Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Spreek met kind over ongelukkige jeugd

De opvoeding door mijn ouders is dusdanig slecht verlopen dat ik geen goede band met hen heb opgebouwd. Het liefst houd ik het contact daarom op een laag pitje.

Zelf probeer ik mijn kinderen anders op te voeden. Echter, mijn ouders zijn wel de grootouders van mijn kinderen. Die wil ik hun niet onthouden. Bovendien zijn ze tegen mijn kinderen milder dan vroeger tegen mij. De kinderen weten niet hoe ik mijn jeugd heb ervaren. Toch merken ze dat ik anders ben in het contact met mijn ouders. Doe ik er goed aan om hen er iets over te vertellen?

Een vraag met herkenbare dilemma’s. Het getuigt van zorgvuldigheid en wijsheid als ouders de relatie tussen hun kinderen en de grootouders niet willen verstoren. Dit ondanks de moeite die zij zelf hebben ervaren, en ondanks de boosheid en het verdriet die mogelijk nog een rol spelen.

Er is veel gebrokenheid in relaties. Opvoeden van onvolmaakte kinderen door zondige ouders met hun gebreken zal regelmatig schade veroorzaken. Daartegenover staat het feit dat kinderen vaak behoorlijk verzoeningsgezind zijn.

Pogingen om moeilijke kwesties uit het verleden uit te praten kunnen echter tot meer schade leiden. Als (groot)ouders te kwetsbaar zijn om toe te geven dat ze fouten hebben gemaak, blijft het moeizame verleden onbespreekbaar. Elke poging tot gesprek verslechtert dan de onderlinge verhoudingen. Dan is afstand houden en een spaarzaam contact nodig om toch niet geheel van elkaar te vervreemden.

Veelal is de opvoeding die mensen zelf hebben ontvangen de leerschool voor het opvoeden van de eigen kinderen. Als er in de ontvangen opvoeding fouten zijn geweest of als een van de ouders zich door de eigen jeugd beschadigd voelt, zal deze ouder het met de eigen kinderen heel anders willen doen.

Deze houding brengt een gevaar met zich mee. Deze ouder kan de andere kant opgaan en eenzijdig worden. Een ouder die zelf aandacht tekort is gekomen, loopt het gevaar om eigen kinderen te weinig te begrenzen in het vragen van aandacht. Een ouder die zijn schoolcarrière miste door een gebrek aan aansporing van zijn ouders, loopt het gevaar te hoge eisen te stellen aan de eigen kinderen.

Een echtgenoot kan helpen te relativeren en zorgen voor evenwicht. Ook gesprekken met een buitenstaander of hulpverlener kunnen helpen om het juiste zicht te krijgen op de eigen ervaringen.

Als er duidelijk sprake is van onrecht dat ouders hun kind(eren) hebben aangedaan, is het van belang te voorkomen dat dit patroon wordt gekopieerd naar de kleinkinderen.

Wanneer een grootouder zijn kind heeft mishandeld of misbruikt, hij of zij dat nooit heeft erkend en grootouder en kind zich hierover niet hebben verzoend, verdient het kleinkind bescherming. Misbruik en mishandeling stoppen in de regel niet vanzelf.

Een ouder doet er in dat geval goed aan de afweging te maken of ket kleinkind alleen kan worden gelaten bij opa of oma. In de praktijk is er echter niet altijd een heldere lijn te trekken tussen duidelijk onrecht en de beleving van onrecht.

De verhouding van ouders met kinderen is een heel andere dan de verhouding van grootouders met kleinkinderen. In de relatie tussen grootouder en kleinkind valt de rol van opvoeder grotendeels weg. In de huidige samenleving, waar grootouders vaak niet meer bij hun kinderen en kleinkinderen wonen, zijn grootouders zelden meer (mede)opvoeders.

Bij opvoeden behoren behalve aandacht en begrip ook correctie, bijsturing en begrenzing. Opvoeden is een ingewikkeld proces waarin de juiste dosering en de juiste afstemming op het kind van groot belang zijn. Dit kwetsbare proces kan misgaan.

Normaal spelen grootouders geen rol meer bij de opvoeding. Die kunnen zij aan hún kinderen overlaten. Dit maakt dat grootouders milder zijn voor kleinkinderen. Daarnaast relativeren veel grootouders de strengheid waarmee ze als ouders hun opvoeding gestalte gaven.

Bovendien is er maatschappelijk gezien een andere invulling van gezag gekomen. Twee generaties geleden stond opvoeding vaak in het kader van autoritair gezag. Nu is de norm meer dat er overleg tussen ouders en kind mogelijk is.

Vaak ontwikkelt een kleinkind dan ook een andere verhouding met de grootouder. Het kleinkind hoeft helemaal niet tegen dezelfde pijnlijke verhoudingen aan te lopen.

Dit meer positieve contact kan ook verzoenend werken voor de ouder die de pijn van de eigen jeugd ervaart. Die zal zich wel eens afvragen waarom dingen nu wel kunnen die vroeger niet konden, maar die zal ook blij met deze ontwikkeling zijn.

De relatie beschermen is terecht. Aan de andere kant kunnen kleinkinderen ervaren dat vader of moeder bij een bezoek aan of van de grootouders van houding verandert. Zij kunnen erover fantaseren hoe dat komt. En fantasie is nogal eens erger dan de werkelijkheid.

Daarom doen ouders er goed aan iets te vertellen over de eigen ervaringen. Echter wel samen met de boodschap dat zij van opa en oma mogen houden en dat het nu voor hen heel anders kan zijn. Het lijkt op de situatie van gescheiden ouders waarbij een moeder zegt: „Papa heeft mij verdriet gedaan. Maar dat hoeft hij jou niet te doen. Je mag van hem houden.”

Een kind moet oud genoeg zijn om deze tegenstrijdige gevoelens een plaats te kunnen geven. Als het nog onvoldoende zelfstandig kan nadenken en nog niet met enige nuance naar de grootouders kan kijken, is de tijd niet rijp om het kind te vertellen over de negatieve jeugdherinneringen van de ouder. Kinderen tot een jaar of 8 kunnen beter niet worden belast met de negatieve ervaringen van de ouder ten opzichte van de grootouder.


Tips

lPraat veel met andere ouders over opvoeden. Dat relativeert en houdt in evenwicht.

lGeef het kind ruimte om een eigen visie te ontwikkelen op de grootouder.

lBij mishandeling of misbruik door grootouders moet het kleinkind worden beschermd.

lZoek steun of hulp bij iemand die niet ongenuanceerd partij kiest tegen de grootouder.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan psychologe drs. Sarina Brons. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek