Tortelduiven maken elkaar half januari al volop het hof, hazelaars lopen uit en hier en daar krokussen staan in bloei. Zijn ze niet een beetje te vroeg?
Dat blijkt inderdaad het geval: hele klimaatzones verschuiven. Planten en dieren benen dat niet bij, met allerlei problemen als gevolg.
De laatste twintig jaar lopen vlinders al 135 kilometer achter op hun leefgebieden die zijn verschoven als gevolg van klimaatverandering; vogels zelfs 212. Ze houden de klimaatverandering niet meer bij. Dit blijkt uit een recentelijk gepubliceerde studie van Europese wetenschappers in het tijdschrift Nature Climate Change.
Het vaststellen van de effecten van klimaatverandering op biodiversiteit is vaak een hele uitdaging, omdat goede gegevens over een lange reeks van jaren veelal ontbreken. Voor vlinders en vogels zijn deze er wel, dankzij de vrijwillige inzet van waarnemers in zeven verschillende landen, waaronder Nederland.
Zij hebben meer dan 1,5 miljoen uur gestoken in het verzamelen van de gegevens. En met succes. In hun artikel in Nature Climate Change laat een Europees onderzoeksteam zien dat de populaties vogels en vlinders de noordwaartse opschuiving van hun leefgebieden onder invloed van klimaatopwarming niet kunnen bijhouden.
Het onderzoek richtte zich op de verandering van de hele gemeenschap van vlinder- en vogelsoorten. In bijna alle Europese landen is het zo dat warmteminnende soorten, met een zuidelijke verspreiding binnen Europa (bijvoorbeeld kleine zilverreiger en koninginnenpage), een steeds groter aandeel van de lokale gemeenschap uitmaken, ten koste van koudeminnende, noordelijke soorten (bijvoorbeeld veenbesblauwtje en spotvogel).
Omdat de verschuiving tussen de soortgroepen verschilt, kunnen ook afhankelijkheden tussen soorten worden verstoord. Op het cruciale moment hebben rupsen bijvoorbeeld te weinig te eten en zijn er te weinig rupsen om de magen van jonge vogels te vullen. Omdat er veel ingewikkelde relaties tussen dieren en planten bestaan, is het onmogelijk te voorspellen waartoe de klimaatverandering leidt.
Door de stijgende temperaturen blijven ook kraanvogels hier steeds langer hangen in de herfst voordat ze naar het zuiden trekken. Door de relatief hoge herfsttemperaturen in Noord-Duitsland de voorbije jaren stelden zo’n 80.000 kraanvogels hun vertrek met bijna twee maanden uit. Milieu- en vogelbeschermingsorganisaties hebben rond het Duitse dorp Linum een toeristische attractie van de massaal aanwezige vogels gemaakt.
Tot verdriet van de boeren uit de regio. Jens Winter van veehouderij Rhinmilch: „Een kraanvogel eet 300 gram ingezaaide wintertarwe per dag; omgerekend eten 80.000 kraanvogels 24 ton per dag. Bovendien eten ze in de lente de eerste scheuten van het graan. Dat kun je toch bezwaarlijk ecologisch gebalanceerd noemen?”