Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Polikliniek neemt kindermishandeling onder de loep

 Van Duurling
 1 van 2  

Van Duurling

Jaarlijks worden zo’n 100.000 kinderen in Nederland slachtoffer van mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Slechts een deel van hen komt terecht bij de Forensische Polikliniek Kindermishandeling (FPKM) in Utrecht. „Ik kijk of het letsel past bij het relaas van de ouders of verzorgers van het kind.”

De wachtruimte van de polikliniek straalt rust uit. Lectuur in een wandrek, schilderijen aan de muur en in de hoek een kamer met speelgoed en knuffels. „De forensisch verpleegkundige stelt kinderen die hier met hun verzorgers komen in de speelkamer op hun gemak”, zegt Lonneke van Duurling, forensisch arts in de polikliniek. „We nemen de gesprekken op, want mogelijk laat het kind spelenderwijs al iets los over de eventuele mishandeling. Geluidsopnames kunnen als bewijs dienen als het tot een rechtszaak komt.”

Artsen van de Utrechtse polikliniek, in Nederland de enige in haar soort, onderzoeken letsel bij kinderen van 0 tot 18 jaar. Als er een vermoeden bestaat van kindermishandeling, moeten zij dat op wetenschappelijke wijze kunnen aantonen. De polikliniek is 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar voor hulpverleners die letsel bij een kind zien waarbij ze vraagtekens hebben. Vorig jaar behandelde de kliniek 272 zaken, van dossieronderzoek, letselonderzoek op de polikliniek tot consultvragen van artsen en politiemedewerkers.

De onderzoekskamer is de ruimte waar de arts het kind daadwerkelijk van top tot teen kan bekijken. Op de onderzoeksbank staan knuffels. Verder staat er apparatuur voor letselfotografie. De arts kan bovendien een microscoop gebruiken of bloed- en urineonderzoek doen. Als het nodig is kan de arts een colposcoop inzetten, een kostbaar apparaat voor uitwendig onderzoek van het genitaal gebied.

„Het is ontzettend belangrijk dat kinderen binnen 24 uur na een mogelijke mishandeling door ons gezien worden”, zegt Van Duurling. „Verwondingen bij kinderen genezen snel, ook bloeduitstortingen.” Volgens de forensisch kinderarts is haar taak slechts verzamelen van feiten en rapporteren aan behandelaars die een kind hebben doorverwezen of aan politie en justitie. „Ik kijk of het letsel past bij het relaas van de ouders of verzorgers van het kind.”

Van Duurling laat op haar iPad een foto zien van het onderlichaam van een vijfjarig meisje. Diverse blauwe plekken zijn duidelijk zichtbaar. „Ze was in het ziekenhuis beland met een gebroken been, omdat ze volgens de moeder van de trap was gevallen. De kinderarts onderzocht het slachtoffertje op eventueel ander letsel en kwam blauwe plekken tegen op de onderbuik en in het genitale gebied. Mede op basis van ons rapport, waarin stond dat het om opzettelijk toegebracht letsel moest gaan, bleek later dat een familielid het meisje had mishandeld.”

Ieder kind heeft volgens Van Duurling recht op een veilige leefomgeving. „Mishandelde kinderen vertellen doorgaans niet uit zichzelf over hun ervaringen. Ze zijn te jong, durven niets te zeggen of ze zijn uiterst loyaal aan ouders of verzorgers. Ze hebben tenslotte maar één vader en één moeder.”

Die loyaliteit aan familie gaat soms ver, weet Van Duurling. „Een paar weken terug hadden we een jongen op de poli die vertelde dat zijn broer hem een keer hard had geslagen. De verwondingen en bloeduitstortingen die wij ontdekten, waren ontstaan door een val tegen een meubelstuk, beweerde hij. Op basis van het wondenpatroon konden we vaststellen dat het verhaal niet klopte. Het ventje bleef echter ontkennen dat hij was geslagen. Mijn taak is niet om hem te verhoren. Dat laat ik aan justitie en politie over. Mijn bevindingen staan in het rapport, met foto’s van het letsel. Als er aangifte wordt gedaan, kan het tot een zaak en een eventuele veroordeling komen.”

Als Van Duurling kindermishandeling vermoedt, moet ze op basis van haar onderzoek heel zeker zijn van haar zaak. „Soms komen we er zelf niet uit. In dat geval kan ik een contra-expertise vragen bij de Amerikaanse Special Interest Group on Child Abuse (Sigca), een besloten onlineplatform waar specialisten elkaar helpen. In Amerika is ontzettend veel expertise als het gaat om kindermishandeling. Zo twijfelde ik eens over letsel aan de penis van een jongetje. Op basis van de beoordelingen van de wond door andere internationale artsen kon ik uitsluiten dat het ventje was mishandeld. Het letsel bleek op een natuurlijke wijze vaker voor te komen bij jongetjes van die leeftijd.”

De polikliniek kindermishandeling hecht veel waarde aan haar onafhankelijkheid. Waarom? „Huisartsen hebben een behandelrelatie met een patiënt”, zegt Van Duurling. „Als papa zegt dat zijn kind is uitgegleden in de badkamer, kan de huisarts geneigd zijn het verhaal te geloven. De vader is immers ook patiënt bij hem. Een arts behandelt de wonden. Wij zoeken naar de waarheid achter het letsel.”

De forensisch arts laat opnieuw een foto zien. Een schokkend beeld van een handje met een paar blauwzwarte nagels en kleine bloeduitstortingen. „De vader had verteld dat zijn kind de vingers tussen de deur had gekregen. In dit geval bleek de vader met een zwaar voorwerp op de vingers van het kind te hebben geslagen.”

Van Duurling is blij dat de aandacht voor kindermishandeling groeit. „Het vervolgtraject na de melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) is voor veel hulpverleners nog onduidelijk, omdat zij onze polikliniek –die intussen zes jaar bestaat– niet kennen. Wij werken voortdurend aan onze naamsbekendheid. Artsen en andere hulpverleners moeten van ons bestaan afweten. Als het nodig is, kunnen wij zelfs op locatie komen om een kind te onderzoeken, bijvoorbeeld in het ziekenhuis.”

In 30 procent van de gevallen blijkt uit onderzoek door de kliniek dat ouders of verzorgers op basis van de feiten onschuldig zijn, benadrukt de forensisch kinderarts. Ze toont een foto van een meisje van twee jaar bij wie op de billen twee forse rechthoekige rode brandplekken zichtbaar zijn. Het lijkt alsof er twee hete wafelijzers op zijn gedrukt. „De moeder van het kind zei dat haar dochter tegen de kachel was gevallen. Op basis van een uitgebreide reconstructie, ook bij de moeder thuis, bleek haar verhaal te kunnen kloppen. De kachel kon een temperatuur van 198 graden Celsius bereiken. Contact van een seconde is dan voldoende om dit soort brandplekken te veroorzaken.”

Dagelijks in de weer zijn met mogelijke zaken van kindermishandeling valt Van Duurling persoonlijk zwaar. „Het is belangrijk werk, maar persoonlijk houd ik het soms niet voor mogelijk wat ouders of verzorgers hun kindje kunnen aandoen.”

www.polikindermishandeling.nl


Meldpunt in actie bij kindermishandeling

In het UMC Utrecht is vandaag het symposium ”Kindermishandeling komt dichtbij” van start gegaan. Onderzoekers uit binnen- en buitenland geven een overzicht van recente publicaties en lopend onderzoek op het gebied van de signalering van kindermishandeling op de spoedeisende hulp. Morgen komen de signalering en juridische en ethische aspecten van kindermishandeling aan de orde. Zaterdag wordt het symposium afgesloten met een bijeenkomst voor ouders en beroepskrachten uit het onderwijs en de kinderopvang, die meer willen weten over kindermishandeling.

In Nederland worden naar schatting jaarlijks 100.000 kinderen mishandeld, verwaarloosd of misbruikt. Zelden praten de slachtoffers of daders uit zichzelf over de problemen. Daarom is het van belang dat mensen in de omgeving van het slachtoffer hun vermoedens van mishandeling melden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Elke provincie en grootstedelijke regio heeft een eigen AMK.

Iedere burger die vermoedt dat een kind wordt mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt, heeft het recht om zijn vermoedens bij het AMK te melden. Dat geldt niet alleen voor beroepskrachten, zoals een leerkracht of een huisarts, maar ook voor mensen uit de omgeving van het gezin: de buurvrouw, een oom of een goede kennis.

Na een geaccepteerde melding stelt het AMK meestal een onderzoek in naar de gezinssituatie van het kind en gaat het in ieder geval met de ouders in gesprek. Het AMK kan ook informatie inwinnen bij mensen die het gezin beroepshalve kennen, zoals de docent of de huisarts. Het AMK zorgt ervoor dat de noodzakelijke hulp in gang wordt gezet. Dat gebeurt zo veel mogelijk in overleg met de ouders.

Als de situatie voor het kind levensbedreigend is of als de ouders geen hulp willen accepteren, draagt het AMK het onderzoek over aan de Raad voor de Kinderbescherming, zodat hulp kan worden afgedwongen.

Het meldpunt doet aangifte bij de politie als het vermoedt dat er een ernstig strafbaar feit is gepleegd en onderzoek van de politie noodzakelijk is voor de veiligheid van het kind.

Het AMK biedt zo veel mogelijk openheid aan de ouders: over de melder, de inhoud van de melding en over de uitkomsten van het onderzoek. Alleen als het echt niet anders kan, wordt er buiten de ouders om gesproken en gehandeld.

Uiteraard willen de ouders meestal weten van wie de melding afkomstig is. Ouders die niet te horen krijgen wie de melder is, steken vaak veel energie in het achterhalen van de identiteit van de melder. Mede daarom wil het AMK graag zo open mogelijk met meldingen omgaan. Soms is dat echter niet verstandig. Daarom heeft de melder het wettelijk recht op om anoniem te blijven ten opzichte van het gezin. Melders kunnen voor het AMK niet anoniem blijven.

www.amk-nederland.nl






Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek