Oranjes populair door afschaffing slavernij

Oranjes populair door afschaffing slavernij -  Prinses Máxima kreeg woensdag bij haar thuis in Wassenaar uit handen van prof. dr. G. Oostindie het eerste exemplaar van zijn boek over de Oranjes en de koloniën aangeboden. Foto’s ANP
 1 van 4  

Prinses Máxima kreeg woensdag bij haar thuis in Wassenaar uit handen van prof. dr. G. Oostindie het eerste exemplaar van zijn boek over de Oranjes en de koloniën aangeboden. Foto’s ANP

Als koningin Beatrix over veertien dagen naar de Antillen en Aruba afreist, wacht haar een warm onthaal. Dat is niet vanzelfsprekend, maar wie het deze week gepubliceerde boek ”De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën” leest, begrijpt waarom het toch zo is. De koningin is voor de Antillianen en Arubanen de belichaming van de goede kant van Nederland.

Prinses Máxima nam woensdagmiddag het eerste exemplaar van het boek in ontvangst. Dat de prinses daarvoor de auteur, prof. dr. Gert Oostindie, thuis ontving, heeft een reden. Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden en prinses Máxima is beschermvrouwe van het instituut. Maar wat belangrijker is: prinses Máxima was zelf een van de aanleidingen tot het schrijven van het boek, vertelt Oostindie. „Toen prinses Máxima voor het eerst naar de Antillen ging, is een aantal experts gevraagd haar daarop voor te bereiden. Ik heb toen een interessant gesprek met haar gehad.”

Een tweede aanleiding voor het boek vormde het wetenschappelijk congres dat vorig jaar ter gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Beatrix in Groningen is gehouden. „Ik zat in het organisatiecomité. Na afloop vond ik dat het thema over het koningshuis en de koloniën niet goed uit de verf was gekomen.”

Begin dit jaar dook Oostindie in de archieven op zoek naar meer informatie. „Binnen enkele weken vond ik zo veel over de Oranjes en de koloniën, dat ik al snel de conclusie trok: daar zit meer in. Zo is dit boek ontstaan.”

Bevrijder
De verhoudingen van de Oranjes met de „overzeese gebiedsdelen” zijn de afgelopen vier eeuwen nogal verschillend geweest. De stadhouders hadden er niet zo veel directe bemoeienis mee, al waren zij wel ’bevelhebbers’ van de Oost- en West-Indische compagnieën en deelden zij in de winst. De betrokkenheid van de koningen Willem I, II en III was groter, maar ernaartoe gaan deden zij niet. Zelfs koningin Wilhelmina reisde niet af naar de koloniën, ook al bezocht zij in de Tweede Wereldoorlog wel de Verenigde Staten. Koningin Juliana was de eerste vorstin die afreisde en bezoeken bracht. Onder koningin Beatrix werden die bezoeken nog frequenter.

Vooral de laatste vijftig jaar is er veel veranderd in de relatie met de koloniën. „Voor de oorlog stond het beleid toch vooral in het teken van onze macht, ons gezag en later, in de negentiende eeuw, kwam daar ook wel de ethische roeping bij: volksontwikkeling, zending, missie. Koningin Wilhelmina stond nog erg in die lijn. Met de komst van Juliana en Beatrix is er veel veranderd. Mijn burgers overzee, dat is sindsdien de lijn.”

De populariteit van de Oranjes steeg enorm in de West met de afschaffing van de slavernij in 1863. „De Oranjes hebben nooit echt iets gedaan aan de slavernij, actief noch passief. Dat onderwerp stond ver van hen af. Toen koning Willem III in 1863 echter zijn handtekening zette onder de wet die de slavernij beëindigde, was dat van grote symbolische betekenis. Er werd in Suriname en op Curaçao een beeld ingeprent: We hebben de bevrijding aan de koning te danken.”

Op allerlei manieren is daar door het Nederlandse bestuur en zendelingen op ingespeeld. „Heel bewust”, aldus Oostindie. In gedichten en liedjes -zogenaamde emancipatie- en koningsliederen- werd de dankbaarheid bezongen. Oostindie twijfelt er geen moment aan dat er een geplande actie achter zat: „Op dezelfde dag verschenen zowel in Suriname als op de Antillen dezelfde liederen, te zingen op de melodie van ”Wien Neêrlands bloed in d’aders vloeit”.”

Deze liederen werden aan de slaven geleerd in de periode voordat ze echt vrijkwamen. Surinaamse slaven zongen zodoende: „Des Konings naam zij hooggeacht!/ Den Koning dank gebragt!/ Komt, zingen wij tot prijs van Hem/ Met onverzwakte stem!/ Hij maakte ons, arme Negers! vrij/ van schande en slavernij/ God! Zegen Koning Willem Drie/ Voor zoveel gunstbewijs.” Het beeld van Willem III als de bevrijder leeft bij de oudere generatie Surinamers tot op de dag van vandaag.

Multicultureel
De koninklijke familie kan daarom veel enthousiasme verwachten van Surinamers en Antillianen. Om die reden is Oostindie in zijn boek niet gestopt bij de beschrijving van de relaties van de Oranjes met de koloniën, maar heeft hij de lijnen doorgetrokken naar de huidige multiculturele samenleving in Nederland, met een miljoen Nederlanders met een Indonesische, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. „Het verleden werkt door tot in het heden.”

”De parels en de kroon” is het eerste boek waarin de verhouding van de familie Van Oranje-Nassau met de West (Suriname en de Antillen) vergeleken wordt met die met de Oost (Nederlands-Indië). Oostindie ontdekte grote verschillen in die relaties. „De basis van die verschillen zit hem in de culturele achtergrond. De West is door Nederland, door Europa gemaakt. Een eeuw na de komst van Columbus was er geen indiaan meer te vinden. Er zijn nieuwe samenlevingen gesticht en de bewoners komen vrijwel allemaal van oorsprong uit Europa of Afrika. De Antillen en Aruba hebben qua taal, onderwijs en bestuur altijd een veel sterkere oriëntatie op Europa gehad dan Nederlands-Indië. Indië had en heeft altijd een eigen cultuur gehad. De invloed van Nederland was daar maar beperkt. Zo is de meerderheid van de bevolking in Indië altijd moslim gebleven.” Die verschillen vertalen zich volgens Oostindie door in de betrokkenheid bij het Oranjehuis.

In Nederlands-Indië was slechts een klein deel van de inwoners enthousiast over de Nederlandse koninklijke familie. „Het gaat vooral om de Indische Nederlanders (Indo’s) en de Molukkers. Die groepen waren beide overwegend christelijk en hadden veel contacten met het Nederlandse bestuur. De rest van de bevolking had niet zo veel met Nederland te maken. De lokale adel erkende het Nederlandse gezag, maar niet van harte. De lokale vorsten hadden weinig keus.”

Mede n.a.v. ”De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën”, door prof. dr. Gert Oostindie; uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2006; ISBN 90 234 2255 4; 188 blz. plus drie fotokaternen; € 19,90.

Agenda
Koningin Beatrix opent zaterdag in Den Haag de 25e Jantje Beton Sprankelplek. Deze speel- en ontmoetingsplaats is een cadeau van Jantje Beton voor de vorig jaar jubilerende koningin, die tevens 25 jaar beschermvrouwe is van de organisatie.

Bij de stallen van Paleis Het Loo in Apeldoorn presenteert zich zaterdag het Koninklijk Staldepartement met paarden en koetsen.

Prins Willem-Alexander en prinses Máxima beginnen maandag 23 oktober aan een officieel bezoek aan Australië. Het bezoek duurt tot en met 28 oktober en staat in het teken van de viering van 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Australië. Aansluitend reist het paar door naar Nieuw-Zeeland.

Donderdagavond 26 oktober is koningin Beatrix in Amsterdam aanwezig bij de speciale synagogedienst ter gelegenheid van 75 jaar Verbond van Liberaal-Religieuze Joden in Nederland.

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven houdt vrijdag 27 oktober in Den Haag als voorzitter van het Fonds Slachtofferhulp een toespraak op het symposium ”Zit heldenmoed ons in ’t bloed?” van het Carnegie Heldenfonds.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek