Per 10 september 2013 is deze rubriek op RD.nl vervallen. Alle artikelen binnen deze rubriek zijn wel exclusief toegankelijk met een DigibronPlus abonnement via digibron.nl Meer informatie

Uitbreiding Stedelijk Museum is voorbeeld van design

Uitbreiding Stedelijk Museum is voorbeeld van design -  Aanbouw van het Stedelijk Museum, ”de badkuip”. Foto Stedelijk Museum, John Lewis Marshall
 1 van 7  

Aanbouw van het Stedelijk Museum, ”de badkuip”. Foto Stedelijk Museum, John Lewis Marshall

Mooi of niet, om het Stedelijk Museum in Amsterdam kan niemand meer heen. Dat heeft architect Mels Crouwel met zijn gedurfde ontwerp van de uitbreiding in elk geval bereikt.

De hoofdstedelijke kunsttempel opent na een verbouwing van bijna negen jaar de deuren weer voor het publiek, een halfjaar eerder dan het Rijksmuseum. Zaterdag verricht koningin Beatrix de opening.

Het Stedelijk Museum beschikt met zo’n 90.000 objecten uit de periode 1870 tot heden over een van de belangrijkste collecties moderne en hedendaagse kunst ter wereld. Grote namen als Van Gogh, Mondriaan, Malevitsj, Kandinsky, Newman, Matisse, Appel, De Kooning, Warhol en Lichtenstein zijn onlosmakelijk met het museum verbonden.

Het Stedelijk Museum is voor het eerst sinds de bouw in 1895 grootscheeps gerenoveerd en uitgebreid. Al sinds eind jaren 80 werd er over plannen in die richting gesproken. In januari 2004 ging het Stedelijk dicht en konden de werkzaamheden beginnen. De bakstenen oudbouw kreeg aan de achterzijde een hypermoderne, spierwitte vleugel voor tijdelijke tentoonstellingen en publieksvoorzieningen. Door de vorm en de kleur werd dit nieuwe gedeelte in de volksmond algauw ”de badkuip” genoemd. Directeur Ann Goldstein spreekt van een „stoutmoedig en tegelijkertijd briljant ontworpen functioneel gebouw.” De oppervlakte van het museum is verdubbeld naar 19.446 vierkante meter. De zalen zijn ingericht met zo’n 2500 schilderijen, tekeningen, installaties, sculpturen en designobjecten.

Architect Mels Crouwel heeft bewust gekozen voor een groot contrast. Het Stedelijk Museum van Willem Sandberg (1897-1984), de directeur die het Stedelijk Museum internationaal op de kaart zette, is voor hem het uitgangspunt geweest voor het nieuwe gebouw. „Sandberg heeft in zijn tijd het interieur ontdaan van alle decoratie en liet de muren wit verven, zodat er een neutrale achtergrond voor de kunst ontstond. Ons plan voor de buitenkant is gebaseerd op de overgebleven architectuur uit de 19e eeuw, met als toevoeging 21-eeuwse technologie, en alles is in Sandbergs kleur wit geverfd”, aldus Crouwel.

Binnen is er van het contrast niet veel meer te merken. Alleen in de ontvangsthal, die grenst aan het Museumplein, is het verschil tussen oud en nieuw zichtbaar. Alle museumzalen hebben volgens het Sandbergprincipe sobere, witte wanden, die ervoor zorgen dat alle aandacht uitgaat naar de kunstwerken. Ongemerkt dwaalt de bezoeker van het oude naar het nieuwe gedeelte en weer terug.

De hoofdingang van het museum is verplaatst naar het Museumplein. Volgens directeur Goldstein ontstaat er op deze manier een wisselwerking tussen het plein (met daaraan gelegen het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Concertgebouw) en het Stedelijk. De uitstekende luifel van de nieuwbouw biedt een beschutte ruimte in de openlucht, waar activiteiten kunnen worden georganiseerd. „Het vernieuwde Stedelijk zet Amsterdam in de schijnwerpers als een centrum van artistieke vernieuwing en het brengt nieuw leven op het Museumplein, een van de belangrijkste cultuurlandschappen in de wereld”, aldus een opgetogen Goldstein.

Consequentie van deze nieuwe toegang is dat bezoekers moeten omlopen om de brede trap te bereiken die naar de vroegere Eregalerij loopt. Door de nieuwe tentoonstellingsruimtes heeft deze zaal overigens zijn bijzondere positie van voorheen enigszins verloren.

Een groot deel van het nieuwe museum is voor het eerst gewijd aan design. In veertien zalen is vormgeving vanaf 1870 te zien, met als hoogtepunt een authentieke slaapkamer die is ontworpen door Gerrit Rietveld. Hoewel: volgens Goldstein heeft Mels Crouwel met zijn ‘badkuip’ een belangrijk nieuw werk toegevoegd aan de collectie modern design van Nederlandse bodem.

Goldstein mikt met het vernieuwde Stedelijk Museum op 500.000 bezoekers per jaar. Voor de verbouwing trok het museum jaarlijks 300.000 tot 400.000 bezoekers.

>>stedelijk.nl


Kunststof nieuwbouw Stedelijk blijft tien jaar schoon

De gevel van de nieuwbouw van het Stedelijk Museum is spierwit gesausd met een lak die normaal gesproken voor vliegtuigen wordt gebruikt. Die kan gewoon één keer per jaar met een hogedrukspuit worden gereinigd.

Dat het gebouw vanbuiten ook glanzend en schoon blijft wordt tien jaar gegarandeerd. „Maar het kan ook langer goed blijven”, zegt architect Mels Crouwel van Benthem Crouwel Architekten, die voor de nieuwbouw tekenden. Daarna zou er een nieuwe laklaag kunnen worden aangebracht.

Onder de lak is de gevel van de nieuwbouw gemaakt van een verbinding van de supersterke aramidevezel Twaron en de koolstofvezel Tenax. De vezels zijn ter beschikking gesteld door het Japanse bedrijf Teijin, dat hiermee het grootste gebouw van kunststof ter wereld mogelijk heeft gemaakt. De combinatie van de vezels –die niet uitzetten of krimpen– zorgt ervoor dat er een gladde gevel vrijwel zonder naden kon ontstaan.

In totaal was er 8500 kilometer vezel nodig om de bijna 9000 kilogram aan stof te maken voor de buitenkant van de nieuwbouw. Teijin, dat met Twaron de concurrent is van de Dyneemavezel van DSM, leverde de vezels aan bouwbedrijf Holland Composites, dat de gevelplaten heeft geconstrueerd.

Architect Crouwel gebruikt vaker kunststof­vezels in zijn werk. Maar de huidige combinatie is voor gewoon gebruik „aan de dure kant”, zegt hij. „Omdat Teijin sponsor is, konden wij nu met deze hoogwaardige vezels werken.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek