Feaver -toen nog mevrouw Roëll- en haar dochtertje Renée vergezelden de kroonprinses toen die in mei 1940 met haar dochtertjes Beatrix en Irene uitweek naar Engeland en daarna naar Canada. Jhr. ir. W. G. Roëll, particulier secretaris van prins Bernhard, bleef in Nederland. De Duitsers fusilleerden hem in 1942. „Dat bericht kreeg ik pas na een hele tijd. We wisten wel dat mijn man in de gevangenis in Scheveningen zat en dat de kans niet groot was dat hij het zou overleven. In die nare tijd was Juliana heel meelevend, heel begrijpend. Ze was gevoelig, echt hartelijk.”
Na de oorlog hertrouwde de weduwe Roëll met een Canadese diplomaat. Koningin Juliana heeft ze nog vaak ontmoet. „Door alles wat we hadden meegemaakt, hadden we een heel speciale band.”
De laatste jaren van haar leven was de voormalige vorstin verstandelijk niet helder meer. „Maar als we tijdens bezoeken aan Nederland op paleis Soestdijk gingen eten of theedrinken, kwam alles weer boven. We hebben tot het laatst van haar leven contact met haar gehouden, en daarna nog met prins Bernhard.”
Zelf is Martine Feaver nog helder. Alleen haar leeftijd weet ze even niet. „Hoe oud ben ik, Renée?” roept ze naar haar dochter, die bevriend bleef met koningin Beatrix. „O, ik word 93.”