Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Rekkof gaat na 100 jaar nieuwe generatie Fokkers bouwen

 De Fokker F-27 was een kaskraker voor de fabrikant.
 1 van 5  

De Fokker F-27 was een kaskraker voor de fabrikant.

Wereldwijd vlogen er medio 2011 nog zo’n 416 Fokkertoestellen rond. Dat waren er 125 minder dan een jaar eerder en 650 minder dan in 1996, toen de Fokkerfabriek failliet ging. Kan de nieuwe Fokker 100 NG dat tij nog keren?

Dagelijks maakt de Fokkervloot 3000 starts; jaarlijks vliegen er 48 miljoen reizigers met een Fokker. Hierbij gaat het om de verkeersvliegtuigen F-27 Friendship, F-28 Fellowship, F-50, F-70 en F-100 die van 1955 tot 1997 zijn gebouwd.

Sinds het faillissement van Fokker is machinebouwer Stork eigenaar van de typecertificaten van deze vliegtuigen en van de vliegtuignaam Fokker. Het concern kocht in 1996 de levensvatbare bedrijfsonderdelen van Fokker en reviseert en onderhoudt sindsdien de Fokkers. Volgens Stork vliegen er nog ruim 600 en die kunnen nog wel vijftien jaar mee.

Kort na het faillissement kwam investeerder Jaap Rosen Jacobson met een ambitieus plan voor een doorstart van de Fokkerproductie. Speciaal daartoe richtte hij Rekkof Aircraft NV op (Rekkof is de naam Fokker achterstevoren). Om de paar jaar haalde de zakenman met zijn idee het nieuws, maar steeds kreeg hij de contracten voor de bouw van nieuwe Fokkers niet rond.

Nu was Rosen Jacobson jarenlang eigenaar van het succesvolle VLM Airlines, een vliegtuigmaatschappij die met veertien Fokker 50’s vloog op routes tussen Antwerpen, Rotterdam en Londen City Airport. Eind 2007 verkocht hij de VLM aan Air France-KLM voor, naar verluidt, 230 miljoen euro.

Dat geld kwam initiatiefnemer Rosen Jacobson goed van pas om de Fokker 100 NG te gaan bouwen. NG staat hier voor ”nieuwe generatie”. De Fokker 100 NG kan echter alleen gebouwd worden als Stork ook meedoet.

Rekkof, gevestigd op Schiphol-Oost, is nu in een vergevorderd stadium met het afsluiten van contracten die het project in een stroomversnelling moeten brengen. Deze herstart komt dan op een historisch moment, want deze maand is het honderd jaar geleden dat Anthony Fokker zijn eerste vliegtuigfabriek oprichtte.

„Binnen enkele weken hopen we de handtekeningen te zetten voor de aanschaf van een Fokker 100 van Stork. Dat vliegtuig, met een capaciteit voor 109 passagiers, bouwen we om tot het prototype van de Fokker 100 NG. Daardoor kan het certificatieproces veel sneller verlopen dan wanneer we van de grond af aan beginnen. De bouw van dit prototype zal twee jaar duren. Drie jaar daarna kan het eerste productietoestel op de markt komen”, aldus directeur Maarten van Eeghen van Rekkof.

Zoals van een nieuw vliegtuig verwacht mag worden, zal het geluidsarmer en brandstofzuiniger zijn dan de concurrenten. Nieuwe motoren en winglets –opstaande vleugeluiteinden voor een betere aerodynamica– moeten daarvoor zorgen. Met andere vernieuwingen erbij wordt het toestel 16 procent zuiniger dan vergelijkbare vliegtuigen.

Om de ontwikkelingskosten te drukken, koopt Rekkof vrijwel alle onderdelen, van romp tot cockpitinstrumenten, bij fabrieken in binnen- en buitenland. In Nederland worden de toestellen vervolgens geassembleerd. Waar de assemblagelijn gevestigd zal worden, weet Van Eeghen nog niet. Het liefst gaat hij naar de luchthaven Twente, maar Lelystad en Woensdrecht zouden ook kunnen.

Rekkof wil van de 100 NG jaarlijks vijftig toestellen maken. Van Eeghen: „Dat is dan nog een bescheiden aantal, maar we denken met onze prijs toch de concurrentie met bijvoorbeeld het vergelijkbare Braziliaanse Embraer aan te kunnen.”


Honderd jaar Fokkervliegtuigen

Nadat Anthony Fokker (1890-1939) in Duitsland zijn vliegbrevet had behaald, ging hij daar in de leer als vliegtuigconstructeur. Op 22 februari 1912 richtte hij bij Berlijn zijn eerste vliegtuigfabriek op onder de naam Fokker Aviatik.

Na enkele moeilijke jaren stroomden de orders van de Duitse regering direct aan het begin van de Eerste Wereldoorlog bij honderden bij Fokker binnen. Anthony had met Reinhold Platz een uiterst getalenteerde constructeur in dienst, waardoor er heel wat uitstekende jachtvliegtuigen van de Fokkerband rolden die de geallieerden grote last bezorgden.

In de periode 1914-1918 werden er ruim 7300 Fokkertoestellen gebouwd. Anthony kreeg het in 1919 voor elkaar om ruim 220 vliegtuigen en 400 motoren in 350 treinwagons naar Nederland te brengen. In dat jaar richtte hij in Amsterdam zijn tweede fabriek op.

Tijdens het interbellum maakte de Fokkerfabriek furore met de ontwikkeling van houten verkeersvliegtuigen. Vanaf 1933 ging Anthony echter niet op tijd mee in de ontwikkeling van metalen vliegtuigen en verloor hij snel terrein. Anthony overleed in 1939 in New York.


Van kaskraker tot faillissement

Direct na de Tweede Wereldoorlog kon het Fokkerbedrijf met moeite blijven bestaan door vliegtuigen voor andere fabrieken in licentie te bouwen. In 1948 kwam Fokker met het lesvliegtuig S-11 weer met een eigen ontwerp.

Met de ontwikkeling van de F-27 Friendship kreeg Fokker vanaf 1958 een kaskraker in handen. Dit turbopropvliegtuig voor 44 passagiers werd ontworpen onder leiding van hoofdconstructeur ir. H. C. van Meerten. In totaal werden er 786 F-27’s gebouwd, waarvan 206 in licentie in Amerika. Thans zijn er van deze tweemotorige hoogdekker nog zo’n dertig in gebruik.

In 1969 ging Fokker samenwerken met de Vereinigte Flugtechnische Werke (VFW) in Duitsland. Na tien jaar werd de samenwerking beëindigd omdat VFW geïntegreerd werd in een ander Duits luchtvaartconglomeraat.

Fokker kon echter niet zelfstandig overleven en werd door de Nederlandse overheid, die sinds 1987 een belang van 49 procent in het bedrijf had, gedwongen een partner te zoeken. In 1993 nam Deutsche Aerospace (Dasa) een meerderheidsbelang in Fokker.

Nadat Fokker in 1995 met een negatief eigen vermogen werd geconfronteerd en noch de Nederlandse overheid, noch Dasa financiële injecties gaf, volgde in maart 1996 het faillissement.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek