Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Nederland juicht, Nederland zingt, Nederland bidt en dankt”

 Wilhelmina met Juliana.
 1 van 4  

Wilhelmina met Juliana.

Nederland juicht. Het voortbestaan van het koningshuis heeft aan een zijden draad gehangen. De geboorte van prinses Juliana in 1909 geeft echter nieuwe hoop. Al blijft de zijden draad nog dertig jaar dun.
Juliana krijgt vier dochters. Daar gaat een halve eeuw aan vooraf waarin de vooruitzichten voor de Nederlandse monarchie somber zijn. Koning Willem III en zijn zoons zijn overleden. Daardoor komt prinses Wilhelmina al jong op de troon. Zij krijgt meer­malen een miskraam voordat op 30 april 1909 alsnog een troonopvolgster wordt geboren.

Op 22 december 1908 stapt premier Heemskerk plotseling de vergaderzaal van de Tweede Kamer binnen. „Door Hare Majesteit de koningin daartoe gemachtigd en met grote dankbaarheid” stelt hij de volksvertegenwoordigers ervan op de hoogte dat de vorstin in blijde verwachting is. De Kamer roept hoera en voorzitter Roëll verwoordt de „vreugdevolle aandoening.”

Dat gaat socialistenleider Troelstra te ver. Doodsbleek betreedt hij het spreekgestoelte om aan te kondigen dat hij geen reden tot vreugde ziet. „Bah!” roept zijn liberale collega Reyne hem toe, en dat woord wordt vele malen herhaald op de boze briefkaarten die Troelstra de volgende dagen krijgt.

De regering doet de kerken het verzoek „de koningin met het oog op haar blijde en ernstige verwachtingen te gedenken.” De vreugde is groot, ook omdat de Oranjedynastie zal voort­bestaan en de troon in de toekomst niet naar de ene of andere Duitse prins gaat.

Wachten

De baby komt later dan de dokters verwachten. Groningen juicht twee dagen te vroeg. Op 28 april hangt het Nieuwsblad van het Noorden een bulletin voor het raam met het blijde nieuws dat er een prinses is geboren. Prompt geeft het stadsbestuur de opdracht om de feestverlichting te ontsteken. Die moet echter weer uit: als er naar Den Haag wordt gebeld, blijkt er daar nog niets aan de hand te zijn. Er staat wel een menigte voor Paleis Noord­einde te wachten, maar het blijde nieuws blijft nog uit. In Rotterdam worden pamfletten verspreid die melding maken van de geboorte van een prins. Een mannelijke nazaat komt echter 58 jaar later pas.

„H. M. de Koningin heeft den nacht kalm doorgebracht, waarin H. M. ook van een vrij lange rustpoos genoot”, aldus een regeringsbulletin van 29 april. „In den vroegen ochtend van heden viel nog niet het uur aan te wijzen, waarop op dezen dag de zoo vurig gekoesterde wensch der natie in vervulling zou komen.” Dat uur komt ook niet. De natie moet nog tot de volgende dag wachten.

Belegen beschuit

Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg wordt om tien voor zeven in de ochtend van vrijdag 30 april geboren. Tot vreugde van de socialisten gebeurt dat niet op 1 mei, de Dag van de Arbeid.

Trompetters en herauten verspreiden het blijde nieuws. Nederland feest. In het Friese dorpje Oude Bildtzijl wordt de klok zo stevig geluid dat hij barst.

„Nederland juicht, Nederland zingt, Nederland bidt en dankt”, schrijft dag-blad De Nederlander, en dr. A. Kuyper parafraseert Jesaja 9:5: „Een koningskind is ons geboren, een prinses is ons gegeven, eens kan de heerschappij op haar schouders rusten en men noemt haar naam Oranje-Nassau.”

Tienduizend Haagse schoolkinderen krijgen beschuit met oranje muisjes. Die zijn al een paar dagen van tevoren gesmeerd, maar de chef van de gemeentelijke keuringsdienst van waren heeft de beschuiten op 29 april scheikundig onderzocht en ze toen „uitmuntend van smaak” bevonden.

Eerbewijs

Dat de baby Juliana wordt genoemd, ligt aan de geschiedenislessen die moeder Wilhelmina van oma Emma heeft gekregen. Daarin heeft ze gehoord over het roemruchte voor­geslacht, dat zo veel voor het vaderland heeft betekend. Wilhelmina’s vriendin ging in de Juliana van Stolberglaan wonen „en dit bracht mij aan het denken over deze voorzate”, schrijft Wilhelmina later. „Voor mijn geest zag ik weer al hetgeen de moeder van de Vader des Vaderlands voor de zaak des Vaderlands gedaan heeft.” Er is dan ook „geen ogenblik twijfel” of Juliana van Stolberg wordt vernoemd als de verwachte baby een meisje is. Een jongen zal Willem Lodewijk heten.

Het wordt Juliana. Ook de moeder en de beide grootmoeders zijn vernoemd, en de tweede naam herinnert aan Louise de Coligny, vrouw van Willem van Oranje.

Prins Hendrik maakt tijdens de kraamdagen een grapje. „Mijn dochter is nicht von Mai”, zegt hij tijdens een ontvangst op Paleis Noordeinde. Er valt een pijnlijke stilte. „Maar von April”, voegt hij eraan toe. De ontboezeming heeft zo veel succes, dat de kersverse vader die tijdens volgende ontvangsten herhaalt. Hij is zo trots dat hij de dienstdoende wacht een horloge cadeau doet omdat deze salueert als de koninklijke baby in een kinderwagen voorbij komt rijden.

De jonge moeder, eerder nogal eens koel en ontevreden, straalt van geluk. Later schrijft ze dat Juliana „een sterk en gezond kind” is, „de kleintjes van haar leeftijd geregeld een eindje voor in ontwikkeling en begripsvermogen.” Lula, zoals ze genoemd wordt, is de oogappel van haar ouders en haar grootmoeder.

Doopdienst

In de Haagse Willemskerk wordt prinses Juliana op 5 juni 1909 gedoopt door dr. J. H. Gerretsen. Hij vervangt de zieke hofprediker, dr. G. J. van der Flier. De dag verloopt niet vlekkeloos. Bij aankomst botst de koets van Wilhelmina tegen die van koningin Emma. De gehavende rijtuigen worden afgevoerd; na de dienst staan er twee andere gereed.

De ethisch-irenische predikant komt in botsing met een deel van het publiek, al komt het commentaar pas achteraf. Hij preekt over Lukas 7:15b, over de jongeling te Naïn: „En Hij gaf hem aan zijn moeder.” „Wij zijn hedenmiddag opgegaan naar het huis des gebeds om prinses Juliana te dopen, dat wil volgens het doopformulier zeggen: te begraven met Christus in Zijn dood, opdat zij, met Hem begraven, ook met Hem moge worden opgewekt tot een nieuw leven”, zegt ds. Gerretsen. Die uitleg valt niet bij alle hoorders in de smaak. Sommige rooms-katholieke genodigden weigeren zelfs iets in de collectezak te doen. Ook het lezen van het complete formulier, inclusief de passage over farao’s verdrinken in de Rode Zee, die vaak werd overgeslagen, wordt de predikant kwalijk genomen.

De preek rolt onder de titel ”Aan Hare Moeder gegeven” van de pers. Minister Idenburg noteert in zijn autobiografie: „Aan sommige kerkbezoekers gaf deze prediking aanleiding tot de critische vraag: wie spreekt nu bij een doop van een begrafenis?, daarmee verradend hoezeer de geestelijke beteekenis van den doop hun onbekend was.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek