Je zou opeens inzien te zijn geboren
om constant Hoogheid, Majesteit te horen.
Ze leek op mijn moeder, moeder op haar:
vaak naar de kapper, met tasjesgebaar.
Ik wil haar eren met een tochtje puur
door de bollenstreek, zonder zo raak guur
die westenwind. Kleuren rood, wit en blauw
de velden tulpen, hyacinten, en trouw
haar inzet vertolkt in een mozaïek,
de ereprijs voor vorm en kleurritmiek;
zo intiem haar warm sociaal gezicht,
zonder die zwaaiende handen gericht
op de massa die snel voorbij marcheert,
die roddelt, minacht en vurig vereert,
door mijn moeder bijvoorbeeld. En die was
lief, zocht geborgenheid, en wat ze las
ging meestal over de adel. Koningin
was ze van ons bloembollengezin in
de polder Anna Paulowna (vorstin
Anna kwam uit Rusland, was eenzaam,
soms zielsalleen)
Ze stond, keek voor het raam
richting paleistuin, op zoek naar de zin
van haar bestaan, zij, Emma, Wilhelmina;
een Wij, bij de gratie Gods: Juliana.
© Lenze L. Bouwers
Lenze L. Bouwers (1940) is dichter, jeugdboekenschrijver en was tot vorige week stadsdichter van Zwolle.