Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Dr. Mortenson, apologeet van de zes dagen

 Hij noemt zichzelf een ”anglo-metho-baptist”. Dr. Terry Mortenson van het Amerikaanse studiecentrum AnswersInGenesis (AiG) draagt met verve het creationisme uit.

Hij noemt zichzelf een ”anglo-metho-baptist”. Dr. Terry Mortenson van het Amerikaanse studiecentrum AnswersInGenesis (AiG) draagt met verve het creationisme uit.

Hij noemt zichzelf een ”anglo-metho-baptist”. Dr. Terry Mortenson van het Amerikaanse studiecentrum AnswersInGenesis (AiG) draagt met verve het creationisme uit. Maar, zegt hij ook, „je hoeft niet in de ‘letterlijke’ zes scheppingsdagen te geloven om christen te zijn.”

Het gekakel en gebrul is er niet van de lucht. In het Creation Museum in Petersburg, Kentucky, wordt de rijkdom van de flora en fauna getoond. Het museum is in 2007 opgericht vanuit het studiecentrum AnswersInGenesis, waaraan dr. Terry Mortenson (1953) als onderzoeker is verbonden. „Believing it, Defending it, Proclaiming it”, meldt zijn visitekaartje. De wetenschapper is zojuist terug van een tiendaagse reis door de Verenigde Staten. Hij is er een veelvuldig gevraagd spreker en gevierd schrijver. In 2009 kruiste hij in deze krant de degens met dr. Gijsbert van den Brink over vragen van schepping en evolutie.

Zijn handbijbel vertoont felle kleuren van markeerstiften: blauw, oranje, rood, groen. „Mijn vorige Bijbel was een maatje kleiner, daar was nog meer in geschreven”, zegt Mortenson. „Kanttekeningen en noten en zo. Ik verloor hem toen ik als zendeling in Hongarije werkte. Ik ging naar een spreekbeurt, en liet mijn Bijbel in de bus liggen. Dat was een groot verlies.” Mortenson is lid van een onafhankelijke baptistische kerk van zo’n tachtig leden. Van de standaardnaamplaatjes wil hij niet weten. Ik ben anglo-metho-baptist, grapt hij, als men naar zijn denominatie vraagt. „Wat ik werkelijk wil zeggen is: ik ben een christen.”

Hij is echtgenoot en vader van acht kinderen. Groeide op in een luthers gezin, waar hij de Bijbelse verhalen hoorde. „Ik begreep toen niet werkelijk dat ik het persoonlijke vertrouwen in Christus nodig had. Tijdens mijn eerste jaar op de universiteit ben ik tot geloof gekomen. Dat gebeurde tijdens een gesprek met iemand van de organisatie Campus Crusade for Christ. Ik raakte als student bij deze organisatie betrokken, deed mee met Bijbelkringen, leerde met andere studenten over het geloof te praten.”

Hoe blikt u terug op uw bekering?

„Toen ik naar de universiteit ging was ik typisch een student. Ik deed mee met feestjes, ik dronk, experimenteerde met marihuana, je weet wel. Maar ik werd geen atheïst, ik geloofde nog wel in God. Alleen zag ik geen relevantie van Gods bestaan voor mijn eigen bestaan. Toen raakte ik in gesprek met iemand op de campus van wie het duidelijk was dat hij christen was. Ik merkte dat hij iets over het christendom wist wat ik niet wist. Hij had een ander soort geloof dan ik gewend was. Toen een staflid van Campus Crusade for Christ mij uitnodigde voor een studentengesprek over het geloof, stond ik daarvoor open. Het gebeurde gewoon in een café, met een glas cola erbij, dat ik mijn vertrouwen in Christus stelde. Een dramatische ervaring. Ik zie mezelf nog teruglopen naar mijn kamer die dag. Voor de eerste keer in mijn leven waren mijn zonden vergeven. Ik begon hongerig te worden naar het Woord.”

Welke Bijbeltekst heeft een bijzondere betekenis voor u?

„Omdat ik zo veel bezig ben met de waarheid van Genesis, heeft mijn tekst daar ook betrekking op. Het is Jesaja 66:2: „Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de Heere; maar op dezen zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.” Ik zie tegenwoordig gebeuren dat de meeste christenen beven voor de woorden van wetenschappers, meer dan voor het Woord van God. Daarom is dit een belangrijk vers voor mij. Ik wil het Woord van God eren in mijn leven, meer dan de woorden van wetenschappers of theologen.”

U bent ongetwijfeld in het gezin de geleerde echtgenoot en vader. Maar wat heeft u geleerd van uw vrouw en kinderen?

„Van hen heb ik geleerd is dat ik een zondaar ben. Je moet dat vaak belijden, als je dingen verkeerd hebt gedaan. Juist doordat je echtgenoot en vader bent, besef je goed dat je van God afhankelijk bent.

Mijn vrouw is een voorbeeld voor me. Ze bemoedigt me, ze is een gedisciplineerd en geordend persoon. In ons huwelijksleven hebben we in oude huizen gewoond. We houden van een stijl van zestig, zeventig jaar oud. Dat betekent wel dat ook de elektriciteit, het plafond en de vloeren zo oud zijn. Er moet altijd van alles worden gerepareerd. Dat vinden we leuk om te doen. Mijn vrouw vindt het fijn als dingen snel gebeuren. En ik vind het belangrijk dat ze goed gebeuren, ik ben een perfectionist. Daar hebben we soms discussie over. Als we op jouw snelheid gaan, wordt dit een project van twintig jaar, zegt ze dan. En ik zeg: Als we het op jouw manier doen, kunnen we straks opnieuw beginnen.”

En van de kinderen?

„Je moet leren hoe je je tot elk van hen verhoudt. Ik dank God dat ze allemaal gelovig zijn. Ze laten soms de inconsistenties in mijn leven zien. Of ze stellen vragen bij de manier waarop ik een Bijbelvers uitleg. Achteraf moet ik dan wel eens toegeven: Je hebt gelijk. Ander voorbeeld: Mijn zoon heeft een eigen bedrijf in grasmaaiers. Hij weet alles van die machines, ik niets. Dan leer je in korte tijd veel.”

U houdt lezingen op universiteiten, in kerken, op scholen, voor uiteenlopende groepen. Dat vraagt om verschillende benaderingswijzen. Hoe gaat dit in z’n werk?

„Ik was afgelopen week in Detroit, gaf daar vier lezingen aan een baptistisch seminarie. Verder gaf ik zes lezingen op diverse christelijke scholen, sprak ik in kerken, en op een seculiere universiteit voor een niet-christelijk publiek. Ik praat dus inderdaad voor uiteenlopende groepen. Als ik voor kinderen van twaalf praat, gebruik ik makkelijke voorbeelden. Praat ik voor studenten van een seminarie, dan kan ik meer theologische begrippen gebruiken. Begrippen die ik voor gewone kerkleden weer niet zou gebruiken. Voor een seculier publiek ben ik heel voorzichtig met religieuze taal. Ik realiseer me dat er studenten onder zitten die dat niet begrijpen.”

Wat leerde u van uw publiek?

„Soms stelt het publiek een vraag waarop ik het antwoord niet weet. Dat dwingt me tot nieuw onderzoek. Voordat ik naar Detroit ging, was ik in een kleinere plaats in Minnesota te gast op een seculiere universiteit. Op de voorste rij zat een atheïstische blogger die heel lelijke taal uitsloeg. Hij zat vooraan, hij twitterde de hele tijd op zijn iPad. Ik ben niet naar zijn blog gegaan om te kijken wat hij over mij schreef. Maar ik weet dat hij mij een leugenaar noemt. Met zo iemand kun je niet in gesprek. Maar over het algemeen probeer ik naar mensen te luisteren, los van hun wetenschappelijke of theologische niveau, omdat ik altijd van anderen kan leren.”

