mooi dat mannen hier komen om iets te leren. Dat is beter dan in een koffiehuis zitten”, zegt de 53-jarige Kulgu.

Voor 50 cent kunnen bezoekers twee uur in het naaiatelier aan de slag, waarbij Kulgu hun de kneepjes van het vak leert. Mohammed Bettah (58) is vanavond voor het eerst van de partij. „Vroeger heb ik al eens een internetcursus gevolgd in het vadercentrum. Het leek me nu handig om ook te leren naaien. Als ik een broek koop, is die altijd te lang. Laat ik hem in de winkel inkorten, dan kost dat veel geld. Ik wil graag leren hoe ik dat zelf kan doen.”

>>haagsevaders.nl


„Vadercentrum geeft mannen duwtje in de rug”

Vadercentrum Adam heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de positieve ontwikkeling die het Haagse Laakkwartier de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. Daarvan is Bilal Sahin overtuigd. De gedreven coördinator werkt als enige betaalde kracht samen met meer dan zeventig vrijwilligers en stagiairs. De activiteiten van het centrum trekken bezoekers van ruim vijftig uiteenlopende nationaliteiten.

Het vadercentrum werd in september 2000 opgericht naar aanleiding van vragen vanuit de doelgroep, zegt Sahin. „In het verleden was er veel aandacht voor de emancipatie van allochtone vrouwen. Op den duur zeiden de mannen: Onze vrouwen zijn verder dan wij. Zij volgden allerlei cursussen, terwijl veel echtgenoten thuiszaten of niet verder kwamen dan het koffiehuis of de moskee.”

Een van de doelen van het vadercentrum is mannen vaardigheden aanleren die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Daarvoor kunnen ze cursussen volgen, onder meer op het gebied van internet, taal en timmeren. Bezoekers worden ook gestimuleerd hun verantwoordelijkheid in de opvoeding te nemen. Tijdens themadagen gaan ze met elkaar in gesprek over de omgang met hun kinderen, maar ook over onderwerpen zoals huiselijk geweld en eerwraak.

Dat vaders zich soms afzijdig houden bij de opvoeding beperkt zich niet tot bepaalde culturen, zegt Sahin. „Je ziet het bij groepen Turken en Marokkanen, maar net zo goed bij Nederlanders. Er zijn Nederlandse mannen die hard werken, maar thuis nauwelijks tijd doorbrengen met hun kinderen. Al die groepen willen we bereiken.”

Het centrum brengt niet alleen een bezinning op gang over de vaderrol, maar stimuleert mannen ook die daadwerkelijk vorm te geven. Op het programma staan diverse gezamenlijke activiteiten voor vaders en kinderen. Ook kunnen de mannen op locaties buiten het centrum samen met hun zonen judo- of zwemles krijgen.

De uiteenlopende culturele en godsdienstige achtergronden van de bezoekers leiden volgens Sahin –zelf een „afvallige moslim en humanist”– zelden tot problemen. „Als je je op de verschillen richt, valt een oorlog bijna niet te voorkomen. Wij kijken vooral naar de overeenkomsten en benaderen elkaar met de nodige humor. Dat laat zien dat we vertrouwd met elkaar zijn”, zegt hij.

Wat heeft meer dan tien jaar vadercentrum opgeleverd? Sahin: „Dat vroeg minister Donner ook toen hij ons twee maanden geleden bezocht. Mijn antwoord was: Stadsdeel Laak heeft zich mede door dit centrum positief ontwikkeld. We hebben bijna 5000 certificaten uitgereikt aan mannen die hier een cursus hebben gevolgd. Daarmee krijgen ze een duwtje in de rug. Wat ze hier leren, werkt door in hun gezinnen.”

Sahin wijst ook op de jongeren met een taakstraf die in het vadercentrum stage lopen. „Zij missen thuis vaak een rolmodel. Hier krijgen ze aandacht en zien ze wat een vaderrol inhoudt. Dat werkt hopelijk positief door in hun leven.”



Vadercentra

Bij de start in september 2000 was Vadercentrum Adam in Den Haag het eerste in zijn soort. Sinds 2009 ontstonden er dankzij een subsidieregeling van toenmalig minister Plasterk op steeds meer plaatsen in het land vergelijkbare initiatieven om de integratie en participatie van –met name allochtone– mannen in achterstandssituaties te bevorderen. Inmiddels zijn er achttien vadercentra, onder meer in Amsterdam, Utrecht en Amersfoort. Het jongste vadercentrum opende deze week in Rotterdam-Delfshaven de deuren.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek