Rolf Panjer (46), hoofd behandeling in tbs-kliniek Oldenkotte in Rekken, is dagelijks betrokken bij beslissingen over het lot van tbs’ers. Daarbij gaat het om vragen of een patiënt met verlof mag of dat zijn behandeling eventueel met twee jaar verlengd moet worden. „Die verantwoordelijkheid drukt zwaar. Vooral als het gaat om de beslissing om iemand met verlof te sturen. Je kunt uiteindelijk nooit uitsluiten dat de patiënt op verlof een misstap begaat.”
Panjer ziet alle soorten en maten tbs’er langskomen. „Soms stuit ik op patiënten die niet behandeld lijken te kunnen worden. Dat vraagt creativiteit waarbij je via omwegen een behandeling vlot moet trekken. Er zijn patiënten die hun behandelaar als tegenstander zien. Het kan dan helpen om er bijvoorbeeld een advocaat of familielid tussen te zetten die kan helpen. Anderzijds zijn er gelukkig ook patiënten die meewerken omdat ze graag willen dat de oorzaak van hun delict eens tot op de bodem wordt uitgezocht.”
Het komt voor dat Panjer met de handen in het haar zit, omdat hij niet weet hoe het verder moet met een patiënt. „Er kan een problematiek spelen waar we niet uit komen. Mensen met zware psychoses bijvoorbeeld die niet zijn te stabiliseren.”
De psychotherapeut herinnert zich een tbs’er die nauwelijks te helpen was omdat zijn geest volledig verknipt was door ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden. „De patiënt was als baby al twee keer uit huis gehaald omdat zijn ouders hem verwaarloosden. Baby’s zijn volledig afhankelijk van hun moeder. Ze kunnen alleen nog maar huilen om duidelijk te maken dat ze het koud of honger hebben. De ouders geven als het goed is hun kind in die beginperiode een basaal gevoel van veiligheid. Dat heeft deze patiënt gemist. Voordat hij papa of mama kon zeggen, was hij al voor het leven beschadigd. Deze patiënt zit heel anders in elkaar dan veel andere mensen. Hij mist elke vorm van vertrouwen en zit vol achterdocht. Uit overlevingsdrang bedient hij zich van nietsontziende methoden om iets gedaan te krijgen.”
Vanuit zo’n achtergrond heeft Panjer begrip voor de dynamiek in het delict van een patiënt. „Tbs’ers zijn beschadigde, zieke en onmachtige mensen. Ik ontken niet dat er patiënten zijn die echt gevaarlijke dingen doen en een gevaar voor anderen en de maatschappij vormen. In de media en de politiek wordt echter van een tbs’er een karikatuur gemaakt alsof het een gevaarlijke gek is die elk moment opnieuw kan toeslaan. Onder uitbehandelde tbs’ers is nauwelijks recidive.”
Panjer hekelt het feit dat patiënten soms onnodig lang geen verlof krijgen toegekend. „Bij twijfel, hoe gering ook, gaat het verlof niet door. Door de extreme nadruk op veiligheid en het uitsluiten van incidenten duurt het voor sommige patiënten te lang voordat ze weer de eerste stappen in de maatschappij mogen doen.”
Dit is het achtste deel in een serie over tbs-kliniek Oldenkotte, haar medewerkers en patiënten.