Hoe kijkt u terug op het debat in deze krant met dr. Gijsbert van den Brink?

„Het was een debat over heel wezenlijke vragen, niet over de kleur van de vloerbedekking in de kerk. Ik vond het leuk met Van den Brink kennis te maken. Wel denk ik dat hij deze kwestie onvoldoende heeft doordacht. Het debat liet duidelijk onze verschillende visies zien. Het videogesprek vond ik beter dan de schriftelijke discussie in de krant, omdat we tijdens de video iets meer tijd hadden om over de zaken te praten.”

Heel wezenlijke vragen, zegt u, en dat is zo, maar wezenlijker nog is het geloof in Christus.

„In het boek ”Coming to Grips with Genesis” heb ik duidelijk gemaakt dat Jezus geloofde in een schepping van zes dagen en in een wereldwijde zondvloed. Als gelovige kan ik geen andere opvatting van Genesis hebben dan Jezus had. Het is immers Zijn Woord. Genesis is fundamenteel voor het Evangelie. Jezus stierf voor het probleem dat in de hof van Eden ontstond. Als dat geen geschiedenis is maar mythologie, dan stierf Jezus voor een mythologisch probleem. Het gaat in deze kwestie om het gezag van Christus en van de Schrift. Ook Jezus’ apostelen Paulus en Petrus geloofden in een letterlijke val en een wereldwijde zondvloed. Als Paulus zijn leer van de kerk, van de zonde en de rechtvaardiging hierop bouwt, dan is het voor ons van hetzelfde belang.”

In de middeleeuwen dachten christenen anders over het zonnestelsel dan nu. Zou het zo ook kunnen gaan met de evolutieleer, nu je ziet dat ook christenen deze incorporeren in hun wereldbeeld?

„De Bijbel geeft geen uitgebreide informatie over de aard van het zonnestelsel en het heelal. Het is een vers hier, en een vers daar, bijvoorbeeld in de Psalmen. Over schepping en zondvloed hebben we complete, gedetailleerde hoofdstukken. Daarnaast zijn er de nieuwtestamentische gedeelten die hier weer op reflecteren. De Bijbel laat zich niet in dezelfde uitvoerige zin uit over de structuur van het zonnestelsel. Bovendien zijn de Bijbelse opvattingen daarover niet van fundamenteel belang voor het Evangelie, wat met de schepping en de zondvloed wel het geval is.”

Kierkegaard heeft eens gezegd dat Jezus geen hoogleraar was. Zo zou je ook kunnen stellen dat Hij geen moderne wetenschapper was. Wat kan dat betekenen voor Christus’ visie op de schepping?

„Dat betekent in elk geval niet dat Hij niet over letterlijke historische feiten zou hebben gesproken. Jezus sprak de taal van het gewone volk, maar Hij zei nooit een onwaarheid. Als Schepper van het heelal weet Hij wat elke professor weet, en heel wat meer dan welke wetenschapper ook. Als ik tegen kinderen zeg: Jezus is opgestaan uit de dood, is dat waar. Zeg ik hetzelfde tegen wetenschappers, dan is dat nog steeds waar, of ze nu veel of weinig van biologie afweten. Wel zou ik bij de wetenschappers proberen allerlei historische en theologische argumenten aan te voeren voor Zijn opstanding. Tegen kinderen zou ik alleen zeggen: De steen was weggerold, en het graf was leeg. Dat is alles wat ze kunnen begrijpen.”

In het christelijk geloof is de onderlinge ervaring van eenheid in Christus een belangrijk gegeven. Wordt dat lastig als je een heel verschillende visie op de schepping hebt?

„Ik zou niet lid kunnen zijn van een gemeente waar de dominee preekt dat we wel kunnen geloven in een evolutie van miljoenen jaren. Ik heb grote moeite met een voorganger die dit actief uitdraagt. Anders ligt dit voor mij bij gewone gemeenteleden, zij hebben geen primaire leertaak. Paulus leert dat we ons moeten afscheiden van mensen met dwalingen. Dat is een moeilijke kwestie. Je moet je altijd afvragen: Hoe serieus is de dwaling? Verbreek ik de broederband erdoor? Of gaat het om een dwaling die dat niet rechtvaardigt? Wat ook meespeelt is de intimiteit van de onderlinge band. Een gebedsgroep is iets anders dan een conferentie. Een pinkstergelovige en een niet-pinkstergelovige kunnen samen evangeliseren. Maar als je diepgaand verschilt in je visie op het werk van de Geest, is een gebedsgroep mogelijk al een brug te ver.”

Veel mensen koppelen de leer van de schepping gelijk aan een oordeel over andermans christen-zijn.

„Als een docent evolutionistische opvattingen huldigt op een seminarie, zal ik er alles aan doen dat hij vertrekt, want we hebben te streven naar een gezonde theologie. Maar dat betekent voor mij niet dat hij geen christen is. Hij is mogelijk gered, alleen kunnen we dwalingen niet tolereren. Wij zeggen hier bij AnswersInGenesis: Je hoeft niet in zes letterlijke dagen te geloven om een christen te zijn. Je moet geloven dat Jezus stierf voor je zonden. Ik ben er zeker van dat er theïstische evolutionisten in de hemel zijn. Mogelijk zal God tot hen zeggen: We moeten nog wel een aantal zaken uit je lezingen ophelderen. Maar dat zal ook voor mij gelden, als ik in de hemel kom. Nou Terry, je hebt dingen goed begrepen, maar ook sommige niet.”


Dr. Terry Mortenson

Terry Mortenson werd in 1953 geboren in Minnesota. Na zijn bekering in 1972, het eerste jaar van zijn universitaire studie, werkte hij tot 2001 in verschillende staffuncties voor de christelijke organisatie Campus Crusade for Christ. Voor de val van het IJzeren Gordijn, in de jaren tachtig, was hij tien jaar verantwoordelijk voor zendingswerk in Tjechoslowakije. Na enkele jaren in Engeland te hebben gewoond, was hij vijf jaar zendeling in Hongarije. Mortenson is gehuwd met Margie en heeft vijf dochters en drie zoons.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
 
Reacties
"Wij zeggen hier bij AnswersInGenesis: Je hoeft niet in zes letterlijke dagen te geloven om een christen te zijn. "
Je moet wel zeggen wat AnswersInGenesis wil, anders krjg je moeilijkheden. Dr Peter Ens van BioLogos, een organisatie die theistische evolutie propageert, was gevraagd om te spreken op een home-schooling conferentie. Ken Ham (de baas van AiG) maakte daar zoveel vervelend kabaal over dat de organisatie van de home-schooling conferentie besloot niets meer met Ken Ham of AiG van doen te willen hebben. AiG wilde duidelijk hun wil opleggen aan anderen.
G. de Jong | Utrecht | 4 mei 2011 - 10:10
 
Het antwoord op uw vraag staat in
De eerste brief aan de Korintiërs 13, 12

[12] Nu kijken wij nog in een spiegel, we zien raadselachtige dingen, maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals* ik zelf gekend ben.

Dat laatste, daar moet je eens over na denken. Groetjes
Hans van Buitenen | Breda | 25 apr 2011 - 16:32
 
Sympathiek interview, maar de laatste zin roept twijfels op. Moeten we wel de illusie koesteren dat er ooit dingen zullen zijn die we goed begrepen hebben? Of is schaduwenspel doorgaans het enige wat we hier op aarde te zien krijgen?
Jos | Den Haag | 23 apr 2011 - 09:42
 
Plaats een reactie
Naam
Woonplaats
E-mail
Bericht
 
Captcha
Verificatiecode

Hiermee wordt voorkomen dat via geautomatiseerde programma's reacties worden gemaakt en spam wordt verstuurd.

Door te reageren gaat u akkoord met de algemene voorwaarden.

 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek